Overzicht van anticorruptiehandhaving 2025-2026: de Blanche-memo, de eerste corporate afdoeningen en de koers van de SEC
/In het augustusnummer 2026 van Compliance & Ethics Professional, een uitgave van de Society of Corporate Compliance and Ethics, verscheen het artikel "Anti-corruption enforcement and compliance: Where we stand now" van Jordan E. Segall, senior counsel ethics en compliance bij Xylem, en Joshua Drew en Mena Sawyer, beiden verbonden aan Miller & Chevalier. De auteurs zetten de ontwikkelingen op een rij die volgden op de opschorting van de handhaving van de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) in het voorjaar van 2025. De juridische kern zit in twee documenten: Executive Order 14209 van 10 februari 2025, die het U.S. Department of Justice (DOJ) opdroeg gedurende 180 dagen geen nieuwe FCPA-onderzoeken of handhavingsacties te starten, en de memo van deputy attorney general Todd Blanche van 9 juni 2025 met nieuwe richtlijnen voor FCPA-onderzoek en handhaving. Het artikel inventariseert vervolgens de afdoeningen tegen ondernemingen, de strafzaken tegen individuen en de handhavingsactiviteit van de Securities and Exchange Commission (SEC), en plaatst die naast ontwikkelingen bij buitenlandse en multilaterale autoriteiten. De auteurs schrijven dat de berichten over de ondergang van de FCPA overdreven blijken, omdat het DOJ bepaalde zaken is blijven vervolgen en autoriteiten buiten de Verenigde Staten actief zijn gebleven.
De handhavingspauze van februari 2025
Op 5 februari 2025 vaardigde de toenmalige attorney general Pamela Bondi de memo "Total Elimination of Cartels and Transnational Criminal Organizations" uit. Daarin werden de middelen beschreven die het DOJ inzet tegen kartels en transnationale criminele organisaties, in het bijzonder tegen buitenlandse terroristische organisaties en specially designated global terrorists. Later in februari 2025 wees de regering acht criminele organisaties in Latijns-Amerika aan als Foreign Terrorist Organization. De Bondi-memo droeg de FCPA-unit van de Criminal Division op prioriteit te geven aan onderzoeken naar buitenlandse omkoping die mensensmokkel en drugs- of wapenhandel faciliteert, en de aandacht weg te bewegen van zaken zonder zo'n verband.
Executive Order 14209 volgde op 10 februari 2025. In de tekst staat dat de bestaande handhavingspraktijk het buitenlands beleid van de Verenigde Staten belemmert en daarmee raakt aan de bevoegdheid van de president onder artikel II van de grondwet, en dat te ruime en onvoorspelbare FCPA-handhaving tegen Amerikaanse burgers en ondernemingen de Amerikaanse economische concurrentiepositie en daarmee de nationale veiligheid schaadt. De attorney general kreeg de opdracht gedurende 180 dagen geen nieuwe FCPA-onderzoeken of handhavingsacties te initiëren, in afwachting van een herbeoordeling van lopende onderzoeken en vervolgingen en van nieuwe handhavingsrichtlijnen.
De Blanche-memo en de nieuwe richtlijnen
De memo van 9 juni 2025 benoemt twee doelstellingen: het beperken van onnodige lasten voor Amerikaanse ondernemingen die in het buitenland opereren, en het richten van handhaving op gedrag dat rechtstreeks de Amerikaanse nationale belangen ondermijnt, zoals op het terrein van nutsvoorzieningen, nationale veiligheid, informatietechnologie en kunstmatige intelligentie. Aan officieren van justitie geeft de memo mee zich te richten op zaken waarin individuen crimineel hebben gehandeld en niet-specifiek wangedrag niet toe te schrijven aan bedrijfsstructuren, onderzoeken zo voortvarend mogelijk af te ronden en gedurende het gehele onderzoek rekening te houden met collaterale gevolgen, waaronder de mogelijke verstoring van rechtmatige bedrijfsactiviteiten en de gevolgen voor werknemers.
De memo sluit af met een niet-limitatieve opsomming van factoren voor onderzoek en handhaving: de volledige eliminatie van kartels en transnationale criminele organisaties, het waarborgen van eerlijke concurrentiekansen voor Amerikaanse ondernemingen, het bevorderen van de Amerikaanse nationale veiligheid en het prioriteren van onderzoeken naar ernstig wangedrag. Blanche herhaalde die factoren in december 2025 in een toespraak op een FCPA-conferentie. Eind februari 2026 publiceerde Jay Clayton, U.S. Attorney voor het Southern District of New York, het declinationsbeleid van zijn parket, waarin dezelfde factoren terugkeren en waarin buitenlandse corruptie uitdrukkelijk als verzwarende factor wordt aangemerkt die deelname aan het programma uitsluit.
De koers van de SEC
De SEC kondigde in 2025 geen FCPA-schikkingen aan en publiceerde in dat jaar geen eigen richtlijnen over haar FCPA-prioriteiten. Er circuleerden berichten dat de FCPA-handhavingsunit van de SEC was opgeheven. In februari 2026 hield Margaret Ryan, destijds directeur van de Division of Enforcement, een toespraak waarin zij benadrukte dat het handhavingswerk bij de SEC doorgaat, met nadruk op kwaliteit en op de invloed van handhavingsacties op de integriteit van de markt. Zij zei dat de SEC een terughoudender benadering kiest bij overtredingen zonder fraudecomponent, waaronder schendingen van de administratieplichten, en dat zulke overtredingen in beginsel door andere afdelingen als compliancetekortkomingen behandeld zouden moeten worden, tenzij er risico's voor beleggers of de markt zijn of de betrokkene er voordeel bij had. Het vertrek van Ryan werd op 16 maart 2026 aangekondigd, na zeven maanden in die functie.
In april 2026 werd David Woodcock aangekondigd als nieuwe directeur van de Division of Enforcement. In mei 2026 zei hij het handhavingsprogramma terug te brengen naar de basis, met een verschuiving naar kwaliteit boven kwantiteit, gericht op bescherming van beleggers tegen reële schade, waaronder aanbiedingsfraude, boekhoud- en publicatiefraude, handel met voorwetenschap, marktmanipulatie, fraude door buitenlandse actoren en schendingen van fiduciaire verplichtingen. Deputy enforcement director David Morrell herhaalde dat standpunt in juni 2026 met de opmerking dat de toezichthouder geen cijfers en statistieken najaagt.
In februari 2026 actualiseerde de SEC haar Enforcement Manual voor het eerst sinds 2017. Het handboek legt meer nadruk op krediet voor zelfmelden, remediëring en medewerking, en verduidelijkt wanneer strafrechtelijke doorverwijzing is vereist. Voorgeschreven is een prioriteringsanalyse waarin wordt beoordeeld of sprake is van wijdverbreide schade voor beleggers, of het onderwerp opkomend is en of er een mogelijkheid bestaat een sterke afschrikkende boodschap af te geven. De SEC heeft aangegeven het handboek voortaan jaarlijks te actualiseren. In april 2026 verscheen het Enforcement Report over boekjaar 2025, waarin voorzitter Paul Atkins schreef dat de SEC in 2025 middelen heeft verlegd naar het type wangedrag met de grootste schade, in het bijzonder fraude, marktmanipulatie en misbruik van vertrouwen, en weg van benaderingen die volume en recordboetes vooropstelden.
In mei 2026 trok de SEC haar beleid in dat betrokkenen verbood schikkingen publiekelijk te betwisten. In dezelfde maand stelde de toezichthouder hervormingen voor rond de rapportageverplichtingen van beursgenoteerde ondernemingen, waaronder het verkrijgen van een verklaring van de accountant over de interne beheersing van de financiële verslaggeving. In 2026 sloot de SEC lopende corruptieonderzoeken naar orthopedisch fabrikant Stryker, farmaceut Dr. Reddy's Laboratories Ltd., medisch hulpmiddelenfabrikant Merit Medical Systems, franchiseonderneming FAT Brands en elektronicafabrikant Methode Electronics.
Afdoeningen tegen ondernemingen
Op 7 augustus 2025 maakten het DOJ en het parket voor het District of Massachusetts bekend dat zij afzagen van vervolging van Liberty Mutual Insurance Company. De zaak zag op een omkopingsschema van $ 1,47 miljoen waarbij een Indiase dochtervennootschap via tussenpersonen tussen 2017 en 2022 zes staatsbanken in India betaalde. De betalingen werden als marketingkosten geboekt en gedaan in ruil voor klantverwijzingen naar de verzekeringsproducten van de dochter. De declination volgde op de criteria van het DOJ Corporate Enforcement and Voluntary Self-Disclosure Policy en was de eerste corporate FCPA-afdoening onder de huidige regering, na bijna acht maanden zonder afdoeningen of vervolgingen. Het DOJ omschreef de medewerking als volledig en proactief en woog mee dat Liberty Mutual het gedrag begin maart 2024 vrijwillig had gemeld tijdens een lopend, nog onvolledig intern onderzoek, zonder verzwarende omstandigheden. Liberty Mutual stemde in met het afstaan van bijna $ 4,7 miljoen aan winst en met verbetering van haar compliancemaatregelen, interne beheersing en toezicht op betalingen aan derden.
In het najaar van 2025 werd het Britse stemmachinebedrijf Smartmatic vervolgd wegens samenspanning tot overtreding van de FCPA, samenspanning tot witwassen en witwassen. Drie bestuurders van Smartmatic waren in augustus 2024 al vervolgd in verband met een vermeend omkopingsschema rond contracten voor stemmachines in de Filipijnen. In oktober 2025 verkreeg het DOJ een aangepaste tenlastelegging waarin de vennootschap als verdachte werd toegevoegd, terwijl de onderneming publiekelijk verklaarde met het DOJ mee te werken. Volgens de auteurs is dit vermoedelijk de eerste keer in ongeveer vijftien jaar dat een vennootschap op FCPA-gronden is vervolgd. De zaak loopt bij het Southern District of Florida; Smartmatic heeft een verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring ingediend wegens vindictive and selective prosecution.
Op 12 november 2025 sloot het DOJ een deferred prosecution agreement van twee jaar met Comunicaciones Celulares S.A. en moedermaatschappij Millicom International Cellular S.A., handelend onder de naam TIGO Guatemala. Volgens de processtukken betrof het een wijdverbreid en systematisch omkopingsschema van 2012 tot 2018, met maandelijkse betalingen, doorgaans contant, aan een groot aantal Guatemalteekse parlementsleden of leden van hun beveiligingsteams, onder meer in ruil voor steun voor wetgeving die het bedrijf ten goede kwam. Het DOJ had het aanvankelijke onderzoek in 2018 gesloten en ontwikkelde in 2020 nieuw bewijs, waaronder de bevinding dat opbrengsten uit drugshandel werden gebruikt om een deel van de omkopingsbetalingen te genereren. De onderneming betaalde ruim $ 118 miljoen.
Op 27 januari 2026 schikte de SEC met Archer-Daniels-Midland Company en drie voormalige bestuurders na weging van de medewerking en de herstelmaatregelen van de onderneming. De SEC stelde dat de prestaties van een bedrijfsonderdeel waren opgeblazen dat aan beleggers werd gepresenteerd als de motor van de groei. Hoewel het geen corruptiezaak is, bracht de SEC de zaak onder de bepalingen over interne beheersing en administratieplichten van de FCPA. Archer-Daniels-Midland betaalde $ 40 miljoen.
Op 19 maart 2026 zag het DOJ af van vervolging van het Franse medisch-technologiebedrijf Balt in verband met een omkopingsschema van $ 600.000 waarbij de Amerikaanse dochter was betrokken. Balt stond ongeveer $ 1,2 miljoen af en schikte beschuldigingen dat bestuurders van Balt USA een Franse arts in een staatsziekenhuis in Frankrijk hadden omgekocht. Het DOJ verwees naar het tijdige zelfmelden tijdens het interne onderzoek, de volledige medewerking, aanpassingen in de interne beheersing, tijdige remediëring en het afstaan van de opbrengsten. De afdoening werd afgestemd met het Parquet National Financier, de Franse handhavingsautoriteit voor financieel-economische criminaliteit, wat volgens het DOJ meewoog omdat Balt onder het Franse stelsel complianceverplichtingen opgelegd heeft gekregen. De bekendmaking volgde nadat de verantwoordelijke bestuurders individueel waren vervolgd.
In april 2026 startte de SEC een handhavingsactie tegen Key Tronic en twee zittende bestuurders wegens onjuiste boekingen in het voorraadsysteem van een productielocatie, waaruit bleek dat voorraad in een maandelijkse fiscale periode werd bewerkt terwijl daar in die periode niet aan werd gewerkt. De boekingen werden na afloop van de periode op aanwijzing van de bestuurders teruggedraaid, wat leidde tot een met 44 procent te hoog opgegeven kwartaalresultaat in de geplande winstbekendmaking. Ook hier ging het niet om corruptie, maar bracht de SEC de zaak onder de bepalingen over interne beheersing en administratieplichten. De SEC gelastte Key Tronic en de bestuurders zich van verdere overtredingen te onthouden en legde de bestuurders civiele boetes van in totaal $ 35.000 op. De toezichthouder wees op de medewerking en de herstelmaatregelen, waaronder het publiekelijk erkennen van boekhoudfouten in latere kwartaalrapportages.
Op 17 juli 2026 maakte het DOJ bekend dat Scoular Company, een onderneming in agrarische toeleveringsketens, $ 10 miljoen betaalt ter afdoening van een onderzoek naar omkoping van Mexicaanse ambtenaren om goederen over de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico te vervoeren. De onderneming ging een deferred prosecution agreement van drie jaar aan wegens samenspanning tot overtreding van de anticorruptiebepalingen van de FCPA, in het Western District of Texas. Bij de bekendmaking stelde het DOJ dat een deel van de betaalde steekpenningen uiteindelijk ten goede is gekomen aan personen die banden hebben met kartels aan de grens, waarbij het DOJ erkende dat Scoular en haar werknemers niet van dat verband op de hoogte waren.
Vervolging van individuen
Op 11 augustus 2025 vervolgde het DOJ twee Mexicaanse onderdanen, Ramon Alexandro Rovirosa Martinez en Mario Alberto Avila Lizarraga, die rechtmatig in de Verenigde Staten woonden, wegens omkoping van het Mexicaanse staatsoliebedrijf Petróleos Mexicanos (PEMEX). De betalingen vonden plaats tussen 2019 en 2021 en betroffen ten minste $ 150.000 in contanten en luxegoederen om contracten te verwerven voor hun onderneming Roma Energy. In het oorspronkelijke persbericht stelde het DOJ dat een van de betrokkenen banden met een kartel had; die verwijzingen werden later verwijderd. Op 5 december 2025 veroordeelde een jury in het Southern District of Texas Rovirosa Martinez wegens overtreding van de FCPA, waarna hij een maximumstraf van vijftien jaar gevangenisstraf riskeerde. De verdediging diende een verzoek om vrijspraak in op grond van bewijsrechtelijke bezwaren tegen de vertalingen van de tijdens het proces gebruikte WhatsApp-communicatie. Dat verzoek werd in april 2026 gehonoreerd en leidde tot zijn invrijheidstelling.
Op 15 september 2025 veroordeelde een jury Carl Zaglin, voormalig bestuursvoorzitter van het in Georgia gevestigde Atlanco LLC, wegens zijn rol in een schema waarbij Hondurese ambtenaren werden omgekocht en geld werd witgewassen om contracten te verwerven voor de levering van uniformen en toebehoren voor politie- en opsporingsdiensten, ten koste van concurrerende Amerikaanse ondernemingen. In december 2025 kreeg hij acht jaar gevangenisstraf opgelegd. Aldo Nestor Marchena, medeverdachte die in juli 2025 schuld bekende en tijdens het proces tegen Zaglin verklaringen aflegde, werd op 28 oktober 2025 veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens het faciliteren van de betalingen. Zaglin verzocht om een nieuwe behandeling met de stelling dat Marchena vals had verklaard, maar trok dat verzoek later in wegens gebrek aan bewijs.
Op 23 oktober 2025 bekende Carlos Leopoldo Alvelais, die een expeditiebedrijf in Texas en een douane-expediteur in Mexico leidde, in het Western District of Texas schuld aan samenspanning tot overtreding van de FCPA. Hij erkende namens Scoular Company ruim $ 10 miljoen aan steekpenningen te hebben betaald aan Mexicaanse ambtenaren om treinen met goederen de grens over te brengen. Hij kreeg anderhalf jaar gevangenisstraf en een geldboete van $ 250.000 opgelegd.
Op 18 februari 2026 werd Charles Hunter Hobson, vicepresident sales bij Corsa Coal Company, schuldig bevonden aan overtreding van de FCPA door omkoping van functionarissen van een Egyptisch staatsbedrijf en aan samenspanning tot het ontvangen van kickbacks. De steekpenningen dienden om contracten voor zijn onderneming te verwerven; de kickbacks bestonden uit commissies die via een verkooptussenpersoon werden betaald. Het ging om de mijnbouwsector, aangemerkt als een belang van nationale veiligheid, en om een transactie van bijna $ 140 miljoen. Corsa Coal Company werd in deze zaak niet vervolgd.
Begin maart 2026 vervolgde het DOJ voormalige bestuurders van Balt USA, David Ferrera, Amerikaans staatsburger, en Marc Tillman, Belgisch staatsburger, in het Central District of California wegens overtreding van de FCPA. De betalingen zouden over een periode van zes jaar zijn gedaan om een Frans ziekenhuis in overheidshanden te bewegen medische hulpmiddelen af te nemen, waarbij contante betalingen aan een Franse ziekenhuisfunctionaris werden gedaan via schijnadviesovereenkomsten, valse facturen en bonusbetalingen, met communicatie via kanalen buiten het bedrijfssysteem en met codewoorden.
In maart 2026 vervolgde het DOJ de Texaanse ondernemer Alfonso Wilson wegens het betalen van miljoenen aan steekpenningen aan een functionaris van PEMEX om een contract van $ 540 miljoen te verwerven voor een andere onderneming, Drillmec. De betalingen zouden via tussenpersonen zijn gelopen. Het is de tweede zaak over steekpenningen aan een PEMEX-functionaris sinds de handhavingspauze. Binnen enkele weken bekende Wilson schuld aan samenspanning tot overtreding van de anticorruptiebepalingen, met de strafoplegging voorzien op 26 juni 2026. Diego Bergonzi, bestuurder bij Drillmec en eveneens ondernemer in Texas, bekende ook schuld en stemde in met het afstaan van $ 1 miljoen.
In mei 2026 legde de SEC een consent judgment vast tegen Gautam Adani en Sagar Adani in verband met een Indiaas omkopingsschema. In de oorspronkelijke tenlastelegging ging het om betalingen van honderden miljoenen dollars aan Indiase deelstaatambtenaren om overheidscontracten voor een zonne-energiecentrale te verkrijgen, via de aan hen verbonden onderneming Adani Green Energy. Zij schikten zonder erkenning of ontkenning van aansprakelijkheid en wezen daarbij op het compliancebeleid van de onderneming en de naleving van anticorruptiebeginselen als onderdeel van een openbare aanbieding. Als onderdeel van de uitspraak werd hun permanent verboden de effectenwetgeving te overtreden en stemden zij in met civiele boetes van respectievelijk $ 6 miljoen en $ 12 miljoen. Een week later verzocht het DOJ met instemming van partijen om intrekking van de aanhangige strafzaak tegen beiden.
In mei 2026 bekende Abraham Cigarroa Cervantes schuld aan samenspanning tot overtreding van de anticorruptiebepalingen van de FCPA. Hij was financieel directeur van de Latijns-Amerikaanse divisie van Stericycle en zou honderden omkopingsbetalingen aan ambtenaren in Brazilië, Mexico en Argentinië hebben laten verrichten om opdrachten voor afvalverwerking te verkrijgen en te behouden. Volgens de processtukken werden de betalingen contant gedaan als percentage van de onderliggende contractbetalingen door of aan een overheidsklant. Cervantes hield de betalingen bij in spreadsheets, met codewoorden en eufemismen, en onderhield een valse administratie om de betalingen te verhullen, met bijbehorende verklaringen over de juistheid daarvan. Het schema leverde Stericycle in totaal $ 21,5 miljoen aan omzet op; de onderneming sloot in 2022 een deferred prosecution agreement van drie jaar met het DOJ en schikte met de SEC, waarbij zij ruim $ 84 miljoen betaalde aan beide instanties.
In de zomer van 2026 stonden twee zaken op de rol. De Senegalese ondernemer Amadou Diallo moest in Los Angeles terechtstaan wegens overtreding van de FCPA; de vermeende steekpenningen bestonden onder meer uit een gecharterde helikopter en toegangskaarten voor wedstrijden van de Los Angeles Lakers voor een bezoekende Senegalese functionaris, in ruil voor een grondtoewijzing in Senegal. De sector en het doel van de betalingen zijn onduidelijk gebleven. Voormalig Goldman Sachs-bankier Asante Berko moest terechtstaan in het Eastern District of New York wegens overtreding van de FCPA; het vermeende schema betrof het witwassen van geld om Ghanese ambtenaren om te kopen voor een overeenkomst over een elektriciteitscentrale, waarbij de betalingen via het Amerikaanse financiële stelsel liepen. Een vertrouwelijke informant nam ongeveer vijftien uur aan gesprekken op, die tijdens het proces zouden worden gepresenteerd.
Op 13 juli 2026 maakte de SEC bekend te hebben geschikt met Jeffrey Peck, John Sullivan en Frederick Myrick, bestuurders of commissarissen van iSun Inc., wegens het zich toe-eigenen van middelen van de onderneming en van federale gelden uit het Paycheck Protection Program. In april 2020 ontving het zonne-energiebedrijf een lening van $ 1,49 miljoen uit dat programma nadat Peck en Sullivan fictieve arbeids- en loonadministratie hadden opgesteld in een schema om de beloning van de drie te verhogen. De zaak staat los van buitenlandse omkoping, maar de auteurs noemen haar als voorbeeld van het beroep van de SEC op de administratieplichten: volgens de beschikking hebben de betrokkenen ervoor gezorgd dat iSun de federale effectenwetgeving overtrad die ziet op het voeren van een deugdelijke administratie door beursgenoteerde ondernemingen.
Internationale ontwikkelingen
Buiten de Verenigde Staten bleef de handhaving in 2025 en 2026 actief. In Europa vormden het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Zwitserland in maart 2025 een alliantie tegen internationale omkoping en corruptie. In Zuid-Amerika ondertekenden Ecuador en Argentinië een memorandum of understanding over informatie-uitwisseling ter bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en verwante delicten. Brazilië en Singapore zetten hun samenwerking voort in een schikking met Seatrium, wat resulteerde in de eerste deferred prosecution agreement van Singapore. In Noorwegen publiceerde Økokrim richtlijnen voor corporate handhaving en straftoemeting in corruptiezaken, met onder meer zelfmelden, declinations en verwachtingen ten aanzien van compliancebeleid.
In het Verenigd Koninkrijk trad in september 2025 het delict failure to prevent fraud in werking, dat voortvloeit uit de Economic Crime and Corporate Transparency Act 2023 en aanpassingen vergt in risicobeoordeling, interne beheersing, communicatie en training. In november 2025 actualiseerde de Serious Fraud Office (SFO) haar richtsnoeren voor medewerking door ondernemingen, met meer nadruk op zelfmelden en op de tijdigheid van de afdoening. De SFO beoordeelt daarnaast een programma met financiële prikkels voor klokkenluiders.
De handhavingsactiviteit van de SFO omvatte onder meer de vervolging op 7 april 2025 van een Britse verzekeraar wegens failure to prevent bribery onder de UK Bribery Act in verband met activiteiten in Ecuador, en op 28 augustus 2025 de vervolging van voormalige leidinggevenden van Entain plc wegens deelname aan een omkopingsschema op de Turkse gokmarkt. Op 20 november 2025 kondigde de SFO haar eerste grote cryptovaluta-onderzoek aan, naar een vermoed schema van $ 28 miljoen. Op 1 december 2025 volgde de veroordeling van de directeur van vliegtuigonderdelenleverancier AOG Technics wegens fraude met documenten over motoronderdelen die aan luchtvaartmaatschappijen, onderhoudsbedrijven en toeleveranciers waren geleverd. In mei 2026 sloot de SFO haar eerste deferred prosecution agreement in vijf jaar, met defensiebedrijf Ultra Electronics, over steekpenningen die door derden zouden zijn betaald in Oman en Algerije in verband met luchthavenprojecten en infrastructuur. Volgens de auteurs waren zelfmelden, remediëring en verantwoordelijkheid op groepsniveau bepalend voor dat resultaat.
De Wereldbank actualiseerde in november 2025 haar richtsnoeren over anti-omkoping, anticorruptie en effectieve compliance- en interne beheersingsprogramma's. Op 4 november 2025 gaf het Suspension and Debarment Office een Notice of Uncontested Sanctions Proceedings uit tegen Transformers and Rectifiers (India) Limited, naar aanleiding van beschuldigingen van frauduleuze en corrupte praktijken bij een elektriciteitsproject van $ 486 miljoen in Nigeria. Op 11 december 2025 kondigde de Wereldbank een uitsluiting van 24 maanden aan voor het Turkse ingenieursbureau Kontrolmatik Teknoloji Enerji Ve Mühendislik A.Ş. wegens frauduleuze en obstructieve handelingen rond het Emergency Operation for Development Project in Irak, in strijd met het anticorruptiekader van de Wereldbank. Kontrolmatik zou vervalste documenten over eerdere prestaties hebben ingediend, zich als derde partij hebben voorgedaan om die documenten te verifiëren en valse verklaringen aan onderzoekers hebben afgelegd.
De conclusies van de auteurs
Segall, Drew en Sawyer schrijven dat na de hervatting van de handhaving werd verondersteld dat FCPA-onderzoeken zich vooral zouden richten op niet-Amerikaanse ondernemingen, in het bijzonder uit landen die als bedreiging voor Amerikaanse belangen worden gezien, en op ondernemingen in gebieden die worden beïnvloed door kartels en transnationale criminaliteit. Zij wijzen erop dat de Scoular-zaak inderdaad verbanden met kartels en transnationale criminaliteit legt en dat de Blanche-memo Amerikaanse ondernemingen beoogt te ondersteunen bij zakendoen in het buitenland. Hoe die prioriteiten in de praktijk uitwerken noemen zij een work in progress, mede gelet op recente zaken tegen individuen en ondernemingen in de Verenigde Staten.
Volgens de auteurs zouden zaken die Amerikaanse ondernemingen raken, ongeacht hun vestigingsplaats, en waarin individuele verantwoordelijkheid centraal staat, de toetssteen kunnen vormen, zoals in de zaken Zaglin en Hobson en in de afdoening met Balt. Zij signaleren daarnaast dat het DOJ zich beweegt weg van het beboeten van Amerikaanse partijen voor gangbare zakelijke praktijken in andere landen, terwijl wat gangbaar is nog niet aan de hand van concrete onderzoeken is uitgewerkt. Ook de benadering van aansprakelijkheid van ondernemingen voor gedragingen van werknemers of vertegenwoordigers kan volgens hen verschuiven als het DOJ consistent het standpunt inneemt geen collective knowledge theories te hanteren. Zij verwachten dat de verschuivingen bij het DOJ en de SEC kunnen leiden tot minder onderzoeken naar administratieplichten onder de FCPA, maar merken op dat daarvoor meer gegevens nodig zijn, gelet op de recente acties van de SEC tegen Archer-Daniels-Midland, iSun en Key Tronic en de voortgezette vervolgingen van Smartmatic en Diallo door het DOJ.
De auteurs wijzen er verder op dat handhaving ook langs andere wegen kan verlopen, waaronder federale witwaswetgeving en staatsregelgeving zoals de California Unfair Competition Law, en dat de benaderingen van het DOJ en de SEC kunnen wijzigen en handhaafbaar kunnen worden onder een verlengde verjaringstermijn van tien jaar indien de FCPA Reinforcement Act, in maart 2026 ingediend door senatoren van de Democratische Partij, wordt aangenomen.
Afsluiting
Het artikel beschrijft de periode vanaf de Bondi-memo van 5 februari 2025 en Executive Order 14209 tot en met de Scoular-afdoening van 17 juli 2026. De handhavingspauze van 180 dagen is afgelopen, de Blanche-memo van 9 juni 2025 vormt het geldende kader voor FCPA-onderzoek en handhaving bij het DOJ, en het parket voor het Southern District of New York heeft dat kader in februari 2026 uitgewerkt in zijn declinationsbeleid. Bij de SEC is de Enforcement Manual in februari 2026 geactualiseerd en is David Woodcock sinds april 2026 directeur van de Division of Enforcement. De strafzaak tegen Smartmatic loopt bij het Southern District of Florida, waar een verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring aanhangig is; in de zaken Diallo en Berko waren de behandelingen voorzien in de zomer van 2026. De FCPA Reinforcement Act ligt ter behandeling in het Congres.
