De boete voor de belastingadviseur: hoe stevig moet het bewijs zijn?

Rechtbank Gelderland vernietigt een deelnemersboete van € 70.000 voor een belastingadviseur op vier zelfstandige gronden. De inspecteur slaagde niet in het bewijs dat de adviseur als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige betrokken was bij het niet aangeven van vennootschapsbelasting door Curaçaose vennootschappen. De toestemmingsprocedure voor de boete was volgens de rechtbank "uitermate onzorgvuldig" doorlopen en de vennootschappen zelf hadden geen beboetbaar feit begaan. De rechtbank sprak van een tunnelvisie bij de Belastingdienst en kende een integrale proceskostenvergoeding toe van bijna € 69.000. De uitspraak markeert hoe hoog de bewijslat ligt bij het persoonlijk beboeten van fiscale adviseurs via de deelnemersboete van artikel 67o AWR.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris: boekhoudgegevens vallen buiten reikwijdte verschoningsrecht, ook als daaruit hulpverleningsrelatie met advocaat kan blijken

Rechtbank Rotterdam 20 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3040

De rechter-commissaris oordeelt dat administratieve en boekhoudkundige gegevens van een verdachte rechtspersoon niet hoeven te worden gefilterd op verschoningsgerechtigd materiaal. In een FIOD-onderzoek twisten het Openbaar Ministerie en de verdediging over de vraag of digitale auditfiles, een SQL-database en door derden verstrekte gegevens potentieel verschoningsgerechtigd materiaal bevatten. De verdediging stelt dat uit deze gegevens een hulpverleningsrelatie met advocaten kan blijken, maar de rechter-commissaris verwerpt dit standpunt. Administratiegegevens zijn bedoeld voor intern gebruik en vormen geen communicatie van, met of bestemd voor een functioneel verschoningsgerechtigde. De enkele omstandigheid dat uit boekhoudgegevens betalingen aan advocaten kunnen blijken, maakt die gegevens niet verschoningsgerechtigd. Het FIOD-onderzoeksteam mag de gegevens onderzoeken zonder voorafgaande filtering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij Tweede Kamer

Op 24 maart 2026 is de Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat twaalf onderwerpen, waaronder de wettelijke regeling van procesafspraken, de voorwaardelijke strafbeschikking, de rechterlijke toets bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen, en de codificatie van EU-rechtspraak over gegevensverwerking. De regeling van procesafspraken gaat op wezenlijke punten verder dan het kader van de Hoge Raad: een toelatingstoets met zes criteria, een strafkortingsmaximum van een derde, en een wettelijke uitsluiting van hoger beroep na conforme beslissing. Het bewijscriterium bij de strafbeschikking wordt aangescherpt tot "buiten redelijke twijfel" en de officier krijgt de mogelijkheid om voorwaardelijke straffen op te leggen. Ten opzichte van de consultatieversie van mei 2024 zijn op vrijwel alle onderdelen wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de adviezen van de ketenpartners.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD houdt zeven verdachten aan in onderzoeken naar BPM‑fraude

In de week van 9 tot en met 13 maart 2026 heeft de FIOD in acht afzonderlijke onderzoeken zeven verdachten aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij BPM‑fraude en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachten komen uit onder meer Amsterdam, Purmerend, Den Bosch, Doetinchem en Enschede.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor valsheid in geschrift en feitelijke leidinggeven aan onjuiste btw-aangiften: rol van verdachte binnen onderneming onvoldoende vastgesteld

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2558

De rechtbank Amsterdam spreekt een verdachte vrij van valsheid in geschrift en feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting namens een besloten vennootschap. De verdachte wordt verweten dat hij samen met zijn broer twee nihilaangiften omzetbelasting heeft ingediend, terwijl de vennootschap wel belastbare omzet heeft gerealiseerd. Het Openbaar Ministerie baseert de verdenking op getuigenverklaringen dat de verdachte en zijn broer samen de leiding over de onderneming hebben en hetzelfde salaris verdienen. De verdediging voert aan dat de verdachte slechts werknemer is en niet betrokken is bij het doen van aangiften, hetgeen wordt ondersteund door de verklaring van de broer die op papier eigenaar is. De rechtbank oordeelt dat de aanwijzingen in het dossier onvoldoende zijn om vast te stellen dat de rol van de verdachte groter is dan die van werknemer en dat zijn betrokkenheid bij het indienen van aangiften niet kan worden bewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^