Artikel: Redenen voor gebrekkig integriteitsbeleid

Van organisaties wordt verwacht dat zij beschikken over adequaat integriteitsbeleid, maar in de praktijk blijkt het daar nogal eens aan te ontbreken. Organisaties kunnen zo hun eigen redenen en motieven hebben om minder werk te maken van integriteit dan nodig is. In dit artikel worden 19 mogelijke motieven beschreven, geclusterd in zes thema’s. Er wordt onderscheid gemaakt naar drie typen motieven: praktische motieven (omdat de tijd en middelen daarvoor zouden ontbreken), pragmatische motieven (omdat beperkt integriteitsbeleid ook zou volstaan) en principieel/inhoudelijke motieven (omdat integriteitsbeleid niet zou werken en negatieve effecten heeft). De meeste motieven blijken bij nader inzien niet steekhoudend te zijn. Er zijn echter ook motieven die verraderlijk zijn of problemen bloot leggen en daarom extra aandacht verdienen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak politicus voor opruiing: uitlatingen over geweld en verzet overschrijden strafrechtelijke grens niet

Gerechtshof Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:333

Het gerechtshof Den Haag spreekt op 5 maart 2026 een Tweede Kamerlid vrij van opruiing voor uitlatingen over geweld en verzet tijdens de boerenprotesten in 2022. De verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren voor twee tenlastegelegde feiten van opruiing in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof oordeelt dat de uitlatingen, bezien naar inhoud en strekking in hun onderlinge samenhang, niet direct noch indirect aansporen tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Daarbij kent het hof betekenis toe aan het feit dat de verdachte in zijn toespraken herhaaldelijk vreedzaam en geweldloos verzet bepleit en het gebruik van geweld niet concreet maakt. Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens detournement de pouvoir en schending van het gelijkheidsbeginsel, wordt verworpen. Het hof vernietigt het vonnis en spreekt de verdachte integraal vrij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na valselijk opmaken van facturen: rechtbank schat wederrechtelijk voordeel op 10 procent van uitbetaalde factuurbedragen

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2119

De rechtbank Amsterdam legt in een ontnemingszaak een betalingsverplichting op van 75.000 euro na een veroordeling wegens valsheid in geschrift. De veroordeelde heeft in de periode 2015 tot en met 2018 valse facturen opgesteld en ingediend bij twee besloten vennootschappen voor niet-geleverde diensten en goederen. In totaal is 774.877 euro uitbetaald op de bankrekeningen van aan de veroordeelde gelieerde ondernemingen. De rechtbank schat het daadwerkelijke voordeel van de veroordeelde op ongeveer 10 procent van dat bedrag, omdat het grootste deel van de opbrengsten is aangewend voor het zwart betalen van personeel van de vennootschappen. Het Openbaar Ministerie vordert aanvankelijk 713.349 euro, later gematigd tot 356.000 euro, maar de rechtbank wijkt hier aanzienlijk van af. De rechtbank constateert daarnaast een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden, die voldoende wordt gecompenseerd in de gunstige afronding van het ontnemingsbedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor oplichting van vijf hotels: Rb kan oplichtingsmiddel niet vaststellen en acht het goed mogelijk dat verdachte in de veronderstelling was dat hij de rekeningen kon betalen

Rechtbank Amsterdam 26 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2102

De rechtbank Amsterdam spreekt een verdachte vrij van oplichting van vijf hotels in Amsterdam, Haarlem en Zeist in de periode van juni 2022 tot januari 2023. De verdachte verbleef in de hotels en maakte gebruik van maaltijden en dranken, maar betaalde de rekeningen niet. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat het oplichtingsmiddel is geweest, omdat het dossier onvoldoende inzicht biedt in het reserverings- en incheckproces. Daarnaast kan het opzet op het niet betalen niet worden bewezen, mede omdat de verdachte in dezelfde periode bij een van de hotels wel een rekening heeft voldaan. Uit gedragskundige rapportages blijkt dat de verdachte ervan overtuigd is een succesvol bedrijf te hebben, waardoor de rechtbank het goed mogelijk acht dat hij dacht de rekeningen te kunnen betalen. De rechtbank concludeert dat sprake is van civielrechtelijk laakbaar handelen, maar niet van strafrechtelijke oplichting, en verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belaging van een rechtspersoon: hof oordeelt dat stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een stichting mogelijk is

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1096

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een verdachte voor belaging van een stichting voor hulpverlening en bevestigt daarmee dat een rechtspersoon slachtoffer kan zijn van belaging in de zin van artikel 285b lid 1 Sr. De verdachte, een voormalig deelnemer aan een proefwonen-traject, belaagt de stichting gedurende meerdere maanden door veelvuldig locaties te bezoeken, te bellen, dreigende briefjes achter te laten en negatieve TikTok-video's te plaatsen. Het hof verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 2000 waaruit volgt dat een rechtspersoon in beginsel beschikt over een persoonlijke levenssfeer waarop inbreuk kan worden gemaakt. Het Openbaar Ministerie wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van de belaging van individuele medewerkers, wegens het ontbreken van individuele klachten als vereist op grond van artikel 285b lid 2 Sr. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien weken met aftrek van voorarrest en een locatieverbod voor de duur van drie jaren, dat dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Het hof acht het zorgwekkend dat eerdere maatregelen, waaronder een stopgesprek met de politie en een locatieverbod, de verdachte niet hebben weerhouden van zijn gedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^