Adviseur veroordeeld voor medeplegen witwassen van € 1,6 miljoen via schijnconstructies in Panama, Dubai en Londen

Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:406

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt een financieel, juridisch en fiscaal adviseur tot drie jaren gevangenisstraf voor het medeplegen van witwassen van ruim € 1,6 miljoen en een BMW X6. De verdachte vervulde een centrale rol bij het opzetten van schijnconstructies via vennootschappen in Panama, Dubai en het Verenigd Koninkrijk om gelden van een veroordeelde cocaïne-importeur in het Nederlandse betalingsverkeer te brengen. Het hof acht het witwasvermoeden gerechtvaardigd op grond van ongebruikelijke geldstromen, valse contracten en fictieve loonconstructies via een uitzendbureau. De door de verdachte geboden verklaring over een legale herkomst van het vermogen voldoet niet aan het criterium van concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Hoewel het hof in beginsel een gevangenisstraf van vier jaren passend acht, vermindert het deze straf met één jaar vanwege overschrijding van de redelijke termijn met ruim 5,5 jaren in hoger beroep. De uitspraak biedt inzicht in de strafrechtelijke aansprakelijkheid van financiële dienstverleners die schijnconstructies opzetten ten behoeve van criminele cliënten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor advocaat wegens jarenlange onjuiste btw-aangiften over toevoegingsvergoedingen Raad voor Rechtsbijstand

Gerechtshof Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1209 (natuurlijk persoon) en ECLI:NL:GHAMS:2026:1208 (rechtspersoon)

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt op 8 april 2026 in twee parallelle uitspraken een advocaat en zijn besloten vennootschap wegens het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift in de bedrijfsadministratie en het niet doen van aangiften omzetbelasting. De vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand worden jarenlang in de administratie verwerkt als onbelaste omzet, terwijl deze ontvangsten zijn belast met btw. De advocaat verstrekt zijn boekhouders overzichten met een onjuist tarief van nul procent, op basis waarvan onjuiste aangiften worden ingediend. Het hof verwerpt het beroep op afwezigheid van opzet en het rechtmatigheidsverweer over de cautie bij het boekenonderzoek en oordeelt dat een suppletieaangifte juridisch geen aangifte is. Wegens een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan vijf jaar en zeven maanden volgt voor de bestuurder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een taakstraf van 120 uren. De vennootschap krijgt een geheel voorwaardelijke geldboete van € 100.000 opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 74 AWR geen belemmering voor ontneming van vervolgprofijt uit aan belastingheffing onttrokken vermogen: hof rekent voordeel toe aan ultimate beneficial owners

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch legt op 16 april 2026 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel op van € 5.157.336 wegens vervolgprofijt uit witwassen van aan de belastingheffing onttrokken vermogen. Het hof oordeelt dat artikel 74 AWR niet in de weg staat aan ontneming van voordeel dat op andere wijze samenhangt met fiscale fraude, zoals rendement op aan de belastingheffing onttrokken gelden. De betalingsverplichting wordt hoofdelijk opgelegd aan de betrokkene en haar medeverdachte als ultimate beneficial owners. De gelijktijdig gewezen vordering tegen de betrokken rechtspersoon wordt afgewezen omdat het voordeel feitelijk uitsluitend bij de natuurlijke personen is terechtgekomen. De rechtspersoon is volgens het hof slechts als instrument en tussenschakel gebruikt. De gijzeling wordt vastgesteld op de wettelijke maximumduur van 1080 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belastingfraude van € 3,9 miljoen leidt tot uitsluitend voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ernstige schending redelijke termijn

Gerechtshof Den Haag 6 mei 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1592

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt op 6 mei 2026 over een omvangrijke belastingfraudezaak waarin de verdachte als feitelijk leidinggever van drie vennootschappen jarenlang opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft laten doen. Het fiscaal nadeelbedrag beloopt circa € 3,9 miljoen. De verdachte heeft daarnaast twaalf verklaringen omtrent betalingsgedrag vervalst en gebruikt richting opdrachtgevers. Het hof verwerpt het beroep op putatieve overmacht in de zin van noodtoestand. Vanwege een ernstige overschrijding van de redelijke termijn van bijna tien jaar legt het hof uitsluitend een voorwaardelijke gevangenisstraf op. De maximale wettelijke duur van twee jaar voorwaardelijk wordt opgelegd, mede gelet op leeftijd en gezondheid van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag wijzigt ambtshalve grondslag ontnemingsvordering: witwashandelingen leiden niet zelfstandig tot wederrechtelijk verkregen voordeel

Gerechtshof Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1285

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt op 21 april 2026 in een ontnemingszaak dat het enkele verrichten van witwashandelingen op zichzelf niet leidt tot wederrechtelijk verkregen voordeel in de zin van artikel 36e lid 2 Sr. Het hof verlaat ambtshalve de door het Openbaar Ministerie aangevoerde grondslag en past artikel 36e lid 3 Sr toe op de zaak van een betrokkene die is veroordeeld voor medeplegen van witwassen van € 410.000. Dat bedrag is via een schijnconstructie aangewend voor de aankoop van een woning, terwijl tegenover de ontvangst geen schuld of tegenprestatie heeft gestaan. De waardestijging van de woning kwalificeert als vervolgprofijt van € 65.000, zodat het totale voordeel op € 475.000 wordt geschat. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep matigt het hof de betalingsverplichting met € 10.000. Aan de betrokkene wordt de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van € 465.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^