Dat getuige zich het voorval slechts in grote lijnen kan herinneren, doet niet af aan mogelijkheid tot uitoefenen verdedigingsrecht om getuigen te ondervragen

Gerechtshof Amsterdam 15 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1144

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte in zijn verdediging is geschaad, nu verbalisant– op wiens proces-verbaal de bewezenverklaring van de rechtbank berust – pas in hoger beroep als getuige is gehoord en zich gelet op de verstreken tijd weinig van het voorval kan herinneren. De raadsvrouw heeft betoogd dat het hierdoor niet meer mogelijk is om de verbalisant te confronteren met de alternatieve lezing van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM: schending art. 6 door Nederland in zaak Van de Kolk

Op 9 november 2018 heeft het EHRM uitspraak gedaan in de zaak Beuze v België waarin het hof ondubbelzinnig oordeelde dat art. 6 EVRM voor de verdachte mede omvat het recht op verhoorbijstand van een advocaat tijdens een politieverhoor. Op 28 mei 2019 was Van de Kolk aan de beurt. Het EHRM was snel klaar met de klacht tegen Nederland en verklaarde deze unaniem gegrond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR overwegingen ondervragingsrecht getuige

Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:908

Het middel klaagt dat het Hof in de zaak met parketnummer 04/850147-12 de verklaring van de aangeefster slachtoffer ten onrechte tot het bewijs heeft gebezigd, aangezien de verdediging slachtoffer ten gevolge van haar overlijden niet als getuige heeft kunnen horen en haar verklaring cruciaal is voor de bewijsvoering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Getuigenverzoeken & toepassing noodzaakcriterium. Conclusie AG met beschouwing naar aanleiding van recente jurisprudentie van het EHRM.

Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:569

De steller van het middel is van opvatting dat het hof niet het noodzaakcriterium had moeten toepassen, maar het getuigenverzoek aan het verdedigingsbelang had moeten toetsen. Zij betoogt hiertoe dat, nu het hoger beroep is ingesteld door de officier van justitie en niet mede door of namens de verdachte, en de verdachte meer dan tien dagen (zelfs anderhalf jaar) voor de terechtzitting de opgave van getuigen heeft ingediend bij de advocaat-generaal, het hof – gelet op art. 414 Sv en behoudends de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418 lid 2 Sv – het in art. 288 lid 1 Sv voorziene verdedigingsbelangcriterium had moeten toepassen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toepassing noodzaakcriterium indien gelegenheid tot opnieuw verzoeken tot het horen van bij appelschriftuur opgegeven getuigen onbenut is gelaten

Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:504

Het tweede middel klaagt dat het hof het verzoek van de verdediging tot het horen van enkele getuigen heeft afgewezen aan de hand van het onjuiste (noodzaak)criterium, terwijl de afwijzing voorts onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervragingsrecht, Ambtshalve plicht tot oproepen van getuigen & Onmiddelijkheidsbeginsel

Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:505

Het uitgangspunt is dat op grond van art. 6, lid 3 aanhef en onder d, EVRM de verdediging aanspraak heeft op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. De omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van die mogelijkheid, staat er niet aan in de weg dat een door een getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd dan wel - indien de bewezenverklaring wel in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd - het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuige te ondervragen in voldoende mate wordt gecompenseerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over afwijzing verzoek horen getuigen & ondervragingsrecht

Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:501

Het eerste middel klaagt dat het hof het verzoek van de verdediging tot het horen van drie getuigen ontoereikend gemotiveerd en/of met miskenning van het ondervragingsrecht heeft afgewezen. Het in het middel bedoelde verzoek is door de verdediging gedaan bij appelschriftuur van 29 maart 2016, en ook bij brief van 26 juli 2017 aan de voorzitter van de strafkamer van het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over betrouwbaarheid van bekennende verklaringen van verdachte (die eerst had ontkend)

Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:228

Het eerste middel klaagt dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de bekennende verklaringen van de verdachte vanwege hun onbetrouwbaarheid terzijde moeten worden gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de RC op verzoek van de verdediging de OvJ bevelen om telefoons van nog te horen getuigen te tappen?

Rechtbank Amsterdam 7 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3208

Uit de stukken blijkt dat de rechter-commissaris het Openbaar Ministerie op 28 juni 2018 een bevel heeft gegeven tot het tappen van de telefoons van alle getuigen, maar dat dit bevel door de officier van justitie niet is uitgevoerd. Een deel van de getuigen is niet getapt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Getuigenverzoek: zwijgen kan op zich geen grond vormen afwijzing, maar hieraan kan wel betekenis toekomen bij de beoordeling of een verzoek voldoende is gemotiveerd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 maart 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1303

Naar het oordeel van de rechtbank kan het zwijgen van een verdachte op zich geen grond vormen voor het afwijzen van een verzoek tot het horen van een getuige. Maar onder omstandigheden kan hieraan wel betekenis toekomen bij de beoordeling of een verzoek voldoende is gemotiveerd. Een dergelijke motivering dient immers voldoende concreet en specifiek te zijn en in dat verband kan de omstandigheid dat er door het zwijgen van verdachte geen concrete betwisting is van het scenario zoals dat in het dossier naar voren komt, wel degelijk een rol spelen. Het niet (willen) afleggen van een verklaring door de verdachte kan er toe leiden dat noodzakelijke informatie ontbreekt om de betekenis van het horen van de verzochte getuige voor de beantwoording van de vragen van art 348 en 350 Sv voldoende te onderbouwen. Het risico daarvoor ligt op dit punt bij de verdediging.

Read More
Print Friendly and PDF ^