Vordering benadeelde partij: Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. materiële schade

Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:531

De wettelijke rente over materiële schade is verschuldigd vanaf het moment waarop de schade daadwerkelijk is ingetreden. Het hof oordeelde ten onrechte dat dit voor alle schadeposten de begindatum van de bewezenverklaarde periode was. De Hoge Raad corrigeert dit en bepaalt per schadepost een afzonderlijke ingangsdatum.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt kaders voor gebruik van getuigenverklaring zonder ondervragingsmogelijkheid

Hoge Raad 1 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:494

De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verklaring van een inmiddels overleden getuige voor het bewijs mag gebruiken, ondanks dat de verdediging hem niet heeft kunnen ondervragen. De verklaring is niet doorslaggevend en wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het proces als geheel is eerlijk verlopen en artikel 6 EVRM is niet geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Deel bewezenverklaring witwassen blijft in stand, motivering aankoop vastgoed schiet tekort

Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:539

De Hoge Raad verwerpt de klacht over het gebruik van het proces-verbaal van bevindingen en acht de motivering van het hof toereikend. Het oordeel dat verdachte het risico aanvaardde dat het geldbedrag van € 449.610 uit misdrijf afkomstig was, is niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor het medeplegen van witwassen met medeverdachten die zijn veroordeeld voor hennephandel. Het oordeel over het onroerend goed in Nederland is echter onvoldoende gemotiveerd. De zaak wordt op dat onderdeel terugverwezen naar het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie in het belang der wet over de procedure na een niet (naar behoren) verrichte taakstraf

Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:455

In cassatie is aangevoerd dat de politierechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de veroordeelde geen belang heeft bij het bezwaar, omdat niet uit de stukken blijkt dat een rechtsgeldige beslissing tot omzetting van de taakstraf is genomen door een officier van justitie binnen de wettelijke termijn. Voorts wordt geklaagd dat die beslissing enkel uit een processtuk moet blijken dat door een bevoegde autoriteit is ondertekend en gedagtekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over vereiste (voorwaardelijk) opzet van medeplichtige

Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:516

De Hoge Raad stelt voorop dat bij medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien de medeplichtige slechts opzettelijk heeft bijgedragen aan een deel daarvan. Wel moet er een voldoende verband bestaan tussen het misdrijf waarop het opzet van de medeplichtige was gericht (in dit geval de diefstal) en het gronddelict (diefstal met geweld en dodelijk gevolg). Dat verband kan onder meer blijken uit de aard van het gronddelict, de gedraging van de medeplichtige en de omstandigheden van het geval.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat is nodig voor een politieagent om computervredebreuk te plegen?

Hoge Raad 1 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:501

Het hof mocht oordelen dat de verdachte is binnengedrongen in servers van de politie. De Hoge Raad bevestigt dat dit kwalificeert als binnendringen in een geautomatiseerd werk in de zin van artikel 80sexies (oud) Sr. Het inloggen met dienstaccount op politiewerkomgeving impliceert toegang tot onderliggende servers. Dat het hof geen specifieke server noemt, maakt het oordeel niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jaarverslag 2024 Hoge Raad: beperkte slagingskans en toenemende instroom

Op 8 april is het jaarverslag over 2024 van de Hoge Raad gepubliceerd. De strafkamer van de Hoge Raad heeft in 2024 ruim 3.200 uitspraken gedaan. In 2.398 van die gevallen is het beroep in cassatie niet ontvankelijk verklaard. De meest voorkomende gronden daarvoor zijn dat geen bezwaren tegen de bestreden uitspraak zijn aangevoerd (1.421) of dat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (980). Van de 1.814 zaken waarin cassatiemiddelen zijn ingediend, leidden er 375 (21%) tot vernietiging. In ongeveer de helft van de zaken waarin er is vernietigd was dat uitsluitend vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Van de negentien herzieningsverzoeken zijn er zes gegrond verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is een strafrechtelijk beroepsverbod op algemeen ondernemerschap mogelijk?

Hoge Raad 25 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:450

De Hoge Raad stelt voorop dat ontzetting uit een beroep op grond van artikel 28 lid 1 sub 5 Sr slechts mogelijk is in gevallen waarin het strafbare feit is gepleegd in de uitoefening van dat beroep én het beroep voldoende specifiek is omschreven. De uitspraak van het hof miskent dit uitgangspunt door te spreken van een verbod op “ondernemerschap, in of buiten rechtspersoonlijkheid” zonder nadere specificatie. Dergelijk ondernemerschap is volgens de Hoge Raad te onbepaald om als beroep in de zin van artikel 28 Sr te kwalificeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt gevallen waarin niet-ontvankelijkheid OM aan de orde kan zijn

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:217

De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit HR:2020:1889 voor niet-ontvankelijkverklaring van het OM: daarvan is alleen sprake bij een zodanig ernstige en onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces dat “the proceedings as a whole were not fair” en compensatie niet meer mogelijk is. Het gaat dan om zeer uitzonderlijke gevallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid

Hoge Raad 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:333

De Hoge Raad grijpt deze zaak aan om zijn vaste jurisprudentie inzake medeplegen te herhalen, met name zoals neergelegd in HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316. Voor medeplegen is vereist dat sprake is van een zodanige intellectuele of materiële bijdrage aan het delict dat dit een nauwe en bewuste samenwerking oplevert. Wanneer geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, moet uit de bewijsvoering expliciet blijken waarom de bijdrage van de verdachte desondanks het predicaat ‘medeplegen’ rechtvaardigt. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de rol van de verdachte in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict, zijn aanwezigheid op cruciale momenten, of het niet terugtrekken op een daartoe geëigend moment.

Read More
Print Friendly and PDF ^