Tuchtrecht: Advocaat heeft niet adequaat gereageerd in bemiddelingsdossier en nagelaten FIOD naam opvolgend advocaat door te geven

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 25 februari 2019, ECLI:NL:TADRAMS:2019:42

Gedeeltelijk gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft niet adequaat gereageerd in het bemiddelingsdossier, heeft nagelaten aan de FIOD door te geven wie de opvolgend advocaat van zijn cliënt was, heeft met zijn brieven aan de deken in strijd gehandeld met artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet en heeft zich bij de overname van het dossier niet welwillend opgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Broers krijgen cel- en taakstraf voor handel in vervalste merkartikelen

Rechtbank Oost-Brabant 12 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1286

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 33-jarige man uit Eindhoven voor grootschalige merkfraude tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Zijn 31-jarige broer uit Nuenen krijgt voor zijn aandeel een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leidinggeven aan belastingfraude: Geen gevangenisstraf omdat feiten financieel van aard zijn en benadelingsbedrag niet wordt teruggevorderd door de fiscus

Rechtbank Amsterdam 20 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1192

Een gevangenisstraf vindt de rechtbank niet passend. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om een geldboete op te leggen omdat de bewezenverklaarde feiten financieel van aard zijn en het benadelingsbedrag niet wordt teruggevorderd door de fiscus. De rechtbank bepaalt de hoogte van de geldboete op €5.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Feitelijk leidinggeven aan belastingfraude: strekkingsvereiste is gekoppeld aan ‘het feit’, waarmee wordt gedoeld op de ten laste gelegde onjuiste of onvolledige aangifte

Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2018:9893

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude, door als feitelijk leidinggever van verschillende rechtspersonen gedurende meerdere jaren opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen. Hierdoor is de Belastingdienst voor een bedrag van ruim 200.000 euro benadeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Criteria horen getuigen door RC in vooronderzoek, terwijl verdachte zich op zwijgrecht beroept

Rechtbank Rotterdam 22 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1574

Een inhoudelijke verklaring van de verdachte over hetgeen hem wordt verweten is geen absolute voorwaarde. Wel kan het voor de rechter(s) die moeten beslissen over onderzoekswensen door het afleggen van een dergelijke verklaring duidelijk worden dát, en waarom, het horen van een getuige of andere onderzoekshandeling redelijkerwijs van belang is voor een (of meer) van de beslissingen in de art. 348 en 350 Sv. Het niet (willen) afleggen van een dergelijke verklaring kan er dan ook toe leiden dat in het dossier noodzakelijke (nadere) informatie ontbreekt om de betekenis van het horen van de verzochte getuige voor de beantwoording van de vragen van art 348 en 350 Sv voldoende te onderbouwen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor verduistering in dienstbetrekking: Toewijzing vordering tot schadevergoeding in verband met gemaakte onderzoekskosten

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 25 februari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:653

De gemaakte onderzoekskosten zijn – anders dan in eerste aanleg – middels een specificatielijst onderbouwd en voldoende gespecificeerd, mede gelet op de toelichting ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat het gaat om redelijke kosten ter vaststelling van door handelen van de verdachte veroorzaakte schade – al wordt de omvang van die schade niet in dit strafgeding vastgesteld – en zal daarom de vordering tot schadevergoeding betreffende de gemaakte onderzoekskosten van bedrijf 1 – een bedrag van €26.014,50 – toewijzen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboete voor transportbedrijf uit Wijchen

De Rechtbank Gelderland heeft een transportbedrijf uit Wijchen veroordeeld tot een geldboete van 100 duizend euro waarvan 25 duizend euro voorwaardelijk. Het bedrijf krijgt deze boete voor een explosie en brand op de werkvloer. Daarbij raakte een medewerker zwaargewond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR komt niet terug op eerdere rechtspraak over moment van tijdig per e-mail verzonden schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker tot aanwenden rechtsmiddel

Hoge Raad 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:308

De mogelijkheid om door het afleggen van zo een verklaring een rechtsmiddel aan te wenden is gebonden aan de uren waarop de griffie van het gerecht ingevolge het daarop betrekking hebbende reglement geopend is of geopend behoort te zijn. Dit brengt mee dat een per e-mailbericht verzonden schriftelijke volmacht als bedoeld in art. 450 Sv aan een griffiemedewerker tot het voor de verdachte aanwenden van een rechtsmiddel slechts dan kan worden aangemerkt als binnen de beroepstermijn ingediend, indien deze volmacht ter griffie is binnengekomen vóór sluiting van de griffie op de laatste dag van deze termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

CRvB geeft vuistregels voor herziening van evident onredelijk hoge boetes

Centrale Raad van Beroep 7 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:659; ECLI:NL:CRVB:2019:660; ECLI:NL:CRVB:2019:661

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) moet in sommige gevallen verzoeken om een vaststaande boete te herzien opnieuw inhoudelijk beoordelen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in zijn uitspraken van vandaag vuistregels gegeven voor de beoordeling van deze verzoeken. Het gaat in deze zaken om vaststaande boetes aan uitkeringsgerechtigden die gebaseerd zijn op het oude, veel strengere boeteregime en die soms zelfs hoger zijn dan de maximale geldboete die een strafrechter destijds kon opleggen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek ex art. 591a Sv: Termijnoverschrijding niet verschoonbaar

Rechtbank Den Haag 5 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1770

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat geen sprake is van termijnoverschrijding omdat het onderhavige verzoekschrift als aanvulling op een eerder - wel tijdig ingediend - verzoekschrift moet worden aangemerkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^