Artikel: Strafrechtelijke bescherming van dieren in het verkeer

In Nederland wordt het aantal aanrijdingen met dieren niet systematisch geregistreerd. In Europees verband is wel onderzoek gedaan naar het aantal dierlijke slachtoffers in het verkeer. Daaruit komt naar voren dat in Europa jaarlijks 194 miljoen vogels en 29 miljoen zoogdieren worden gedood in het verkeer. Tegen deze achtergrond valt op dat de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994 of kortweg WVW) het dier nauwelijks adresseert. De enige expliciete verwijzing naar een dier komt voor in artikel 185 WVW, waarin geregeld is dat de houder van een motorrijtuig dat betrokken is bij een aanrijding civiel aansprakelijk is voor schade, tenzij er sprake is van een loslopend dier. Het lijkt er dus op dat dieren binnen de WVW zelf geen bescherming genieten, maar dat slechts de eigenaar van een (niet loslopend) dier beschermd wordt tegen schade. Dat doet de vraag rijzen of er sprake is van een hiaat en, zo ja, hoe dit zich dan verhoudt tot de bepaling uit de Wet dieren dat een dier intrinsieke waarde heeft die losstaat van zijn nut of de waarde die hij heeft voor de mens. Daarnaast rijst de vraag of een sterk antropocentrische benadering van de WVW nog past in het huidige tijdsgewricht, waarin toenemende aandacht is voor de bescherming van de natuur, het welzijn van dieren en de intrinsieke waarde die het dier heeft.

Print Friendly and PDF ^