Artikel: Het zwijgrecht in het nadeel van de verdachte

Momenteel wordt actief discussie gevoerd over een bepaalde vorm van beperking van het zwijgrecht van de verdachte in strafzaken, waarbij het gegeven dat de verdachte zwijgt tot nadeel leidt in het kader van de bewijsbeslissing. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft al vrij lang geleden toetsingsmaatstaven ontwikkeld voor een dergelijke omgang met het zwijgrecht, maar het van toepassing zijnde kader is ingewikkeld en op verschillende punten vatbaar voor verschillende interpretaties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevolgen beslag bij onverbindendheid bepaling wegens strijd met hogere regeling

Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1946

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM en Reisbureau ATP komen ontnemingsschikking overeen van EUR 3,5 miljoen

Het Openbaar Ministerie is eind december met het zakelijk reisbureau ATP een ontnemingsschikking aangegaan voor een bedrag van 3,5 miljoen euro. ATP is op 23 november 2020 door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld voor valsheid in geschrifte. Waarom? Reisorganisaties moeten in overeenstemming met de contractvoorwaarden opereren en transparant zijn over de kosten die zij hun klanten in rekening brengen. Allerlei extra marges van de reisorganisatie mogen niet worden verwerkt in de prijs van de tickets als dat in strijd is met de afspraken. De operatie was naar het oordeel van het OM niet ingericht op de naleving van de contractvoorwaarden, maar om zo veel mogelijk marge te maken zonder dat het op zou vallen bij de klanten. Als een reisorganisatie in strijd met de afspraken niet transparant is over de extra marges, pleegt deze valsheid in geschrifte. Met het bereiken van de schikking in de ontnemingszaak heeft het OM het hoger beroep ingetrokken in de strafzaak tegen het reisbureau.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad zet streep door publicatie foto van veroordeelde bij uitspraak op Rechtspraak.nl

Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1888

De veroordeling door het gerechtshof Den Haag van een man tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens grootschalige oplichting, verduistering, diefstal en valsheid in geschrift kan in stand blijven, met uitzondering van de beslissing om bij de openbaarmaking van de uitspraak op rechtspraak.nl ook een foto van het gezicht van de verdachte te publiceren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over verplichting van de Staat tot het bieden van rechtsherstel als het EHRM in een uitspraak een schending van een verdragsregel heeft vastgesteld

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1884

De aanvraag tot herziening houdt verband met de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 januari 2021 in de zaak van Keskin tegen Nederland. In de aanvraag tot herziening wordt naar voren gebracht dat het EHRM in deze uitspraak heeft vastgesteld dat art. 6, eerste lid in samenhang met het derde lid onder d, EVRM is geschonden in de procedure die tot de veroordeling van de aanvrager heeft geleid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1875

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat volstaan kan worden met de enkele constatering dat een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over gevolgen van gegevensbestanden Belastingdienst: in uitzonderlijke gevallen vermindering van belastingaanslag mogelijk

Hoge Raad 10 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1748

De Hoge Raad heeft vorige week uitspraak gedaan in een zaak over (de gevolgen van) het zogenoemde project 1043 van de Belastingdienst en de Fraude Signalering Voorziening (databank FSV). In zijn uitspraak geeft de Hoge Raad uitgangspunten voor de behandeling van klachten over project 1043 en (het gebruik van) de databank FSV in belastingzaken. Het gaat daarbij om de situaties waarin de belastingplichtige zelf bewijs moet leveren voor in de belastingaangifte opgenomen aftrekposten. Als de beslissing van de Belastingdienst om de aangifte van iemand te controleren onrechtmatig is omdat die controle voortvloeit uit een onrechtmatige risicoselectie of verwerking van persoonsgegevens, kan dat in uitzonderlijke gevallen gevolgen hebben voor de belastingaanslag die na zo’n controle wordt opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat geldt als redelijke termijn bij tweede beroep in cassatie?

Centrale Raad van Beroep 16 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2912

Voor de berechting van een zaak in cassatie heeft als uitgangspunt te gelden dat de Hoge Raad binnen twee jaar nadat beroep in cassatie is ingesteld uitspraak dient te doen. Indien de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt en het geding verwijst, heeft als uitgangspunt te gelden dat de verwijzingsrechter uitspraak doet binnen een jaar na het arrest van de Hoge Raad. De Raad ziet aanleiding om te bepalen dat als uitgangspunt geldt dat de Hoge Raad bij een tweede beroep in cassatie uitspraak doet binnen een periode van een jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is het kader uit post-Keskin ook van toepassing in ontnemingszaken?

Hoge Raad 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1749

De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over de eisen die in strafzaken gelden met betrekking tot de onderbouwing van verzoeken van de verdediging tot het oproepen en horen van getuigen, ten dele bijgesteld naar aanleiding van de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Keskin tegen Nederland. Deze bijstelling is ook in ontnemingszaken van betekenis, maar alleen indien en voor zover het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan in verband met een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken. Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij?

Read More
Print Friendly and PDF ^