Veroordeling katvanger voor medeplichtigheid aan bedrieglijke bankbreuk

Rechtbank Rotterdam 22 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:5779

De verdachte heeft de vennootschap naam bedrijf om niet gekocht van de medeverdachte. Hij heeft zich als bestuurder en aandeelhouder laten registreren bij de Kamer van Koophandel, zonder enige nadere controle en zonder zorg te dragen voor enige boekhouding, terwijl de medeverdachte, voormalig aandeelhouder/bestuurder van de vennootschap, de bevoegdheid hield te beschikken over de bankrekeningen van de vennootschap.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Enkel feit dat functionaris niet was aangemeld bij en goedgekeurd door AFM was onvoldoende voor boete

College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:625

P. Kloezen en N.C. Burgman-Koers hoeven ieder definitief geen boete te betalen voor hun rol bij financieel dienstverlener Visie B.V. in 2015. Eerder schrapte de rechtbank Rotterdam deze boetes al. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde de boetes op, omdat Visie B.V. haar beleid liet bepalen door Kloezen die niet bij AFM was aangemeld, terwijl Burgman-Koers als formele beleidsbepaler was aangemeld en goedgekeurd. AFM had de geschiktheid en betrouwbaarheid van Kloezen niet getoetst. Omdat daardoor die geschiktheid en betrouwbaarheid niet vaststond, was volgens AFM sprake van overtreding van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106 sub b BW, die het gevolg is van bewezenverklaard feit?

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:889

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met het bepaalde in artikel 330 van het Wetboek van Strafvordering niet heeft beslist op het verzoek van de verdediging om de benadeelde partij benadeelde op grond van artikel 361 lid 3 Sv niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering: wanneer worden geldbedragen “onder zich” gehouden?

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:847

De eerste deelklacht luidt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de geldbedragen ‘onder zich heeft gehad’ en zich deze ‘(wederrechtelijk) heeft toegeëigend’. Daartoe betoogt de steller van het middel dat namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd dat de verdachte uit hoofde van zijn functie als financieel manager geen betalingen kon doen. De verdachte kon enkel facturen in het betalingssysteem klaarzetten, maar betaling kon eerst plaatsvinden nadat deze facturen door Betrokkene 6, (destijds) algemeen directeur en aandeelhouder van A B.V., waren geaccordeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling overtreding Arbeidsomstandighedenwet: wel aandacht besteed aan voorlichten van werknemers, maar niet doeltreffend

Rechtbank Oost-Brabant 21 juni 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:2900

Op 20 juni 2018 heeft een ongeval plaatsgevonden in het bedrijfspand van verdachte, gelegen aan adres te vestigingsplaats. Bij dat ongeval is de toen zeventienjarige slachtoffer bedolven geraakt onder een stapel metalen strips en aan de gevolgen daarvan overleden. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte al dan niet opzettelijk heeft nagelaten bepaalde maatregelen te treffen op grond van de arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving, terwijl hierdoor – naar zij wist of redelijkerwijs moest weten – levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstond of te verwachten was.

Read More
Print Friendly and PDF ^