Aanvangsmoment redelijke termijn in ontnemingszaak: voornemen van de officier van justitie beslissend

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:167

In deze ontnemingszaak wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit gewoontewitwassen stelt het hof het voordeel vast op grond van artikel 36e lid 3 Sr met toepassing van de eenvoudige kasopstelling en legt een betalingsverplichting van 149.387,60 euro op. In cassatie klaagt de betrokkene dat het hof een onjuist aanvangsmoment hanteert voor de redelijke termijn van artikel 6 lid 1 EVRM.
Volgens het middel moet die termijn aanvangen bij de start van het strafrechtelijk financieel onderzoek ex artikel 126 Sv en niet bij het kenbaar gemaakte voornemen van de officier van justitie ex artikel 311 lid 1 Sv. De Hoge Raad herhaalt zijn rechtspraak dat het aan de feitenrechter is het aanvangsmoment vast te stellen en dat dit oordeel in cassatie slechts beperkt toetsbaar is. Het oordeel van het hof is niet onjuist en voldoende gemotiveerd, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miljoenenbeslag Surinaamse geldzending definitief in stand na derde cassatie

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:49

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag waarbij het beslag op een geldzending van 19,5 miljoen euro uit Suriname in stand blijft. De FIOD neemt het bedrag in 2018 op Schiphol in beslag wegens verdenking van witwassen; het geld is eigendom van drie Surinaamse handelsbanken en de Centrale Bank van Suriname treedt op als shipper. Het hof verklaart het beklag ongegrond en oordeelt dat de centrale bank geen immuniteit geniet, omdat het geld niet haar eigendom is maar dat van de handelsbanken. Ook acht het hof het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring zal overgaan.
In cassatie wordt onder meer geklaagd over het immuniteitsoordeel en de gehanteerde maatstaf bij de beoordeling van het beslag. De Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe en laat het oordeel van het hof zonder nadere motivering in stand, waarmee de beklagprocedure definitief is beëindigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Formele eis leidt niet tot niet-ontvankelijkheid: uitreiking oproeping in persoon maakt gebrek in volmacht onschadelijk

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156

De verdachte is door de politierechter veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf wegens belediging van een treinconducteur. Zijn advocaat stelde hoger beroep in via een volmacht, maar het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens een formeel gebrek. De volmacht bevatte namelijk niet de instemming van de verdachte met het direct in ontvangst nemen van de oproeping door de griffie. De Hoge Raad oordeelt dat dit in dit geval niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat de oproeping later in persoon aan de verdachte is uitgereikt. Daarmee is het beschermde belang van artikel 450 lid 3 Sv niet geschonden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. medeplegen en in het bijzonder afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid: Medeplegen van dwang via dreigbrieven tegen windmolenprojecten bevestigd

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115

De Hoge Raad herhaalt zijn jurisprudentie over medeplegen, in het bijzonder de afbakening met medeplichtigheid. Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en een bijdrage van voldoende gewicht. Wanneer geen gezamenlijke uitvoering plaatsvindt, moet het hof die bijdrage uitdrukkelijk en zorgvuldig motiveren. Het hof heeft dit volgens de Hoge Raad op toereikende wijze gedaan door de rol van verdachte uitvoerig te beschrijven. Dat de verdachte geen brieven heeft geschreven of verzonden doet niet af aan zijn substantiële rol. Het oordeel van het hof getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting; het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad stelt grenzen aan strafbaarheid bij weigering fouillering

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:83

Verdachte werd veroordeeld voor het niet voldoen aan een bevel tot medewerking aan fouillering in een veiligheidsrisicogebied. Volgens het hof had de politie dit bevel gegeven op grond van artikel 126zs Sv. De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling geen uitdrukkelijke bevoegdheid bevat om een strafbaar bevel te geven. Daarom is de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd en slaagt het cassatieberoep. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris mag geheimhoudersinformatie ‘uitgrijzen’ zonder vernietiging: opdracht tot toevoegen logbestanden overschrijdt bevoegdheid beklagrechter

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:172

De rechtbank verklaart het beklag over het ‘uitgrijzen’ van geheimhoudersinformatie ongegrond. Zij geeft daarnaast de officier van justitie opdracht om toekomstige logbestanden aan het dossier toe te voegen. Het openbaar ministerie stelt cassatie in tegen deze opdracht. De Hoge Raad oordeelt dat de beklagrechter hiertoe niet bevoegd is. De bestreden beschikking wordt gedeeltelijk vernietigd, alleen voor zover het de logbestanden betreft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Weglakken zonder machtiging door OM leidt tot bewijsuitsluiting: HR herhaalt kaders over processtukken en transparantie

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:155

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte verklaringen voor het bewijs heeft gebruikt waarvan delen waren weggelakt. Het openbaar ministerie mag zulke delen niet zelfstandig onleesbaar maken zonder toetsing door de rechter-commissaris. Een dergelijke bewerking van verklaringen belemmert toetsing van relevantie en betrouwbaarheid door rechter en verdediging. Het oordeel van het hof dat de niet-weggelakte delen voldoende zijn, is onbegrijpelijk omdat het hof de rest niet kende. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof gedeeltelijk en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondergronds protest tegen windmolens als strafbare dwang: medeplegen bevestigd door de Hoge Raad

Hoge Raad 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115

De verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens het medeplegen van (poging tot) dwang, door het verzenden van dreigbrieven aan bedrijven die betrokken waren bij windmolenparken in Groningen en Drenthe. De brieven bevatten bedreigingen met nare consequenties en zijn onder meer verstuurd via de Duitse post. Volgens het hof was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met een medeverdachte. De verdachte had een actieve rol in het overleg, het selecteren van doelwitten, het redigeren van brieven en het drukproces. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit medeplegen toereikend en juridisch juist heeft gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Dezelfde criminele organisatie dus 'hetzelfde feit'?

Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:125

De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie gericht op drugshandel (zaak 26Sartell). In een latere zaak (26Douglasville) wordt hij vervolgd voor deelname aan een organisatie met een geweldsoogmerk. De verdediging stelt dat sprake is van hetzelfde feit (artikel 68 Sr) en dat het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat, hoewel de juridische kwalificatie gelijk is, de gedragingen en het oogmerk wezenlijk verschillen. Daardoor is geen sprake van hetzelfde feit. Het beroep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: veroordeling van voormalig minister Aruba voor oplichting van het Land Aruba, passieve omkoping en verduistering kan in stand blijven

De veroordeling van een voormalig minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu (en later van Ruimtelijke Ontwikkeling, Integratie en Infrastructuur) op Aruba voor het medeplegen van oplichting van het Land Aruba, het plegen van passieve omkoping (het laten omkopen) en verduistering, kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Paridaens de Hoge Raad in één van haar conclusies. Ook de veroordelingen van twee medeverdachten wegens onder meer het omkopen van de minister kunnen wat de AG betreft in stand blijven.

Read More
Print Friendly and PDF ^