HR over wanneer sprake is van (voorwaardelijk) opzet van bestuurder op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers. Conclusie AG anders.

Hoge Raad 22 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:339

Bij de beantwoording van de vraag “op welk tijdstip verdachte wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen” had het hof tot uitgangspunt moet nemen het moment waarop de verdachte zeker wist dat het faillissement – afzien van onverwachte toevalligheden – onvermijdelijk was. Dat heeft het hof ten onrechte niet gedaan. In plaats daarvan heeft het hof het toetsingskader aangelegd “op welke datum het faillissement en een tekort daarin voor verdachte met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien”. Dit toetsingskader afkomstig uit art. 42 Fw is echter pas gaan gelden na de wijziging van art. 343 aanhef onder 3 Sr in 2016, terwijl de onderliggende feiten zich hebben afgespeeld voor de wetswijziging, te weten in de periode van 7 april 2009 tot en met 7 juli 2009. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

BijzonderStrafrecht Podcast | Luister de laatste aflevering

De podcast van BijzonderStrafrecht is dé verdieping op jouw dagelijkse nieuwsupdate. Tijdens deze 7 minuten durende podcast bespreken we de belangrijkste actualiteiten van de afgelopen week. Nieuwsgierig? Beluister nu de laatste aflevering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing herzieningsaanvraag beleggingsfraudezaak

Hoge Raad 8 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:303

Een wegens beleggingsfraude veroordeelde doet een aanvraag tot herziening. Aangevoerd wordt dat OM niet-ontvankelijk zou zijn verklaard als hof op de hoogte zou zijn geweest van “onfatsoenlijk” en “onwettig” optreden van twee opsporingsambtenaren die bij het opsporingsonderzoek betrokken waren. De aanvrager voert onder meer aan dat de opsporingsambtenaren een leugenachtige verklaring van een getuige in een proces-verbaal hebben opgenomen. De aanvraag miskent echter dat die enkele omstandigheid - nog daargelaten dat de aanvraag geen steun biedt voor de gestelde leugenachtigheid - geen vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kortgedingvordering Belastingdienst inzake informatieverstrekking ex. art. 47 AWR terecht toegewezen

Hoge Raad 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:378

De Belastingdienst heeft in kort geding gevorderd een bevel om informatie aan hem te verstrekken op straffe van een dwangsom. Deze vordering is gebaseerd op art. 47 AWR, dat de belastingplichtige verplicht om desverzocht informatie aan de Belastingdienst te verstrekken die van belang kan zijn voor de belastingheffing. Het hof heeft vastgesteld dat eisers tot nu toe niet aan deze informatieplicht hebben voldaan. Het heeft de toewijzing van de vordering van de Belastingdienst door de voorzieningenrechter daarom bekrachtigd. Eisers komen hiertegen in cassatie op met onder meer de klacht dat het hof niet naar behoren heeft onderzocht of de door de Belastingdienst verlangde informatie wel bestaat en of zij daarover wel (kunnen) beschikken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

BFT Jaarverslag 2021

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft zijn jaarverslag uitgebracht. Het jaar 2021 werd o.a. gekenmerkt door de fraudezaak bij een groot gerenommeerd advocaten- en notarissenkantoor. Het onderzoek hiernaar heeft het BFT eind 2021 afgerond. Daarnaast waren er in 2021 109 onderzoeken bij het notariaat en 26 onderzoeken bij gerechtsdeurwaarders. Inzake de naleving op de Wwft heeft het BFT 43 bijzondere onderzoeken, 30 schriftelijke onderzoeken en 49 thematische onderzoeken uitgevoerd. In totaal zijn 168 handhavingsinstrumenten toegepast, waaronder 63 waarschuwingsbrieven. Daarnaast zijn 18 handhavingsgesprekken gevoerd met voornamelijk notarissen en gerechtsdeurwaarders, 13 klachten ingediend tegen notarissen, 27 klachten tegen gerechtsdeurwaarders en 19 boetes inzake de Wwft uitgedeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^