HR herhaalt: bij de bepaling van wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van voordeel dat daadwerkelijk is behaald

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:764

Het oordeel van het hof dat een geldbedrag dat is overgeschreven van de bankrekening van het slachtoffer naar de bankrekening van een stichting kan worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Dit volgt niet zonder meer uit de omstandigheid dat de betrokkene en medeveroordeelde bestuurder waren van die stichting, aangezien het vermogen van de stichting niet zonder meer kan worden vereenzelvigd met het vermogen van haar bestuurder(s) en niet vaststaat dat betrokkenen dit vermogen vrijelijk te eigen bate konden aanwenden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering: overschrijding van de redelijke termijn heeft zorgvuldige beoordeling door de rechter onmogelijk gemaakt

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 mei 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2598

De rechtbank is van oordeel dat het in deze specifieke zaak niet slechts gaat om een overschrijding van de redelijke termijn die zich door matiging van de ontnemingsvordering kan laten compenseren. Het tijdsverloop heeft onder meer negatieve gevolgen voor mogelijke onderzoekswensen aan de zijde van de verdediging. Van een gelijk speelveld is inmiddels geen sprake meer. De overschrijding van de redelijke termijn heeft dus tot gevolg dat de zorgvuldige beoordeling door de rechter onmogelijk is gemaakt, wat een ernstige inbreuk oplevert op het recht van betrokkene op een eerlijk proces.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt post-Keskin-jurisprudentie m.b.t. beoordeling verzoeken tot oproepen en horen van getuigen

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:765

De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2021:576 (post-Keskin) met betrekking tot de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de feitenrechter, in de situatie dat het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl de getuige al - in het vooronderzoek of anderszins - een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: BBBB geldt voor Belastingdienst, niet voor het OM. Geen drempelbedrag voor strafrechtelijke vervolging fiscale fraude.

Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1338

Het BBBB beschrijft in paragraaf 15 onder 6 slechts wanneer de ambtenaar van de belastingdienst een vermoeden van een strafbaar feit in ieder geval meldt bij de boete-fraudecoördinator te weten als het nadeel tenminste €20.000 bedraagt. Het regardeert de interne melding, maar bindt het openbaar ministerie niet. De verdachte had uit het wettelijk systeem kunnen en moeten afleiden dat het bestuur inmiddels niet langer gerechtigd was om te beboeten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad bevestigt: Wwft-instelling kan zich niet achter accountant verschuilen

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:728

De veroordeling van een autohandelaar, wegens het feitelijk leiding geven aan opzettelijke overtreding van de Wwft door ongebruikelijke transacties niet te melden en geen cliëntenonderzoek te verrichten, wordt door de Hoge Raad niet gecasseerd. De autohandelaar voerde aan dat hij had moeten worden vrijgesproken omdat bij hem geen opzet op het overtreden van de Wwft aanwezig was aangezien hij er op mocht vertrouwen dat zijn accountant de meldingen zou blijven doen.

Read More
Print Friendly and PDF ^