Heeft het OM, door het doen van een vordering ex art. 126nd Sv, doelbewust een aangifte bij de ASR geforceerd en de Belastingdienst aangezet een fraudemelding te maken bij het UWV?

Rechtbank Overijssel 21 december 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4460

Verdachte heeft zich van 2001 tot heden als feitelijk leidinggevende van bedrijfsnaam / medeverdachte schuldig gemaakt aan het gewoontewitwassen van een geldbedrag van ruim 1,3 miljoen euro. Verdachte heeft de herkomst en de rechthebbende van geldbedragen verborgen en verhuld door de gelden te investeren in de aankoop van grond en de bouw van een appartementencomplex op Aruba. De raadsman heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie heeft gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde en dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. De raadsman heeft aangevoerd dat het OM door het doen van een vordering ex artikel 126nd Sv doelbewust een aangifte bij de ASR heeft geforceerd en de Belastingdienst heeft aangezet om een fraudemelding te maken bij het UWV. Hierdoor is volgens de raadsman sprake van doelbewuste of grove veronachtzaming van de belangen van verdachte. Lees hier de volledige uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak valselijk opmaken asbestinventarisatierapport wegens onvoldoende bewijs voor (voorwaardelijk) opzet

Rechtbank Rotterdam 4 december 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:11297

Daargelaten de vraag of de verdachte het in de tenlastelegging genoemde asbestinventarisatierapport al dan niet terecht heeft gekwalificeerd als “type A”, geldt dat voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde in ieder geval is vereist dat de verdachte enige onjuistheid van het rapport en de mogelijke consequenties daarvan opzettelijk heeft gewild. Een dergelijk opzet kan aangenomen worden als de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op die onjuistheid, waaronder in dit geval óók valt het mogelijke gevolg van het door zijn onderzoek missen van asbesthoudende toepassingen, heeft aanvaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde rechtspersoon: toewijzing afschrijvingskosten op (kostbare) apparatuur die benadeelde na enkele jaren retour heeft ontvangen

Rechtbank Midden-Nederland 2 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5250

De goederen waarvan de benadeelde partij de schade heeft begroot op 17.523,72 euro zijn inbeslaggenomen onder medeverdachte 1. In het tegen deze medeverdachte gewezen strafvonnis van 2 december 2020 is de teruggave gelast van deze goederen aan bedrijf 2 B.V. Dit betekent dat de vordering voor wat betreft deze kosten door de benadeelde partij wordt beperkt en thans (nog) strekt tot vergoeding van afschrijvingskosten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na beleggingsfraude: Rb stelt betalingsverplichting op nihil, geen aanknopingspunten dat veroordeelde kan beschikken over vermiste beleggersgelden

Rechtbank Noord-Holland 2 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10112

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie geen aanknopingspunten naar voren heeft gebracht, waaruit kan worden afgeleid dat veroordeelde en medeveroordeelde 1 kunnen beschikken over (een deel van) de vermiste beleggersgelden of dat zij op andere wijze over voldoende vermogen of verdiencapaciteit beschikken om een op te leggen betalingsverplichting te kunnen voldoen. De rechtbank stelt op grond van de thans beschikbare informatie vast dat veroordeelde en medeveroordeelde 1 die financiële draagkracht niet hebben. Gelet op hun hoge leeftijd en het feit dat zij geen arbeid meer verrichten of op een andere wijze economische activiteiten ontplooien, valt die financiële draagkracht ook in de toekomst niet meer te verwachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen: RC niet aan te merken als rechterlijke instantie ex art. 267 VWEU

Rechtbank Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:12172

Naar het oordeel van de rechtbank is anders dan de verdediging betoogt de beslissing die de rechter-commissaris neemt in het vooronderzoek, zoals i.c. een beslissing op onderzoekswensen van de verdediging, niet de in artikel 267 VWEU en het arrest naam bedoelde procedure op tegenspraak die eindigt met een vonnis. In zoverre is de rechter-commissaris niet aan te merken als een rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 267 VWEU die prejudiciële vragen kan stellen. Het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU is voorbehouden aan een rechterlijke instantie waarbij een geding aanhangig is.

Read More
Print Friendly and PDF ^