De stand van zaken rond het nieuwe Wetboek van Strafvordering
/De herziening van het Wetboek van Strafvordering behoort tot de grootste wetgevingsoperaties binnen het Nederlandse strafrecht van de afgelopen decennia. Het huidige wetboek dateert in de kern uit 1926 en is sindsdien vele malen gewijzigd, aangevuld en uitgebreid. Die gelaagde ontwikkeling heeft geleid tot een complex en gefragmenteerd geheel. Met het nieuwe Wetboek van Strafvordering beoogt de wetgever te komen tot een systematisch, toekomstbestendig en beter toegankelijk strafprocesrecht. Eind 2025 en begin 2026 zijn daarin opnieuw belangrijke stappen gezet.
Afsluiting van 2025: voortgang in het wetgevingsprogramma
Het jaar 2025 is afgesloten met concrete voortgang in het wetgevingsprogramma voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De kern van dit programma bestaat uit de zogenoemde vaststellingswetgeving, waarin het nieuwe wetboek in zijn geheel wordt vastgesteld, aangevuld met invoerings- en overgangsrecht. Deze vaststellingswetgeving vormt de basis waarop later aanvullende wetten en uitvoeringsregelgeving voortbouwen.
De eerste vaststellingswet (36.327) en de tweede vaststellingswet (36.636) zijn op 1 april 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. Een belangrijk moment daarna was de indiening op 8 december 2025 van de nota naar aanleiding van het verslag bij de Eerste Kamer. In deze nota reageert de regering op de vragen en opmerkingen die door de Eerste Kamerfracties zijn gesteld tijdens de schriftelijke behandeling. Daarmee is een essentiële stap gezet richting de afronding van de parlementaire behandeling van dit onderdeel van het wetgevingspakket.
Behandeling in de Eerste Kamer: februari 2026
De parlementaire behandeling van de vaststellingswetgeving bevindt zich inmiddels in een vergevorderd stadium. Op 10 februari 2026 staat de plenaire behandeling in de Eerste Kamer gepland. Tijdens deze behandeling zal de Kamer het wetsvoorstel inhoudelijk bespreken, mede aan de hand van de eerder ingediende nota naar aanleiding van het verslag.
De behandeling in de Eerste Kamer is in dit traject van bijzonder belang. Anders dan de Tweede Kamer richt de Eerste Kamer zich primair op de kwaliteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetgeving. In de context van het nieuwe Wetboek van Strafvordering spelen daarbij onder meer vragen over rechtsbescherming, systematiek, overgangsrecht en de praktische gevolgen voor de strafrechtsketen een rol.
Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering: aangenomen door Tweede Kamer
Parallel aan de vaststellingswetgeving loopt het traject rond de Innovatiewet Strafvordering. Deze wet maakt het mogelijk om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek, te experimenteren met nieuwe werkwijzen en procedures binnen het strafproces. Denk daarbij aan digitale processen, nieuwe vormen van communicatie en aangepaste procesvormen.
De Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering (36.784) is op 29 januari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. Met deze verlengingswet wordt de experimenteerperiode voortgezet totdat het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking treedt, zodat lopende en nieuwe innovaties niet stilvallen in de overgangsfase naar het nieuwe wetboek. Dit onderstreept het belang dat de wetgever hecht aan een gefaseerde en beheersbare modernisering van het strafprocesrecht.
Eerste tranche AMvB's nieuw Wetboek van Strafvordering: consultatie afgerond
Naast wetgeving op formeel niveau speelt ook lagere regelgeving een belangrijke rol. De eerste tranche algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering is in consultatie gegeven. De consultatietermijn liep tot en met 31 januari 2026.
Deze eerste tranche richt zich met name op de opsporingsfase, de buitengerechtelijke afdoening en de rechtspositie van betrokkenen. Het gaat om besluiten die uiteenlopen van de algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek en de regeling van heimelijke bevoegdheden, tot de positie van slachtoffers en de inrichting van het politieverhoor. De consultatie past binnen de bredere inzet van de wetgever om de modernisering van het strafprocesrecht niet alleen normatief, maar ook praktisch zorgvuldig vorm te geven.
Eerste aanvullingswet in aantocht
Hoewel de vaststellingswetgeving een omvangrijk en afgerond geheel vormt, is het nieuwe Wetboek van Strafvordering nadrukkelijk opgezet als een modulair systeem. Dat betekent dat na vaststelling verdere inhoudelijke aanvullingen en aanpassingen mogelijk blijven. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 12 november 2025 advies vastgesteld over de eerste aanvullingswet. Verwacht wordt dat deze eerste aanvullingswet in het eerste kwartaal van 2026 bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.
Deze eerste aanvullingswet zal voortbouwen op het nieuwe wetboek en bevat wijzigingen en aanvullingen, mede naar aanleiding van de vragen die door de Tweede Kamer zijn gesteld tijdens de behandeling van de vaststellingswetten. De exacte inhoud wordt in de loop van 2026 duidelijker, maar de aankondiging onderstreept dat de herziening van het strafprocesrecht ook na vaststelling een doorlopend wetgevingsproces blijft.
Een beslissende fase
De huidige stand van zaken laat zien dat het nieuwe Wetboek van Strafvordering zich in een beslissende fase bevindt. Met de behandeling in de Eerste Kamer begin 2026, de aanname van de Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering door de Tweede Kamer, de consultatie over lagere regelgeving en de voorbereiding van de eerste aanvullingswet wordt duidelijk dat de wetgever inzet op een zorgvuldige, gefaseerde invoering. De beoogde inwerkingtreding blijft 1 april 2029.
Voor juristen betekent dit dat het van belang blijft de ontwikkelingen nauwgezet te volgen. Niet alleen omdat het nieuwe wetboek op termijn het bestaande strafprocesrecht zal vervangen, maar ook omdat via innovatiewetgeving en uitvoeringsbesluiten nu al veranderingen zichtbaar worden in de praktijk. De komende maanden zullen daarmee richtinggevend zijn voor de verdere vormgeving van het Nederlandse strafprocesrecht.
Wilt u goed voorbereid zijn op het nieuwe Wetboek van Strafvordering? De komende jaren verandert er veel in de strafrechtspraktijk. In onze cursussen nemen experts u mee door de belangrijkste wijzigingen, zodat u straks niet voor verrassingen komt te staan.
Cursusaanbod Nieuwe Wetboek van Strafvordering
Berechting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 10 februari 2026 | 9.30 - 17.00 uur
PO-punten: 6 | € 525,- excl. 21% BTW
Docenten:
Dian Brouwer | Advocaat-partner bij JahaeRaymakers en Bijzonder Hoogleraar Verdediging in Strafzaken aan de Universiteit Maastricht
Rolf Hoving | Bijzonder hoogleraar Toezicht op strafvorderlijk overheidsoptreden
Mikhel Timmerman | Hoofddocent in het straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht
Rechtsmiddelen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 17 maart 2026 | 9.30 - 12.45 uur
PO-punten: 3 | € 299,- excl. 21% BTW
Docent: Michael Berndsen | Advocaat bij Meijers Canatan Advocaten
Jeugdigen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 17 maart 2026 | 13.15 - 14.15 uur
PO-punten: 1 | € 95,- excl. 21% BTW
Docent: Chana Grijsen | Coördinerend jurist bij de Nationale Politie
Schadeverhaal na vrijspraak in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 17 maart 2026 | 14.30 - 15.30 uur
PO-punten: 1 | € 95,- excl. 21% BTW
Docent: Chana Grijsen | Coördinerend jurist bij de Nationale Politie
Beklag tegen beslag in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 17 maart 2026 | 15.45 - 17.00 uur
PO-punten: 1 | € 95,- excl. 21% BTW
Docent: Thom Dieben | Advocaat-partner bij JahaeRaymakers
Tenuitvoerlegging in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 14 april 2026 | 9.30 - 12.45 uur
PO-punten: 3 | € 299,- excl. 21% BTW
Docent: Coen Vernooij | Senior wetgevingsjurist Straf- en sanctierecht bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid
Internationale strafrechtelijke samenwerking in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Dinsdag 14 april 2026 | 13.30 - 17.00 uur
PO-punten: 3 | € 299,- excl. 21% BTW
Het opsporingsonderzoek in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Donderdag 28 mei 2026 | 9.30 - 17.00 uur
PO-punten: 6 | € 525,- excl. 21% BTW
Docenten:
Fanny de Graaf
Senior wetgevingsjurist Straf- en Sanctierecht bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en raadsheer-plaatsvervanger bij het hof AmsterdamRonald Verbeek
Raadadviseur Straf- en Sanctierecht bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid & rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam
