Over de ruimte voor ministers en staatssecretarissen om vervolgfuncties aan te nemen na inwerkingtreding van de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen

Op 20 februari 2026 is de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (Wet rivb) in werking getreden. Vormt de Wet rivb een sta-in-de-weg voor het vervolg van de maatschappelijke carrière van een bewindspersoon? In deze bijdrage wordt de zaak van Gijs Tuinman, voormalig Staatssecretaris van Defensie, geschetst ter illustratie van de abstractere onderliggende vraag: hoeveel ruimte hebben gewezen bewindspersonen na inwerkingtreding van de wet nog om vervolgfuncties te accepteren?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strengthening the Protection of EU's Financial Interests via Criminal Law

Een onderzoeksproject onder leiding van prof. Anna Maria Maugeri (Universiteit van Catania) analyseert systematisch de EU-wetgeving over fraude, corruptie, witwassen en de aansprakelijkheid van rechtspersonen, met als doel de bescherming van de financiële belangen van de Unie te versterken. Doordat de EU-instrumenten ongelijk worden geïmplementeerd, ontstaat een wisselend beschermingsniveau dat de EU-begroting en de geloofwaardigheid van de instellingen onder druk zet. Het onderzoek beoordeelt de effectiviteit en implementatie van onder meer de PIF-richtlijn (2017/1371), Verordening 2988/95, de anticorruptierichtlijn (2026/1021), de antiwitwaswetgeving en de confiscatierichtlijn (2024/1260), en bekijkt de rol van het EOM bij PIF-delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Judgment of the Court of First Instance in the Case Franchet and Byk v European Commission

In zaak T-48/05 kende het Gerecht van eerste aanleg Yves Franchet en Daniel Byk 56.000 euro schadevergoeding toe wegens fouten van de Europese Commissie en OLAF tijdens het Eurostat-onderzoek. De uitspraak raakt drie punten. De onschuldpresumptie werd geschonden door een persbericht van 9 juli 2003, terwijl het informeren van een parlementaire commissie geen schending opleverde. OLAF verzuimde de betrokkenen tijdig te informeren en te horen voordat conclusies met naam en toenaam aan de justitiële autoriteiten werden doorgegeven. Ten slotte had OLAF het Comité van toezicht moeten raadplegen vóór doorzending aan de nationale gerechtelijke autoriteiten, niet pas op het moment daarvan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: OLAF and the Push and Pull Factors of a European Criminal Justice System

Toen OLAF in 1999 werd opgericht, koos men bewust voor een administratief instrument om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden ten nadele van de financiële belangen van de Gemeenschap te bestrijden. Tien jaar later blijkt die kwalificatie nauwelijks houdbaar. Het werk van OLAF vertoont een uitgesproken strafrechtelijk karakter: een groot deel van de zaken vraagt om justitiële opvolging, de bevoegdheden bij interne onderzoeken naderen die van opsporingsdiensten, en betrokkenen voelen zich onvoldoende beschermd. Deze spanningen vormen zowel een pull- als een pushfactor richting een Europees strafrechtelijk systeem, juist nu het Verdrag van Lissabon de strafrechtelijke profilering van de EU op scherp zet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overzicht van anticorruptiehandhaving 2025-2026: de Blanche-memo, de eerste corporate afdoeningen en de koers van de SEC

In het augustusnummer 2026 van CEP Magazine beschrijven Jordan E. Segall, Joshua Drew en Mena Sawyer de stand van de handhaving van de Foreign Corrupt Practices Act na de handhavingspauze van februari 2025. Executive Order 14209 van 10 februari 2025 gelastte de attorney general nieuwe FCPA-onderzoeken en handhavingsacties 180 dagen op te schorten, waarna deputy attorney general Todd Blanche op 9 juni 2025 nieuwe richtlijnen uitvaardigde. Sindsdien hervatte het U.S. Department of Justice de handhaving met onder meer een declination voor Liberty Mutual, een deferred prosecution agreement van ruim $ 118 miljoen met TIGO Guatemala en een schikking van $ 10 miljoen met Scoular Company. De Securities and Exchange Commission kondigde in 2025 geen enkele FCPA-schikking aan, actualiseerde in februari 2026 haar Enforcement Manual en zette in op fraude, marktmanipulatie en beleggersschade. Tegelijk vervolgt het DOJ individuen, met veroordelingen in de zaken Zaglin, Hobson en Rovirosa Martinez, en loopt de strafzaak tegen Smartmatic in het Southern District of Florida. Buiten de Verenigde Staten bleven de Serious Fraud Office, de Wereldbank en samenwerkende Europese autoriteiten actief, met in mei 2026 de eerste deferred prosecution agreement van de SFO in vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De Sanderink-beschikking: toegenomen rol van 'niet-klassieke actoren' in het enquêterecht?

De Ondernemingskamer oordeelde op 11 december 2025 dat bij Centric in de periode 2018-2022 sprake is geweest van wanbeleid, waarvoor oud-bestuurder en grootaandeelhouder Sanderink primair verantwoordelijk is. Opvallend is dat ook zijn echtgenote en een werknemer verantwoordelijk worden gehouden, terwijl geen van beiden een formele bestuursfunctie bekleedde. De verantwoordelijkheid van de echtgenote sluit aan bij bestaande rechtspraak over feitelijk beleidsbepalers. Nieuw is dat een werknemer verantwoordelijk wordt gehouden op grond van gedragingen in zijn hoedanigheid van werknemer. De auteur plaatst de uitspraak in de bredere tendens waarin 'niet-klassieke actoren' een grotere rol krijgen binnen het enquêterecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klimaatverandering: nieuwe wegen in bestaande rechtsgebieden

Klimaatverandering dringt door in vrijwel alle onderdelen van het recht. Ook rechtsgebieden die op het eerste gezicht niet direct met klimaatregulering worden geassocieerd, worden steeds vaker geconfronteerd met klimaatbelangen. Dit artikel onderzoekt hoe uiteenlopende rechtsgebieden daarmee omgaan en in hoeverre zij vanuit hun eigen structuur ruimte bieden voor de integratie van klimaatoverwegingen. Daarbij staat het begrip ‘autonome draagkracht’ centraal: het vermogen van een rechtsgebied om klimaatbelangen zelfstandig te incorporeren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het beëindigen van bancaire relaties: van boilerroomfraude, poortwachters en categoriale opzegging

Een bank mag een bancaire relatie in beginsel opzeggen, maar art. 6:248 lid 2 BW begrenst die vrijheid: gebruik van een opzegbeding kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Aan de hand van vier recente uitspraken over betaalrekeningen, kredietovereenkomsten, vermoedens van fraude en categoriale opzegging worden de factoren geïnventariseerd die bepalen of een opzegging rechtsgeldig is. Het type dienstverlening weegt zwaar: een betaalrekening is bijna onmisbaar voor deelname aan het maatschappelijk verkeer, een krediet niet. Daartegenover staan het kredietrisico en de poortwachtersfunctie uit de Wwft. Vooral wanneer de Wwft tot beëindiging verplicht, botsen de civielrechtelijke zorgplicht en het financieel toezichtrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Maatschappelijke perspectieven als spiegel voor het wetsvoorstel 'Gegevensvergaring Openbare Orde'

Dit artikel onderzoekt hoe maatschappelijke opvattingen over het verzamelen van online gegevens kunnen worden meegenomen bij de juridische beoordeling van het wetsvoorstel Gegevensvergaring Openbare Orde. Aan de hand van een analyse van consultatiereacties, burgerinterviews en expertgesprekken wordt inzicht verkregen in de wijze waarop maatschappelijke zorgen samenhangen met de beginselen van proportionaliteit, voorzienbaarheid en grondrechtenbescherming. De bevindingen laten zien dat opvattingen van burgers niet alleen inzicht bieden in de maatschappelijke aanvaardbaarheid van online gegevensvergaring, maar ook aanwijzingen kunnen geven voor mogelijke juridische kwetsbaarheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zakelijk gedrag en ondergronds bankieren in Nederlandse witwasnetwerken onderzocht

Een nieuw open access artikel in het tijdschrift Crime, Law and Social Change onderzoekt hoe samenwerkingsrelaties ontstaan binnen Nederlandse witwasnetwerken van professionele witwassers. De studie van Jo-Anne Kramer, Ieke de Vries en Arjan Blokland is op 14 juli 2026 online verschenen en gebaseerd op politieregistraties over 117 financiële facilitators die actief waren in de periode 2016 tot en met 2020. Met behulp van exponential random graph models brengen de auteurs in kaart welke individuele, relationele en structurele kenmerken de vorming van onderlinge contacten verklaren. Facilitators die zich zakelijker gedragen blijken een grotere kans te hebben op samenwerkingsrelaties, vooral wanneer zij geen ondergronds bankier zijn. Ondergrondse bankiers werken vaker samen met andere ondergrondse bankiers dan met facilitators uit andere expertisegroepen, en binnen die groep is een neiging tot driehoeksrelaties zichtbaar. De auteurs wijzen op mogelijke vertekening door selectieve opsporing en presenteren het onderzoek als een eerste stap in het begrijpen van de mechanismen achter witwasnetwerken.

Read More
Print Friendly and PDF ^