Rechtbank Rotterdam: onderzoeksbureau aansprakelijk voor onzorgvuldig klachtonderzoek

De rechtbank Rotterdam heeft een onderzoeksbureau veroordeeld tot € 29.302,09 schadevergoeding en intrekking van zijn klachtonderzoeksrapport, op straffe van een dwangsom van € 10.000 per dag (max. € 100.000). Het bureau handelde onrechtmatig door klager en aangeklaagde niet in elkaars aanwezigheid te horen en door conclusies te baseren op niet-onderbouwde persoonsbeelden. De vermogensschade is begroot via de leer van de kansschade (Deloitte/Hassink): een geschatte kans van 15% dat een rechtmatig onderzoek het ontbindingsverzoek had voorkomen. Daarnaast is € 2.500 immateriële schade toegekend wegens aantasting in de persoon (art. 6:106 BW). Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk bevestigt het vonnis dat onderzoeksbureaus civielrechtelijk aansprakelijk zijn als hun klachten- of integriteitsonderzoek de zorgvuldigheidsnorm schendt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Crime and Policing Act 2026: senior manager-aansprakelijkheid uitgebreid naar alle delicten

Op 29 april 2026 heeft de Crime and Policing Act 2026 in het Verenigd Koninkrijk Royal Assent ontvangen, waarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen aanzienlijk wordt verbreed. De wet vervangt de regeling uit de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023, die senior manager-aansprakelijkheid beperkte tot een limitatieve lijst economische delicten, en past die toerekeningsroute voortaan toe op élk strafbaar feit. Een onderneming kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden zodra een senior manager, zoals gedefinieerd in de Corporate Manslaughter and Corporate Homicide Act 2007, binnen de actuele of schijnbare reikwijdte van zijn bevoegdheid een delict pleegt. Anders dan bij de "failure to prevent"-delicten in de Bribery Act 2010 en Criminal Finances Act 2017 kent de regeling geen wettelijk adequate procedures-verweer, al kan de effectiviteit van compliance-programma's wel meewegen bij het public interest-criterium en de straftoemeting. De relevante bepaling treedt naar verwachting op 29 juni 2026 in werking en raakt onder meer milieudelicten, computermisbruik, datamisbruik en mensenhandel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Functioneel verschoningsrecht herzien: nieuwe filterprocedure, bewaarplicht en beklagprocedure in tweede aanvullingswet

De tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering, op 7 mei 2026 in consultatie gegaan, herziet de regeling van het functioneel verschoningsrecht in Boek 2, Hoofdstukken 7 en 8, Boek 4, Hoofdstuk 3 en Boek 6, Hoofdstuk 4. Aanleiding zijn de prejudiciële beslissing HR 12 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:375), het WODC-rapport van december 2025 en een klemmend beroep van ketenorganisaties op de wetgever om de praktijkproblemen rond filtering en beklag aan te pakken. Centraal staat een andere benadering van het redelijk vermoeden: dat wordt niet langer betrokken op de bulk als geheel, maar op specifieke gegevens, zodat behoedzame kennisneming van de bulk in beginsel mogelijk blijft. De filtering komt primair onder leiding van de officier van justitie (artikel 2.7.61b); de rechter-commissaris beslist alleen over kennisneming wanneer ten aanzien van specifieke gegevens een redelijk vermoeden bestaat (artikelen 2.7.61a en 2.7.62), waarbij vermoedelijk geprivilegieerde gegevens niet automatisch worden vernietigd maar bewaard (artikel 2.7.62b). Daarnaast voorziet het voorstel in specifieke waarborgen voor heimelijke bevoegdheden (artikelen 2.8.3a tot en met 2.8.3c) en in een nieuwe beklagprocedure in Boek 6 (artikelen 6.4.11a tot en met 6.4.11f).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Frankrijk behoudt de CJIP: amendement tot afschaffing sneuvelt in commission mixte paritaire

Op 28 april 2026 heeft de Franse commission mixte paritaire het amendement geschrapt dat de convention judiciaire d'intérêt public (CJIP) volledig wilde afschaffen, waarmee de Franse pendant van de deferred prosecution agreement behouden blijft. De Assemblée nationale had het amendement, ingediend door écologiste-député Sophie Taillé-Polian, begin april nog aangenomen; directe aanleiding was de HSBC-CJIP van januari 2026 voor 267 miljoen euro in het CumCum-dossier, die als te mild werd beoordeeld. De CJIP, ingevoerd door de Loi Sapin II in 2016, maakt afdoening van zaken tegen rechtspersonen mogelijk zonder strafproces, tegen een boete van maximaal 30% van de jaaromzet, een nalevingsprogramma onder toezicht van de Agence française anticorruption en eventuele schadevergoeding. In bijna tien jaar tijd zijn circa 70 conventions getekend en bijna vier miljard euro aan boetes geïnd, met Airbus (2,1 miljard euro, 2020) als omvangrijkste zaak. De uitkomst van de CMP is relevant voor de bijzonder-strafrechtpraktijk omdat de CJIP geldt als invloedrijk Europees voorbeeld van onderhandelde afdoening voor ondernemingen, juist nu ook de eerste EU-anticorruptierichtlijn van 26 maart 2026 die richting opbeweegt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijgesproken van contante giften, toch ontneming via kasopstelling

Het gerechtshof Amsterdam stelde op 23 april 2026 in een ontnemingszaak na een veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 144.858 en legde een betalingsverplichting op van € 135.426. De betrokkene was in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen van € 100.000 en € 14.000, maar het hof nam toch een bedrag van bijna € 79.000 uit een eenvoudige kasopstelling mee. Volgens het hof legt een kasopstelling geen rechtstreeks verband met specifieke strafbare feiten en wordt daarmee de schuld aan vrijgesproken feiten niet alsnog aangenomen, zodat geen strijd bestaat met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Het hof baseert de ontneming op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr en sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De betalingsverplichting is verminderd met € 4.431,50 wegens verbeurdverklaring en met € 5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^