Doorhaling accountant met herinschrijvingsverbod van tien jaar

Accountantskamer Zwolle 7 april 2023, ECLI:NL:TACAKN:2023:31

Het Openbaar Ministerie verwijt betrokkene, een registeraccountant, in vervolg op de tegen hem aanhangig gemaakte strafzaak, dat hij facturen in de administraties van zijn eigen vennootschappen heeft opgemaakt, opgenomen en/of heeft betaald, hoewel de omschrijvingen op die facturen niet kloppen met de werkelijkheid. Hetzelfde zou hij gedaan hebben voor familieleden. Betrokkene is strafrechtelijk veroordeeld, maar heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld dat nog moet worden behandeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Concreet en verifieerbare verklaring bij witwasverdenking komt te laat

Rechtbank Amsterdam 7 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:2761 

De rechtbank stelt vast dat de verdachte een concrete en op zichzelf niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot de herkomst van de contante geldbedragen. De verklaring roept echter ook veel vragen op die niet door de overgelegde stukken worden beantwoord. De overgelegde overeenkomsten, die overigens een beperkte periode beslaan, maken niet inzichtelijk waarom contante geldbedragen van een dergelijke omvang, waarbij het veelal gaat om afgeronde bedragen, op de rekeningen van verdachte en zijn vrouw zijn gestort. Op basis van hetgeen de verdediging namens verdachte naar voren heeft gebracht staat dan ook geenszins vast dat deze lezing op waarheid berust. Wanneer verdachte eerder, te weten bij de rechter-commissaris in november/december 2022, met deze verklaring was gekomen, had het op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om, voor zover mogelijk, nader onderzoek te doen naar deze verklaring van verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak nu verdachte niet kan worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 2 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1815

Het zijn van ‘werkgever’ in de zin van artikel 1, onder a, juncto artikel 32 van de Arbowet vormt een constitutief bestanddeel van het aan de verdachte gemaakte verwijt, inhoudende een kwaliteitsdelict, op grond waarvan enkel degene met de kwaliteit van ‘werkgever’ strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld. Volgens bestendige jurisprudentie is het mogelijk om kwaliteitsdelicten mede te plegen zonder de vereiste kwaliteit te hebben. Dan geldt echter wel dat in ieder geval één van de betrokken medeplegers de voor een bewezenverklaring vereiste kwalitatieve hoedanigheid heeft, in dit geval het zijn van ‘werkgever’ in de zin van artikel 1, onder a, juncto artikel 32 van de Arbowet. Nu de verdachte en medeverdachte naam rechtspersoon geen van beiden als zodanig kunnen worden gekwalificeerd, wordt niet voldaan aan een constitutief bestanddeel van de delictsomschrijving. Gelet hierop zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde feit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen in EncroChat en SkyECC-zaken

Hoge Raad 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913

De beantwoording door de Hoge Raad houdt in dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel van toepassing is. Dit betekent allereerst dat de beslissingen van de buitenlandse autoriteiten die aan het in het buitenland verrichte onderzoek ten grondslag liggen, door de rechter in de Nederlandse strafzaak moeten worden gerespecteerd. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat het onderzoek door de buitenlandse autoriteiten rechtmatig – dat wil zeggen: in overeenstemming met het buitenlandse recht – is verricht. Dit is alleen anders als in het buitenland definitief is komen vast te staan dat het daar verrichte onderzoek niet in overeenstemming met de geldende regels is verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ EU oordeelt over het verstrekken van informatie over het recht op een nieuw proces bij verstekprocedures

HvJ EU 8 juni 2023, C-430/22 en C-468/22

Een nationale rechter die een beslissing bij verstek wijst tegen een afwezige niet-gelokaliseerde verdachte of beklaagde, is niet verplicht om in die beslissing informatie op te nemen over het recht op een nieuw proces en de mogelijkheid om de beslissing aan te vechten. De keuze van de nadere regels voor het verstrekken van die informatie behoort tot de bevoegdheid van de lidstaten, zolang die informatie maar aan de betrokkene wordt verstrekt op het moment dat hij in kennis wordt gesteld van die beslissing. Dat is het antwoord van het EU-Hof op vragen van een Bulgaarse rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^