Afwijken van landelijke afspraken over schadevergoeding na onterecht voorarrest niet ontoelaatbaar

Hoge Raad 11 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1542

Het afwijken van de afspraken tussen rechters, de zogenoemde LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafzaken)-afspraken, over de schadevergoeding na ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis is niet ontoelaatbaar. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag naar aanleiding van een vordering in een cassatie in het belang der wet.

Aanleiding voor de vordering zijn de bestaande verschillen in de rechtspraak van de gerechtshoven bij de berekening van het aantal dagen voorarrest dat in aanmerking komt bij de bepaling van de schadevergoeding. Gewezen verdachten in strafzaken kunnen in aanmerking komen voor schadevergoeding als ze ten onrechte hebben vastgezeten. In de wet is bepaald dat toekenning van schadevergoeding plaats heeft als daartoe gronden van billijkheid aanwezig zijn. Voor de berekening van die schadevergoeding zijn in landelijk verband afspraken tussen de rechters gemaakt. Die afspraken worden door het gerechtshof in Den Bosch niet volledig nagekomen. Dat Hof is namelijk van oordeel dat de eerste en de laatste dag van het voorarrest altijd volledig meetellen voor de vergoeding. Volgens de landelijk afspraak telt echter de laatste dag, de dag van de invrijheidstelling, niet mee.

De advocaat-generaal was van mening dat er geen goede redenen zijn waarom personen die voorarrest hebben ondergaan in het ressort Den Bosch volgens een andere systematiek worden beoordeeld dan elders in Nederland. Daardoor ontbreekt rechtseenheid in het land.

De Hoge Raad oordeelt dat het afwijken van de landelijke afspraak over de berekening van het aantal dagen voorarrest niet in strijd is met het recht. In de wet wordt namelijk niet bepaald welke maatstaf moet worden gehanteerd bij de berekening van het aantal dagen waarop de vergoeding wordt gebaseerd. De afspraken die daarover door het LOVS zijn gemaakt, hebben niet de status van rechtsregels. Een rechter is niet gebonden aan deze afspraken. Daarom kan niet worden geoordeeld dat sprake is van een verkeerde toepassing van rechtsregels over het toekennen van een schadevergoeding. Wel wijst de Hoge Raad in zijn arrest in het algemeen op het belang van een uniforme rechtstoepassing dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF