Civielrechtelijke groepsaansprakelijkheid en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bijdragen aan collectieven: een appel en een peer naast elkaar gelegd

Artikel 6:166 lid 1 BW biedt de civielrechtelijke grondslag voor hoofdelijke aansprakelijkheid van groepsdeelnemers als in groepsverband onrechtmatige schade is toegebracht. In verschillende zaken, zowel civielrechtelijk als strafrechtelijk, waarin sprake is van twee of meer veroordeelden wordt die hoofdelijke aansprakelijkheid betwist. Een voorbeeld biedt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 april 2025. De daders betwisten dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn, omdat zij niet zijn veroordeeld voor openlijk geweld maar voor mishandeling en zij daarom ieder voor zich alleen aansprakelijk zijn voor het zelf toegebrachte letsel. Het hof verwerpt dit standpunt en komt tot het oordeel dat beide daders op grond van artikel 6:166 lid 1 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die in groepsverband is toegebracht. Deze hoofdelijke civielrechtelijke aansprakelijkheid heeft vergaande consequenties voor een groepsdeelnemer, namelijk de individuele verplichting om (in beginsel) volledige schade­vergoeding te bieden aan de benadeelde. Deze vorm van ‘collectieve aansprakelijkheid’ (in het civiele recht ook wel groeps­aansprakelijkheid genoemd), inclusief een remedie die voor alle groepsdeelnemers hetzelfde is, komt in zijn zuiverste vorm niet voor in het strafrecht. Wel kent het strafrecht een ruime deelnemingsregeling en delictsbepalingen die zien op bij­dragen aan collectieven, zoals openlijke geweldpleging en deel­name aan een criminele organisatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarstelling van ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ in Nederland: (niet langer) klem tussen Europese verplichting en nationale aarzeling

Toen in februari 2025 een artikel verscheen in NRC waarin werd gesteld dat het openbaar ministerie en de Rijksrecherche het Ministerie van Justitie en Veiligheid zouden hebben verzocht om de Nederlandse corruptiewetgeving aan te scherpen, herleefde het debat over een vorm van corruptie genaamd ‘ongeoorloofde beïnvloeding’ (ook wel: ‘handel in invloed’ of ‘influence peddling’). Dat ongeoorloofde beïnvloeding niet strafbaar is gesteld in Nederland zou er namelijk voor zorgen dat de huidige corruptiewetgeving ontoereikend is om corruptie te vervolgen. De (ambtelijke) corruptiewetgeving in Nederland bestaat uitsluitend uit de actieve en passieve ambtelijke omkopingsbepalingen van, respectievelijk, artikel 177 en 363 Sr. Bij ongeoorloofde beïnvloeding gaat het – kort gezegd – om een vorm van corruptie waarbij iemand uit de nabije kring van een ambtenaar zijn of haar invloed op die ambtenaar verhandelt aan een derde, in ruil voor een onverschuldigd voordeel. Een dergelijke strafbaarstelling zou een breder scala aan gedragingen criminaliseren dan de huidige Nederlandse omkopingsbepalingen. Naar aanleiding van het artikel in NRC werden Kamervragen gesteld. Het antwoord van de Minister van Justitie en Veiligheid kwam er, kort gezegd, op neer dat hij wat betreft het ontbreken van een strafbaarstelling van ongeoorloofde beïnvloeding niet direct een lacune ziet, gelet op de reikwijdte van de huidige omkopingsbepalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raad bereikt akkoord: EPPO en OLAF krijgen directe toegang tot Europese btw-gegevens

Op 5 mei 2026 heeft de Ecofin-Raad een algemene oriëntatie bereikt over een wijziging van Verordening (EU) 904/2010, die EPPO en OLAF directe, gecentraliseerde toegang geeft tot Europese btw-gegevens van grensoverschrijdende transacties. De toegang loopt via VIES, CESOP en het SURVEILLANCE-systeem, plus een directe verbinding met het Eurofisc-netwerk dat risicoanalyses moet delen. De maatregel volgt op een Commissievoorstel van 14 november 2025 en richt zich op grensoverschrijdende btw-fraude met een geschatte schade van 12,5 tot 32,8 miljard euro per jaar. De toegang is strikt beperkt tot gerichte zoekopdrachten per zaak, met read-only en audit log, terwijl de Eurofisc TNA-data buiten directe queries blijft. Formele aanname volgt na het advies van het Europees Parlement, naar verwachting in juli 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Een grap met fataal gevolg: voorwaardelijk opzet bij schot uit vermeend beveiligd vuurwapen

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:689

In dit arrest bevestigt de Hoge Raad de veroordeling voor doodslag van een verdachte die op 7 juli 2020 in Arnhem zijn partner doodschoot met een vuurwapen dat volgens hem op de veiligheidspal stond. De Hoge Raad herhaalt de maatstaf voor voorwaardelijk opzet uit HR 25 maart 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AE9049) en HR 9 november 1954 (ECLI:NL:HR:1954:1) over de aanmerkelijke kans en de bewuste aanvaarding daarvan. Het oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet op de dood had door met een schietklaar, geladen wapen op het slachtoffer te richten en de trekker over te halen zonder veiligheidschecks, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Twintigste EU-sanctiepakket tegen Rusland: anti-circumventie-instrument voor het eerst geactiveerd

Op 23 april 2026 heeft de Raad van de Europese Unie het twintigste sanctiepakket tegen Rusland aangenomen, met 120 nieuwe individuele plaatsingen en sectorale maatregelen op het gebied van energie, financiële dienstverlening, crypto-activa en handel. Voor het eerst sinds de introductie in 2023 wordt het anti-circumventie-instrument van artikel 12f Verordening 833/2014 geactiveerd, gericht tegen Kirgizië wegens systematische wederuitvoer van CNC-machines en telecommunicatieapparatuur naar Rusland. Daarnaast worden 46 schepen aan de schaduwvlootlijst toegevoegd (totaal 632), gelden vanaf 1 januari 2027 vergaande beperkingen op LNG-terminaldiensten en worden twintig Russische banken plus enkele financiële instellingen in derde landen onder een transactieverbod gebracht. Op het terrein van crypto-activa wordt vanaf 24 mei 2026 een sectorale ban ingevoerd op transacties met Russische aanbieders van crypto-activadiensten, de stablecoin RUBx en de digitale roebel. Voor de Nederlandse strafrechtspraktijk vergroot het pakket de reikwijdte van de strafrechtelijke handhaving via artikel 1, onder 1° WED, in afwachting van het bestuursrechtelijke spoor dat het wetsvoorstel Wet internationale sanctiemaatregelen (Wis) daarnaast zal openen.

Read More
Print Friendly and PDF ^