Vrijspraak: niet bewezen dat onderneming opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte omzetbelasting heeft gedaan

Rechtbank Noord-Nederland 3 oktober 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:4164

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Slagend middel met de klacht dat het ministerie door fictieve dienstverbanden niet werd bewogen tot afgifte

Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1050

Het tweede middel behelst de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1, aanhef en onder a, voor zover inhoudende dat het ministerie van OCW is “bewogen tot afgifte van meerdere geldbedragen”, niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Evenmin is de bewezenverklaring voldoende met redenen omkleed, met name in het licht van het gevoerde verweer dat strekt tot vrijspraak, aldus de steller van het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak witwassen en verduistering van geldbedragen van de Belastingdienst die op een rekening waren gestort op naam stond van verdachte

Gerechtshof Amsterdam 9 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3656

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat de Verdachte de ASN-rekening met het nummer rekeningnummer heeft geopend noch dat hij de persoon is geweest die over de betaalpas van deze rekening heeft beschikt, zodat de Verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen termijn hernieuwd beklag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1583

Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank de klager ten onrechte wegens overschrijding van de termijn van art. 552a, vierde lid, Sv, niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hernieuwde beklag. Het voert daartoe aan dat de Rechtbank heeft miskend dat sprake is van een ‘vervolgde zaak’ in de zin van het derde lid van art. 552a Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over ontbreken verhoorbijstand tijdens politieverhoren vóór 1 maart 2016 en bewijsuitsluiting n.a.v. EHRM-uitspraken Beuze/België en Van de Kolk/Nederland

Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1018

In de onderhavige zaak heeft de Hoge Raad het eerder door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen arrest vernietigd, onder meer omdat het hof de verklaringen die de Verdachte op 17 oktober 2007 bij de FIOD had afgelegd voor het bewijs had gebruikt. Die verklaringen legde de Verdachte af vóórdat hij een raadsman had kunnen consulteren. Het hof gaf destijds blijk van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat in het midden kon blijven of de Verdachte voorafgaand aan de verhoren door ambtenaren van de FIOD op 17 oktober 2007 in de gelegenheid was gesteld een raadsman te raadplegen daar hij ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep had verklaard bij zijn ten overstaan van ambtenaren van de FIOD afgelegde verklaringen te zullen blijven, en dat hij daarom bij bewijsuitsluiting geen belang had.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de vraag wanneer sprake is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465

Zoals bekend dient de strafrechter de toewijsbaarheid van de vordering van de Benadeelde partij te beoordelen naar materieel burgerlijk recht. Dat betekent dat hij een beslissing op de vordering behoort te nemen met inachtneming van de wetgeving en de rechtspraak van de civiele kamer van de Hoge Raad over het aansprakelijkheidsrecht. Ter verkrijging van de vergoeding waarop het aansprakelijkheidsrecht hem recht geeft, voegt de door een strafbaar feit Benadeelde persoon zich tegenwoordig evenwel veelal als Benadeelde partij in het strafproces. Hierdoor is onder andere de vraag onder welke omstandigheden een slachtoffer van een gepleegd strafbaar feit in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade inmiddels niet meer een kwestie waarover uitsluitend de civiele rechter zich bekreunt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Transport chloor per spoor in strijd met wet- en regelgeving: Overweging omtrent uitleg voorschrift 1.9.5.1 NE van bijlage 2 van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

Gerechtshof Den Haag 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2680

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming in witwaszaak: Detournement de Pouvoir door witwassen wegens proces- dan wel bewijsrisico’s niet ten laste te leggen maar wel aan de ontnemingsprocedure ten grondslag te leggen?

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3779

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe is aangevoerd dat het openbaar ministerie heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde, meer specifiek het verbod op “detournement de pouvoir”. Volgens de verdediging is er sprake van onzuiverheid van oogmerk doordat het openbaar ministerie ervoor heeft gekozen om een strafbaar feit – het witwassen van €180.000 - wegens proces- dan wel bewijsrisico’s niet ten laste te leggen maar wel aan de ontnemingsprocedure ten grondslag te leggen. Bovendien druist dit ook in tegen de Geerings-jurisprudentie nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld of veroordeelde zich aan het witwassen van €180.000 schuldig heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag op eerder bijtende hond, gegrondverklaring beklag, want geen heterdaad en inbeslagname op grond van overtreding, maar met bijzondere overweging ten overvloede

Rechtbank Noord-Holland 30 september 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8150

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wetenschap van verdachte dat geldbedragen - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf?

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1582

Het middel klaagt dat de door het hof vastgestelde bijzondere omstandigheden aangaande de wetenschap van de Verdachte dat het geld van misdrijf afkomstig was, op zichzelf én in onderling verband beschouwd, de bewezenverklaring niet kunnen dragen. ’s Hofs vaststelling dat de gang van zaken omslachtig en ingewikkeld was, leidt volgens de steller van het middel immers niet tot de conclusie dat sprake is van het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^