Civielrechtelijke groepsaansprakelijkheid en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bijdragen aan collectieven: een appel en een peer naast elkaar gelegd
/Artikel 6:166 lid 1 BW biedt de civielrechtelijke grondslag voor hoofdelijke aansprakelijkheid van groepsdeelnemers als in groepsverband onrechtmatige schade is toegebracht. In verschillende zaken, zowel civielrechtelijk als strafrechtelijk, waarin sprake is van twee of meer veroordeelden wordt die hoofdelijke aansprakelijkheid betwist. Een voorbeeld biedt het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 april 2025. De daders betwisten dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn, omdat zij niet zijn veroordeeld voor openlijk geweld maar voor mishandeling en zij daarom ieder voor zich alleen aansprakelijk zijn voor het zelf toegebrachte letsel. Het hof verwerpt dit standpunt en komt tot het oordeel dat beide daders op grond van artikel 6:166 lid 1 BW hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die in groepsverband is toegebracht. Deze hoofdelijke civielrechtelijke aansprakelijkheid heeft vergaande consequenties voor een groepsdeelnemer, namelijk de individuele verplichting om (in beginsel) volledige schadevergoeding te bieden aan de benadeelde. Deze vorm van ‘collectieve aansprakelijkheid’ (in het civiele recht ook wel groepsaansprakelijkheid genoemd), inclusief een remedie die voor alle groepsdeelnemers hetzelfde is, komt in zijn zuiverste vorm niet voor in het strafrecht. Wel kent het strafrecht een ruime deelnemingsregeling en delictsbepalingen die zien op bijdragen aan collectieven, zoals openlijke geweldpleging en deelname aan een criminele organisatie.
Lees verder:
Civielrechtelijke groepsaansprakelijkheid en strafrechtelijke aansprakelijkheid voor bijdragen aan collectieven: een appel en een peer naast elkaar gelegd door R. Rijnhout & A.L.M. Schaap in Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade
