Beslag onder notaris ex art. 98 Sv op geheimhouderstukken: Moeten onregelmatigheden bij doorzoeking en inbeslagneming leiden tot gegrondverklaring klaagschrift?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:277

Het gaat in deze zaak stukken en digitale gegevensdragers (verder aangeduid als stukken) die op 11 april 2016 in beslag zijn genomen tijdens een doorzoeking ter inbeslagneming die ten kantore van de klaagster (kandidaat-notaris) en de klager (notaris) heeft plaatsgevonden. Deze doorzoeking werd verricht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een verdenking van de klagers ter zake van overtreding van art. 16 van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme (de Wwft) en een verdenking van drie andere personen (niet-verschoningsgerechtigden) te weten betrokkene 1, betrokkene 2 en betrokkene 3 ter zake van witwassen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Art. 12 Sv procedure: Ondanks onvoldoende onderzoek van de politie valt een succesvolle strafvervolging van beklaagden niet te verwachten

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 4 februari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:326

Het klaagschrift ziet op de beslissing van het openbaar ministerie om beklaagden niet te vervolgen ter zake van Whatsapp fraude. Het hof is van oordeel dat het door de politie verrichte onderzoek summier is geweest. Oplichting dan wel fraude via WhatsApp komt steeds vaker voor en hiervoor wordt in de media veelal gewaarschuwd. Ondanks deze waarschuwingen heeft klager, zonder uitvoerige controle, geld overgemaakt naar een tweetal rekeningen die niet op naam van naam autobedrijf staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing van verzoek tot het horen van een (alibi)getuige

Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:125

Niet in geschil is dat het hof bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaaf heeft aangelegd, te weten of de noodzaak daartoe is gebleken (het noodzakelijkheidscriterium). Het noodzakelijkheidscriterium houdt verband met de taak en de verantwoordelijkheid van de strafrechter voor de volledigheid van het onderzoek van de zaak. Met het oog daarop is hem de bevoegdheid toegekend om ambtshalve onder meer de oproeping van getuigen te bevelen voor het geval hem de noodzakelijkheid blijkt van dat verhoor, ongeacht wat de procespartijen daarvan vinden. Tegen deze achtergrond is bij de beoordeling van een gemotiveerd, duidelijk en stellig verzoek van de verdediging aan de rechter om ambtshalve gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen, slechts van belang of hij het horen van die getuigen noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: wel hoger beroep mogelijk tegen beslissing tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens nieuw strafbaar feit

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:160

Er is wel hoger beroep mogelijk tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een nieuw strafbaar feit, ondanks dat dat niet meer expliciet in de (nieuwe) wet (USB) staat. Dat staat onder meer in de vordering tot cassatie in het belang der wet van advocaat-generaal (AG) Bleichrodt die vandaag is ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling zwartspaarder: Overwegingen over redelijk vermoeden van schuld, zwijgrecht bij samenloop fiscale en strafzaak, gerechtvaardigd vermoeden witwassen en overmacht in de zin van noodtoestand

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 februari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:404

Uit het dossier komt naar voren dat de verdachte op 10 oktober 2013 een verklaring heeft gedaan van vrijwillige verbetering van buitenlands vermogen op rekeningen bij de bank BNP Paribas in Luxemburg over de jaren 2001 tot en met 2012, teneinde gebruik te kunnen maken van de inkeerregeling. De Belastingdienst heeft de verdachte naar aanleiding hiervan vragen gesteld die door de verdachte zijn beantwoord. De rekeningen zijn door de verdachte geopend in 1993, 1999 en 2006 en alle stortingen zijn verricht vóór 1 januari 2001. Over de herkomst heeft de verdachte verklaard dat zij in de periode 1985 tot 1991 deelbedragen van het vermogen van haar grootmoeder heeft ontvangen en deze bedragen heeft geïnvesteerd in aandelen, spaarbrieven en andere waardepapieren. In deze periode heeft zij met dit beginkapitaal van haar oma vooral in Duitsland gespeculeerd met aandelen, heeft zij pandbrieven aangekocht en verkocht en hieruit winst genoten.

Read More
Print Friendly and PDF ^