Profijtontneming: Toepasselijkheid oud of nieuw recht

Gerechtshof Amsterdam 3 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2659

Artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is gewijzigd bij de ‘Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming’ van 31 maart 2011 (Stb. 2011, 171). Dit artikel is in gewijzigde vorm in werking getreden op 1 juli 2011. Bij deze wetswijziging is geen bijzondere overgangsregeling getroffen zodat het normale overgangsrecht van toepassing is zoals dat voortvloeit uit artikel 1 Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overtreding Wet natuurbescherming met off-the-road motoren?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7151

Het hof stelt vast dat verdachte en zijn medeverdachten op 24 januari 2016 door het Natura 2000-gebied Holtingerveld zijn gereden met hun off-the-road motor. Ter zitting van het hof heeft verdachte de route aangewezen die hij met zijn medeverdachten heeft gereden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling schuldheling & schuldwitwassen voor “verwende” zoon

Rechtbank Rotterdam 30 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7292

Gezien de substantiële bedragen die de verdachte van zijn moeder ontving en de financiële situatie waarin zijn moeder zich bevond, had de verdachte zich moeten realiseren dat deze vermoedelijk geen legale herkomst hadden. De verdachte heeft geen nader onderzoek gedaan naar de herkomst en daarmee aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Dit wordt niet anders door het feit dat de verdachte en zijn zus sinds jongs af aan werden verwend door hun moeder.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor schipper omgeslagen boot bedrijfsuitje

Rechtbank Rotterdam 12 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7634

De rechtbank in Rotterdam heeft een 51- jarige schipper vrijgesproken na een ongeval met de boot die hij bestuurde. Op 27 november 2015 voer de schipper met een snelle motorboot over de Nieuwe Maas. Aan boord waren 11 passagiers die de boot voor een bedrijfsuitje hadden afgehuurd. Bij die tocht is de boot omgeslagen, toen de boot over de hekgolven achter een duwcombinatie voer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling verduistering toners & computers, vrijspraak (gebruikmaken) valsheid (concept vaststellingsovereenkomst)

Rechtbank Midden-Nederland 8 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3764

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking en heeft daarbij een grote hoeveelheid toners en 24 desktop computers van zijn werkgever weggenomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verwerping beroep op afwezigheid van alle schuld na cassatie in omkopingszaak

Gerechtshof Amsterdam 8 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2905

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ambtsdelict door een gift te vragen die verband hield met een door hem, als ambtenaar, te leveren tegenprestatie. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte een beroep op de schulduitsluitingsgrond ‘afwezigheid van alle schuld’ toekomt. De verdachte wist niet, kon niet weten en behoefde niet te weten dat hij ambtenaar was. De verdachte moet hierom worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de raadsvrouw.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevoegdheid BOA Domein openbare ruimte

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7711

Bevoegdheid BOA Domein openbare ruimte. Geslotenverklaring bij tunnel Veenendaal-De Klomp. In dit geval was de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar van toepassing. De interpretatie van het begrip ‘openbare orde’, die is gegeven in de brief van het College van Procureurs-Generaal van 12 april 2011, kan niet als richtinggevend worden aangemerkt. Het optreden van de BOA had geen relatie met de ‘openbare orde’, zodat de BOA niet bevoegd was tot opleggen van een beschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overtreding EVOA wegens vervoeren vervuilde plastic zakken

Rechtbank Amsterdam 5 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5538

Verdachte wordt verweten dat zij in februari en/of maart 2016 de verordening voor de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) heeft overtreden en dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. De rechtbank zal hierna specifieker op de beschuldiging ingaan. De tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Technische ondersteuning AIVD aan politie, geen toepassing art. 359a Sv bij AIVD-onderzoek

Rechtbank Rotterdam 12 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7037

De verdediging bepleit dat beginselen van een goede procesorde zodanig zijn geschonden, dat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet volgen. De officier van justitie heeft de AIVD ingeschakeld om gegevens uit de telefoon van een medeverdachte te krijgen, met name WhatsApp-gesprekken, waardoor controle en toetsing niet mogelijk zijn. Om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten, zijn doelbewust geen opsporingsbevoegdheden gebruikt om door de AIVD vergaarde informatie te kunnen gebruiken. Voor de verdachte levert dit schending van de artikelen 6 en 8 van het Verdrag voor de rechten van de mens op. Subsidiair moet vanwege het bovenstaande betoog bewijsuitsluiting plaatsvinden ten aanzien van de gegevens die afkomstig zijn uit de telefoon van de medeverdachte.
 

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat art. 63 Wiv 2002 aan de AIVD de bevoegdheid toekent voor het door de officier van justitie verzochte, en vervolgens verrichte onderzoek. Onbekend is waarom dit verzoek aan de AIVD is gedaan. In het dossier bevindt zich geen ministeriële toestemming. Dit betreft echter een interne toestemmingslijn tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de AIVD, die geen deel uitmaakt van het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv.

De officier van justitie concludeert dat geen sprake is van een normschending als bedoeld in artikel 359a Sv. Het openbaar ministerie is reeds daarom ontvankelijk in de vervolging en de gegevens uit de telefoon van de verdachte naam medeverdachte 1 en het naar aanleiding van die gegevens vergaarde bewijs, dienen niet te worden uitgesloten van het bewijs.
 

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat art. 359a Sv ziet op normschendingen in het kader van de opsporing. Artikel 359a Sv vindt geen toepassing bij AIVD-onderzoek, dat plaatsvindt buiten de verantwoordelijkheid van de politie en het openbaar ministerie. Dit neemt niet weg dat onder omstandigheden de resultaten van door de AIVD ingesteld onderzoek niet als bewijs mogen worden gebruikt. Dit speelt bijvoorbeeld in het bijzondere geval dat doelbewust en om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten, geen opsporingsbevoegdheden zijn gebruikt om door de AIVD vergaarde informatie te kunnen gebruiken (vgl. HR 5 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4122).

Art. 63, eerste lid, Wiv 2002, dat gold ten tijde van het verzoek, bepaalt dat de diensten bevoegd zijn op schriftelijk verzoek van het daartoe bevoegde gezag technische ondersteuning te verlenen aan de met opsporing van strafbare feiten belaste instanties. Voor zover de WhatsApp-informatie al is vergaard door de AIVD en niet door de politie zelf, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de officier van justitie doelbewust om strafvorderlijke waarborgen buiten toepassing te laten geen opsporingsbevoegdheden heeft gebruikt om die informatie te ontsluiten en te kunnen gebruiken. De reden voor het verzoek aan de AIVD is onbekend. Het dossier, met name de enkele weergave van de WhatsApp-groep en -gesprekken, duidt daarop ook niet. Het openbaar ministerie is daarom ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het bijzondere geval dat de resultaten van het alsdan door de AIVD ingestelde onderzoek niet tot het bewijs mogen worden gebruikt, doet zich gelet op het voorgaande naar het oordeel van de rechtbank niet voor.

De rechtbank is voorts van oordeel dat geen sprake is van enige schending van beginselen van een goede procesorde.

De rechtbank verwerpt reeds hierom het verweer in al zijn onderdelen.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

Print Friendly and PDF ^

Afwijken van landelijke afspraken over schadevergoeding na onterecht voorarrest niet ontoelaatbaar

Hoge Raad 11 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1542

Het afwijken van de afspraken tussen rechters, de zogenoemde LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafzaken)-afspraken, over de schadevergoeding na ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis is niet ontoelaatbaar. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag naar aanleiding van een vordering in een cassatie in het belang der wet.

Read More
Print Friendly and PDF ^