Milieucriminaliteit tussen wet en wildernis: waarom strafrecht, wetenschap en beleid elkaar moeten vinden

Milieucriminaliteit staat steeds hoger op de juridische agenda, maar effectieve bestrijding blijkt hardnekkig complex. Dat komt niet alleen door de internationale dimensie of de verwevenheid met georganiseerde misdaad, maar ook door een langdurige juridische en maatschappelijke blinde vlek: schade aan natuur werd lange tijd niet als misdaad gezien. In een recent interview met NRC schetst Daan van Uhm, hoogleraar Milieucriminaliteit aan de Open Universiteit, hoe die houding langzaam kantelt – en waarom een integrale benadering onontkoombaar is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Internationale rechtshulp onder druk: UNODC wijst Nederland op onduidelijkheid bij asset recovery

Het UNODC Country Review Report (2016–2021) beoordeelt de Nederlandse uitvoering van het VN-Verdrag tegen Corruptie, met bijzondere aandacht voor internationale rechtshulp en vermogensontneming. Nederland beschikt volgens het rapport over een uitgebreid juridisch en institutioneel kader voor asset recovery en internationale samenwerking. Positief worden onder meer de multidisciplinaire confiscatieteams en de actieve rol in internationale netwerken genoemd. Tegelijkertijd signaleren de beoordelaars knelpunten door de complexiteit en overlap van juridische grondslagen voor wederzijdse rechtshulp en vermogensontneming. Deze onduidelijkheid kan de effectiviteit van internationale samenwerking belemmeren. De UNODC beveelt daarom aan de toepasselijke rechtsbases te verduidelijken, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een asset recovery guide.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Catching neutralizations: Identifying neutralization techniques for white-collar crimes in offender statements

Neutralization theory proposes that offenders employ cognitive strategies—referred to as neutralization techniques— that enable them to perceive their engagement in an act of crime as morally justifiable. Sykes and Matza (1957) are widely regarded as the spiritual fathers of the theory, which centers on these techniques. They sought to explain why certain people violate the rules, despite the potential negative consequences. According to their theory, neutralizations occur prior to the deviant behavior and thus lower the moral threshold, allowing the behavior to be executed without guilt or moral conflict. Although originally developed to explain juvenile delinquency, neutralization techniques have been considered particularly important for the explanation of white-collar crime (Maruna and Copes, 2005). It is therefore not surprising that rationalizations were part of Sutherland’s differential association theory, who also introduced the concept of white-collar crime (Sutherland, 1947). Similar to neutralization, rationalization is commonly conceptualized as a cognitive strategy whereby individuals seek to legitimize their behavior through the provision of ostensibly rational explanations.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ondervraging van belastende getuigen: van een 75-jarige EVRM-norm naar een piepjonge jurisprudentiële norm in het Unierecht

Het recht van de verdachte om belastende getuigen te ondervragen is expliciet neergelegd in artikel 6 lid 3 onder d Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en maakt tevens deel uit van het algemenere recht op een fair hearing zoals vervat in artikel 6 lid 1 EVRM. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is dit ondervragingsrecht verder ontwikkeld, in het bijzonder door de richtinggevende uitspraken van de Grote Kamer in de zaken Al-Khawaja en Tahery en Schatschaschwili. De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over dit thema verschillende keren aangepast naar aanleiding van de zich ontwikkelende rechtspraak van het EHRM, meest recent naar aanleiding van de Straatsburgse ‘veroordeling’ van Nederland in de zaak Keskin. Ook in aanhangige wetgeving is de Straatsburgse invloed op dit terrein waarneembaar. In artikel 4.3.11 lid 1 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een bewijsregel opgenomen die aansluit bij de uitgangspunten die het EHRM hanteert: het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan, kan niet in beslissende mate steunen op mededelingen van een persoon die de verdachte niet heeft kunnen ondervragen, tenzij het recht op een eerlijk proces daardoor niet wordt geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Verkeersstrafrecht en mediation in strafzaken

Anders dan bij misdrijven als levensdelicten of zedendelicten kan iedereen zich wel voorstellen dat hij of zij ooit terecht komt te staan op beschuldiging van het onopzettelijk veroorzaken van een verkeersongeval waarbij ernstig letsel of de dood het gevolg is, een culpoos misdrijf dat strafbaar is gesteld in de Wegenverkeerswet 1994 (art. 6 jo. art. 5a en 175 WVW). De behandeling van een dergelijke zaak, in het bijzonder op de openbare terechtzitting, is vaak emotioneel beladen. Men zegt wel dat er ‘alleen verliezers zijn’; de verdachte is vaak in zekere zin ook slachtoffer. Als je ernstig letsel bij of zelfs de dood van een ander hebt veroorzaakt zonder dat te willen, heeft dat meestal een grote impact op je verdere leven. Juist omdat het in deze zaken gaat om onbedoelde leedveroorzaking blijkt in de praktijk niet zelden dat er behoefte is aan, en ruimte voor herstelgericht contact tussen daders en slachtoffers (c.q. nabestaanden). In deze bijdrage zoeken wij een antwoord op de vraag of de toepassing van mediation in verkeersstrafzaken (MiS) op welke manier dan ook van betekenis kan zijn bij de afdoening van deze categorie zaken door de rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strafrechtelijke bescherming van dieren in het verkeer

In Nederland wordt het aantal aanrijdingen met dieren niet systematisch geregistreerd. In Europees verband is wel onderzoek gedaan naar het aantal dierlijke slachtoffers in het verkeer. Daaruit komt naar voren dat in Europa jaarlijks 194 miljoen vogels en 29 miljoen zoogdieren worden gedood in het verkeer. Tegen deze achtergrond valt op dat de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994 of kortweg WVW) het dier nauwelijks adresseert. De enige expliciete verwijzing naar een dier komt voor in artikel 185 WVW, waarin geregeld is dat de houder van een motorrijtuig dat betrokken is bij een aanrijding civiel aansprakelijk is voor schade, tenzij er sprake is van een loslopend dier. Het lijkt er dus op dat dieren binnen de WVW zelf geen bescherming genieten, maar dat slechts de eigenaar van een (niet loslopend) dier beschermd wordt tegen schade. Dat doet de vraag rijzen of er sprake is van een hiaat en, zo ja, hoe dit zich dan verhoudt tot de bepaling uit de Wet dieren dat een dier intrinsieke waarde heeft die losstaat van zijn nut of de waarde die hij heeft voor de mens. Daarnaast rijst de vraag of een sterk antropocentrische benadering van de WVW nog past in het huidige tijdsgewricht, waarin toenemende aandacht is voor de bescherming van de natuur, het welzijn van dieren en de intrinsieke waarde die het dier heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Responsief bestuursrecht in de Wet Bibob

In de zaak van deze annotatie wordt de vergunning van een marktkoopman ingetrokken op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). De koopman zou namelijk niet meewerken aan het Wet Bibob-onderzoek van het college van burgemeester en wethouders (het college). Interessant aan deze uitspraak is dat de vraag rijst of de grondslag voor de intrekking wel juridisch zuiver is: wanneer leent een zaak zich voor intrekking op grond van artikel 4 Wet Bibob, en wanneer op grond van artikel 3 zesde lid, Wet Bibob? En, is de Wet Bibob bij deze intrekkingsgronden wel in lijn met de toenemende vraag naar responsief bestuursrecht? Allereerst bespreek ik de feiten van deze zaak en het oordeel van de Afdeling. Vervolgens ga ik in op wanneer een intrekking op basis van artikel 4 Wet Bibob – de weigering om mee te werken aan het Bibob-onderzoek – aan de orde is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Gevoegde zaken, gevoegde problemen?

De schadevergoedingsregeling is, anno 2025, bekend onder de artikelen 529 tot en met 533 Sv. Artikel 530 Sv regelt de schadevergoeding voor noodzakelijke reis- en verblijfskosten en de kosten van een advocaat. Artikel 533 Sv regelt de vergoeding van schade die een verdachte heeft geleden door inverzekeringstelling en/of voorlopige hechtenis. Dergelijke verzoeken kunnen worden ingediend indien een ‘zaak’ is geëindigd zonder oplegging van een straf of maatregel en, in het geval van een verzoek op grond van artikel 530 Sv, zonder de toepassing van het rechterlijk pardon. Dat zaaksbegrip, zorgt echter al decennialang voor kopzorgen bij de advocatuur door onduidelijkheid wat dan precies valt onder dat ‘zaaksbegrip’ en het gebrek aan een heldere lijn in de jurisprudentie. Op 1 april 2025 heeft de Tweede kamer, na tien jaar voorbereiding, ingestemd met twee vaststellingswetten die het nieuwe Wetboek van Strafvordering gaan vormen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ik hoef er niets voor terug

Na vijf jaar strafproces werden de Haagse politici ­Richard de Mos en Rachid Guernaoui in juni 2024 vrijgesproken van ambtelijke omkoping. Het gerechtshof Den Haag volgde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam, die De Mos en Guernaoui in april 2023 ook van omkoping vrijsprak. De beschuldigingen waren bepaald niet mals. Volgens het Openbaar Ministerie hadden De Mos en zijn (destijds) collega-wethouder Richard Guernaoui zich voor het karretje laten spannen van hun medeverdachten, lokale ondernemers die bij elkaar meer dan € 100.000 aan de partij Groep de Mos/Hart voor Den Haag doneerden. In ruil voor deze donaties zouden De Mos en Guernaoui hun donateurs onder meer horecavergunningen hebben verstrekt. Ook zouden donateurs bevoordeeld zijn bij de verkoop van gemeentelijk vastgoed. De Mos weersprak de beschuldigingen aan zijn adres en bediende zich daarbij van de term ‘ombudspolitiek’.Als lokale politicus wierp hij zich op als directe belangenbehartiger van de Haagse burger die specifieke zorgen en klachten behandelt. Van het tegen betaling geven van voorkeursbehandelingen aan partijdonateurs was geen sprake.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De schikkingspraktijk van het OM

De huidige Aanwijzing hoge transacties bestaat dit jaar vijf jaar. Tijd om de balans op te maken en te kijken naar de ontwikkelingen in de schikkingspraktijk van het Openbaar Ministerie (OM). Dit artikel biedt een analyse van de (hoge) transacties en hoge strafbeschikkingen die het OM in de afgelopen vijf jaar is overeengekomen en heeft opgelegd met en aan rechtspersonen, en de inzichten die hieruit voortvloeien. Daarnaast wordt een blik geworpen op de adviezen van de Toetsingscommissie Hoge Transacties (THT), die sinds september 2020 bij hoge transacties beoordeelt of sprake is van een passende afdoening. Het artikel biedt ten slotte inzicht in de toekomstige richting van de schikkingspraktijk van het OM en sluit af met enkele beschouwende opmerkingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^