Foreign direct investment screening in Nederland – Wet Vifo

Concentratiecontrole op grond van het mededingingsrecht is al lange tijd een bekend concept in Nederland. Hierbij wordt gekeken of een concentratie (zoals een fusie of overname) vanuit het oogpunt van de concurrentie wenselijk is. Door toenemende geopolitieke spanningen, protectionisme en economische of gezondheidscrises worden concentraties wereldwijd steeds vaker (ook) aan screening op grond van de nationale veiligheid onderworpen. Dit is veelal ter bescherming van nationaal strategische belangen en vitale processen én om te voorkomen dat bedrijven, producten of knowhow ‘in verkeerde handen vallen’. Welke typen bedrijven of sectoren van belang zijn voor de nationale veiligheid verschilt sterk van land tot land. Wel wordt er bij dergelijke controle van transacties in het algemeen vaak gesproken over Foreign Direct Investment (FDI) screening. Ook Nederland sluit zich aan bij de steeds langer wordende lijst van landen die nationale FDI screeningswetgeving invoeren. In dit artikel geven wij een overzicht van de in Nederland aangekondigde algemene wetgeving voor FDI screening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het verschoningsrecht van de advocaat – actuele ontwikkelingen

In dit artikel staat het verschoningsrecht van advocaten centraal. Nadat ratio en reikwijdte ervan zijn besproken, wordt ingegaan op enkele actuele thema’s: het verschoningsrecht van (buitenlandse) in-house-advocaten die in Nederland werken, het verschoningsrecht bij interne feitenonderzoeken en de schending door het Openbaar Ministerie van de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen cliënt en advocaat in de geruchtmakende Box-zaak. Ten slotte wordt vooruitgeblikt op het voorstel tot modernisering van het Wetboek van Strafvordering en de wijze waarop het verschoningsrecht daarin zal worden verankerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafbaarstelling van spionage: meer dan symboolwetgeving?

Spionage door buitenlandse mogendheden is van alle tijden. Strafbaar is het echter niet. Althans, als zodanig levert heimelijke samenwerking van personen met niet-Nederlandse geheime diensten nog geen delict op. Toegegeven: ‘spionage’ is eigenlijk ook een weinig precies begrip. Het omvat een veelheid aan activiteiten, die erop zijn gericht kennis te ontvreemden. Via het strafrecht kan reeds worden opgetreden tegen klassieke spionageactiviteiten zoals schending van staats-, ambts- en bedrijfsgeheimen (art. 98 e.v. en 272 e.v. Sr). Het kabinet-Rutte IV acht dit instrumentarium echter ontoereikend. Nederland blijkt namelijk in toenemende mate doelwit van digitale spionage. Zo dreigt belangrijke informatie weg te lekken en de nationale veiligheid te worden aangetast.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Waarom de Hoge Raad het begrip computervredebreuk te ver heeft opgerekt

In het arrest over de ‘politiemol’ heeft de Hoge Raad onlangs bevestigd dat het opzoeken van informatie in een systeem zonder dat daarvoor een professionele noodzaak bestaat computervredebreuk kan opleveren. Dit geldt ook als men rechtmatig toegang heeft tot dat systeem. In deze bijdrage wordt op grond van de delictsomschrijving en de wetsgeschiedenis betoogd dat de Hoge Raad een onjuiste – want te extensieve – interpretatie van het begrip computervredebreuk heeft gehanteerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Overeenstemming en afstemming in het strafproces met oog voor ieders belangen

De Nederlandse strafrechtspleging dreigt kopje onder te gaan. Door onderbezetting1 bij politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak, een bijna onuitputtelijke stroom van ondermijnings-zaken, te hoge verwachtingen van het strafrecht en weinig innoverend vermogen2 dreigt het strafproces piepend en krakend tot stilstand te komen. In deze bijdrage willen wij een aantal (innoverende) ideeën delen. Deze ideeën zouden vanuit de inhoud kunnen bijdragen aan het vlottrekken van het strafproces. Wij brengen dit op persoonlijke titel naar voren; op onderdelen wat scherp verwoord met als doel het ­publieke debat tussen professionals in het strafrecht ­verder op gang te brengen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De rafelranden van procesafspraken

De strafzaken waarin eind 2021 procesafspraken zijn gemaakt, zijn vanuit de overbelaste strafrechtspleging tot voor kort instemmend ontvangen. Het streven naar het maken van dergelijke procesafspraken kreeg daardoor ook opvolging in andere strafzaken. De strafzaken waarin procesafspraken een rol spelen lopen enorm uiteen, zowel wat betreft aard en omvang, als bijvoorbeeld fase van het strafproces en feitelijke en juridische complexiteit van de zaak. Een analyse van de jurisprudentie legt de zwakke plekken bloot van de praktijk van procesafspraken en onderstreept waarom bij een voortschrijdende toepassing een meer structurele en met waarborgen omgeven procedure noodzakelijk is. Er zijn gewoonweg te veel rafelranden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over procesafspraken en de zoektocht naar het gedeelde belang

Procesafspraken zijn een eerste stap naar een nieuwe vorm van rechtspraak waarbij samenwerking en onderhandeling centraal staan. In dit artikel staan de auteurs stil bij de stand van zaken in ‘procesafsprakenland’ aan de hand van jurisprudentie. Zij bespreken het nut van procesafspraken voor de verschillende partijen en schetsen de praktijk in de tweede lijn. Daarbij staan zij onder andere stil bij de kwestie hoe het probleem van een mogelijk negatieve uitkomst wordt getackeld. Dilemma’s worden niet onbesproken gelaten en de bijdrage wordt afgesloten met een blik op de toekomst van procesafspraken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over consensualiteit en polarisering in het Nederlandse strafproces

We zijn aanbeland in een tijdsgewricht waarin we in de strafrechtspleging zowel tendensen richting verdergaande polarisering als ontwikkelingen richting meer consensualiteit zien. Dit roept de vraag op hoe beide ontwikkelingen kunnen worden verklaard, geduid en gewaardeerd. Ook roept dit de vraag op of dit twee ontwikkelingen zijn met elk hun eigen drijvende krachten die zich toevalligerwijs min of meer gelijktijdig voltrekken, of dat inderdaad sprake is van een onderling verband zoals hiervoor gesuggereerd. En misschien nog wel belangrijker: waar liggen de grenzen als het gaat om polarisering en consensualiteit? Beide ontwikkelingen raken het karakter van het strafproces immers in de kern, nu het strafproces weliswaar op contradictoriteit (of zo men wil: polariteit) is gestoeld maar tevens uitgaat van het ieder vanuit zijn eigen taak en rol, maar toch in gezamenlijkheid bereiken van de centrale doelstellingen van het strafproces, te weten waarheidsvinding en rechtsbescherming. De beschreven ontwikkelingen van polarisering en toenemende consensualiteit staan dan ook niet voor niets al enige tijd in het brandpunt van de belangstelling van de strafrechtspraktijk en de wetenschap. In dit nummer van Boom Strafblad worden zij vanuit verschillende perspectieven in onderling verband besproken en beschouwd, waarbij voornoemde overkoepelende vragen als rode draad dienen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ongevalsonderzoek en leren

De toepassing van incident- en ongevalsonderzoek (voorvalonderzoek) in de toezichtpraktijk lijkt in populariteit toe te nemen. Terwijl dit gebeurt, ligt voorvalonderzoek theoretisch steeds meer onder vuur vanuit de zogeheten Safety II-benadering. Het idee dat voorvalonderzoek faalmechanismen blootlegt, is breed verspreid. De Safety II-benadering laat zien dat alleen het onderzoeken van voorvallen, zonder ook te onderzoeken wanneer en waarom het niet tot falen komt, tot verkeerde conclusies kan leiden en het risico op falen juist kan vergroten. Desondanks biedt het onderzoeken van voorvallen toezichthouders een kans om met hun onderzoek aan te sluiten op de leeromgeving van beleid en uitvoering. Op basis van literatuur en een onderzoek naar het leervermogen van Rijkswaterstaat formuleren we in deze bijdrage enkele lessen voor toezichthouders die hun voorvalonderzoek willen aansluiten op beleid en uitvoering. Belangrijk blijkt dat voorvalonderzoek geen speldenprik is, maar onderdeel van het ‘systeemleren’ bij beleids- en uitvoeringsorganisaties. Ook staat of valt leren met de selectie van (bijna-)incidenten en -ongevallen die worden onderzocht. Tevens gaan leren en schuldvragen niet goed samen, is het van belang te zorgen voor (institutioneel) geheugen en moeten ook toezichthouders mee in de trend dat steeds meer publieke taken door netwerken van organisaties worden uitgevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bridging the gap between facts and norms: mutual trust, the European Arrest Warrant and the rule of law in an interdisciplinary context

The rule-of-law-backsliding in some Member States has subverted not only one of the EU fundamental values but also trust among national authorities when implementing European Arrest Warrants (EAW). However, when evaluating the execution of EAWs issued by countries experiencing rule-of-law crises, the Court of Justice of the EU (CJEU) sought to preserve judicial cooperation and imposed a rather “top-down” view on mutual trust among Member States. This approach seemingly disregards the (dis)trust which has emerged in the EU due to rule-of-law-backsliding and fails to acknowledge the psycho-sociological nature of trust. Drawing on the trust literature, the paper offers novel conceptual elements to rethink mutual trust in the EAW framework.

Read More
Print Friendly and PDF ^