De Mos-zaak: vrijspraken voor omkoping, veroordeling voor schending geheimhoudingsplicht

Twee Haagse wethouders, waaronder Richard de Mos, en vijf ondernemers zijn ook in hoger beroep vrijgesproken van omkoping. Dat heeft het gerechtshof Den Haag beslist. Het Haagse hof heeft wel geoordeeld dat de wethouders hun geheimhoudingsplicht hebben geschonden. Het Haagse hof oordeelt dat ook donaties aan een politieke partij giften kunnen zijn in de zin van de omkopingsbepalingen. Bij beide wethouders kan niet worden bewezen dat zij wisten of redelijkerwijs konden vermoeden dat er een verband is tussen de giften en een door de gevers beoogde tegenprestatie van de wethouders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zaak tegen Rotterdams recherchebureau geseponeerd

Het Openbaar Ministerie gaat een Rotterdams recherchebureau niet vervolgen voor het onderzoeken van personen zonder vereiste vergunningen. Tegen het bedrijf, gespecialiseerd in onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag, waren meerdere aangiften gedaan. Het recherchebureau heeft na eerdere juridische procedures aangegeven te menen dat een vergunning niet nodig was voor de werkzaamheden die werden uitgevoerd. Volgens het OM had het recherchebureau echter wél een vergunning nodig en is het bureau dus strafbaar. Uit het onderzoek naar het bedrijf bleek dat het aan alle vereisten voor het verkrijgen van een vergunning voldeed en bovendien is de vergunning ook aangevraagd en na toetsing afgegeven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

KPMG: Financiële instellingen bestrijden financieel economische criminaliteit in een veranderende wereld

Financieel economische criminaliteit (FEC), zoals fraude, corruptie, witwassen en ontwijking van regels, zijn een serieus risico voor onze samenleving. Nauwe samenwerking is cruciaal voor een effectieve aanpak van deze vormen van criminaliteit. Zijn banken wel voldoende flexibel om mee te bewegen in het complexe domein van FEC? Dit probleem vraagt een alomvattende aanpak met een heldere strategie en een begrip van kansen en bedreigingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarstelling van Wet natuurbescherming naar nieuwe Omgevingswet: Geen gewijzigd inzicht wetgever

Gerechtshof Amsterdam 24 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1470

Deze zaak draait om de invoer van karko- en leguanenvlees. Ten tijde van het plegen van dit delict was dit strafbaar op grond van artikel 3.37, lid 1 van de Wet natuurbescherming jo 3.14 van de Regeling natuurbescherming jo artikel 4 van de Basisverordening EG nr. 338/97, artikel 1a, 2 en 6 WED. Sinds 1 januari 2024 is dit opgenomen in de nieuwe Omgevingswet en strafbaar op grond van artikel 4.3, tweede lid, aanhef en onder a Omgevingswet en artikel 11.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving, jo artikel 1a, 2 en 6 van de WED. De Omgevingswet bevat voor zover hier van belang geen overgangsrecht. Nu de Omgevingswet dezelfde gedragingen strafbaar stelt als de Natuurbeschermingswet en ook de daarmee corresponderende strafbedreiging niet gewijzigd is in gunstiger zin voor de verdachte, dient het tenlastegelegde te worden beoordeeld aan de hand van het ten tijde van het delict geldende recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: ‘veroordeeld wegens misdrijf’ uit de Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers van het land Curaçao omvat ook een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel

Hoge Raad 21 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:917

Omvat de term ‘veroordeeld wegens misdrijf’ in de Landsverordening integriteit (kandidaat-)ministers van het land Curaçao (hierna: Lvim) ook een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (een zogenoemd rechterlijk pardon)? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend in een uitspraak van vandaag naar aanleiding van een vordering tot cassatie in het belang der wet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Btw-carrouselfraude: Veroordeling voor betrokkenheid bij valsheid in geschrift, belastingfraude, deelneming aan een criminele organisatie en (gewoonte)witwassen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3842

Bewezen is verklaard dat Verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van naam Bedrijf en het opzettelijk onjuist doen van de aangiften omzetbelasting van naam Bedrijf in de periode van december 2011 tot en met december 2013. Daarnaast is bewezen verklaard dat Verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het opzettelijk onjuist doen van de aangiften omzetbelasting van naam Bedrijf in de periode van het derde kwartaal van 2012 tot en met het tweede kwartaal van 2013. De goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Door opzettelijk onjuist aangiften te doen heeft Verdachte bijgedragen aan de ondergraving van het systeem van de heffing van omzetbelasting. Daarnaast heeft Verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van gelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De beweging naar voren: back to normal

Een van de onderdelen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering die tot dusver veel aandacht heeft gekregen, is de beweging naar voren. Deze bestaat uit een aantal aanpassingen in het strafprocesrecht om de berechting beter voor te bereiden. Het is een van de weinige onderdelen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering die echt een verandering beoogt aan te brengen in de manier van werken in de strafrechtspleging. In de beweging naar voren komen ook verschillende beleidsdoelstellingen samen: het verbeteren van de voorbereiding van de berechting, het vergroten van mogelijkheden voor de verdediging om bij te dragen aan het onderzoek, en het verkorten van doorlooptijden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen schending van ne bis in idem ondanks eerder bewijssepot vanwege gerezen nieuwe bezwaren

Rechtbank Oost-Brabant 31 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2311

De rechtbank kan op basis van de brief van het Finse Openbaar Ministerie in het onderhavige geval niet vaststellen dat sprake is geweest van een zogenaamd bewijssepot. Echter uit de aard en inhoud van de brief lijkt het daar wel op. Ervan uitgaande dat sprake is geweest van een bewijssepot dan kan ingevolge artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering alsnog een vervolging voor hetzelfde feit plaatsvinden als er nieuwe bezwaren bekend zijn geworden. In het onderhavige geval is hiervan sprake. Er heeft immers onder leiding van het Nederlandse Openbaar Ministerie een nader onderzoek plaatsgevonden waaruit feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen die nog niet eerder zijn onderzocht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude in vastgoedmarkt: Kon hof uit mede ondertekenen borgstellingsovereenkomst afleiden dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers?

Hoge Raad 4 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:805

De stellers van het middel betogen dat het onbegrijpelijk is dat het hof uit het feit dat de verdachte een borgstellingsovereenkomst ten behoeve van de ABN Amro mede heeft ondertekend, heeft afgeleid dat zij zich bewust is geweest van de aanmerkelijke kans op een faillissement van A en van betrokkene 1. in privé, en dat zij die kans ook bewust heeft aanvaard. Het hof heeft eerder in de bewijsvoering vastgesteld dat ABN Amro op 1 oktober 2010 de kredietfaciliteit van de A -groep had opgezegd, wat er feitelijk op neerkwam dat A binnen een jaar het krediet van ruim €190 miljoen aan ABN Amro moest aflossen en dat betrokkene 1. bovendien privé borg moest staan voor een deel van deze schuld, te weten €30 miljoen. Hieruit volgt dat de borgstellingsovereenkomst wel moest worden aangegaan, omdat ABN Amro de kredietfaciliteit had beëindigd. In het licht van deze vaststellingen is het oordeel van het hof dat de verdachte uit de borgstellingsovereenkomst kon opmaken dat D financieel in zwaar weer verkeerde, niet onbegrijpelijk. Ook het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte uit de borgstellingsovereenkomst kon afleiden dat er een aanmerkelijke kans was op een faillissement van betrokkene 1 in privé, acht ik gelet hierop niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wisselen van raadsman: waar ligt de grens?

Hoge Raad 4 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:804

In eindarrest heeft hof, n.a.v. aanhoudingsverzoek van nieuwe raadsman, overzicht gegeven van verloop van procedure in h.b. en door (opvolgende) raadslieden telkens gedane verzoeken. Aan hiervoor genoemde gronden voor afwijzing heeft hof toegevoegd dat het “vooral de momenten waarop van raadsman wordt gewisseld” (te weten telkens net voor in overleg met verdediging lang tevoren geplande zittingen) zijn geweest die procedure hebben vertraagd. Hieruit, en uit hierop volgende (door wrakingskamer als misbruik van wrakingsprocedure aangemerkte) wrakingsverzoeken heeft hof afgeleid dat verdachte heeft geprobeerd ook inhoudelijke behandeling van zaak te frustreren. Verder heeft hof vastgesteld dat (toenmalige) raadsvrouw van verdachte bijlagen voor haar pleidooi al aan hof had toegestuurd en verdediging dus kennelijk al geheel was voorbereid. Geheel tijdverloop in aanmerking nemend heeft hof daaraan toegevoegd dat verdachte ruim voldoende tijd en gelegenheid had gehad om zich samen met zijn raadslieden op zijn verdediging voor te bereiden, en geoordeeld dat zijn recht op eerlijk proces door afwijzing van aanhoudingsverzoek niet is geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^