Parket bij de Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:391
In art. 450, derde lid, Sv is de praktijk gecodificeerd dat een aan de griffie gestuurde brief van de verdachte waaruit blijkt dat hij een rechtsmiddel wil aanwenden, op grond van art. 450, eerste lid, onder b, Sv moet worden aangemerkt als een aan een griffieambtenaar gegeven bijzondere schriftelijke volmacht tot instelling van een rechtsmiddel.3 Ook een advocaat kan door middel van een brief – waaronder ook een fax en een bijlage bij een e-mail - een rechtsmiddel doen instellen. Het rechtsmiddel wordt in dat geval door de griffiemedewerker ingesteld, die daartoe van een advocaat een schriftelijke volmacht verleend heeft gekregen om namens de verdachte een rechtsmiddel in te stellen.
Read More