Vrijspraak Btw-carrouselfraude

Rechtbank Amsterdam 10 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2944

Het dossier gaat uit van het vermoeden dat naam bedrijf B.V. (verdachte) onderdeel uitmaakte van een keten waarbinnen btw-carrouselfraude plaatsvond. De rechtbank constateert echter dat dit niet met voldoende zekerheid op basis van het dossier kan worden vastgesteld. Daarvoor heeft met name het onderzoek in het buitenland te weinig opgeleverd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen over motiveringsplicht t.a.v. gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt

Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1007

Op grond van artikel 360 lid 1 en lid 4 van het Wetboek van Strafvordering behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in artikel 344a lid 3 Sv, op straffe van nietigheid nader te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten vermelden dat aan de eisen van artikel 344a lid 3 Sv is voldaan, en verder dat hij ervan blijk moet geven dat hij zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring heeft onderzocht (vgl. HR 11 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1460).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over opzet of schuld t.a.v. vervuilende handelingen (artt. 173a en b Sr)

Parket bij de Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:574

De in de aanhef van de delictsomschrijving van artikel 173b Sr bedoelde ‘schuld’ heeft betrekking op de in die aanhef bedoelde vervuilende gedraging: het in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater brengen van een stof. Datzelfde geldt mutatis mutandis voor ‘opzet’ in de doleuze tegenhanger van deze bepaling in artikel 173a Sr. De wederrechtelijkheid is aan het schuldverband onttrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor dodelijk ongeluk mestsilo Makkinga definitief

De veroordelingen van een bedrijf dat zich bezighoudt met het mixen en pompen van mest en de bestuurder van dit bedrijf wegens strafbare feiten in verband met een dodelijk ongeluk bij het schoonmaken van een mestsilo in Makkinga in 2013, blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schadevergoedingsprocedure in strijd met EVRM

EHRM 28 mei 2020, ECLI:CE:ECHR:2020:0528JUD002962007 (Farzaliyev t. Azerbeidzjan)

Klager, de voormalige Minister President van de NAR (Nakhchivan Autonome Republiek) in Azerbeidzjan is vervolgd voor verduistering van overheidsmiddelen. Alhoewel hij niet strafrechtelijk werd veroordeeld, is in een civiele procedure bepaald dat hij het verduisterde bedrag moest terugbetalen. Het EHRM is met klager van oordeel dat artikel 6, eerste lid, EVRM is geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^