Twaalf maanden gevangenisstraf en vijfjarig bestuursverbod voor dakdekker die 61 klanten oplichtte met aanbetalingsconstructie

Rechtbank Amsterdam 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3315

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een dakdekker tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, voor het oplichten van 61 klanten van zijn dakdekkersbedrijf. De verdachte ontving in een halfjaar tijd ruim € 278.000 aan aanbetalingen voor werkzaamheden die hij nooit voornemens was uit te voeren. Naast de hoofdstraf legt de rechtbank een bestuursverbod van vijf jaar op en gelast openbaarmaking van het vonnis via de Kamer van Koophandel. De verweren over vertegenwoordigingsbevoegdheid en samenloop met een civiele procedure worden verworpen. Eenenzestig vorderingen van benadeelde partijen worden geheel of gedeeltelijk toegewezen, met de schadevergoedingsmaatregel als extra waarborg. De rechtbank matigt de gijzeling evenredig tot het wettelijke maximum van 365 dagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nep-ambulanceverpleegkundige veroordeeld: vijftien maanden gevangenisstraf en beroepsverbod voor onbevoegd verrichten van medische handelingen

Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1259

De rechtbank Noord-Nederland veroordeelt een jonge man die zich gedurende lange tijd onbevoegd voordoet als ambulanceverpleegkundige en politieagent. Hij rijdt rond in een nauwelijks van echt te onderscheiden ambulancevoertuig, voorzien van blauw licht en sirene. De verdachte verricht daadwerkelijk medische handelingen bij een slachtoffer en veroorzaakt daarmee een aanmerkelijke kans op benadeling van de gezondheid. Daarnaast verduistert hij goederen van het Rode Kruis, vervalst hij meerdere documenten en maakt hij zich schuldig aan diefstal en heling. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en dadelijke uitvoerbaarheid. Daarnaast volgt een beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg voor drie jaren en een geldboete per overtreding van € 250.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verduistering door penningmeester: rechtbank wijkt af van eis en LOVS-oriëntatiepunten

De Rechtbank Gelderland heeft op 24 april 2026 een 76-jarige man veroordeeld voor de verduistering van € 293.477,27 als vrijwillig penningmeester van een stichting in Tiel. De feiten speelden zich af tussen 1 februari 2019 en 7 augustus 2024 en werden gekwalificeerd als verduistering in dienstbetrekking in de zin van artikel 322 Sr. De officier van justitie eiste veertien maanden gevangenisstraf waarvan zeven voorwaardelijk, in lijn met de LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken bij benadelingsbedragen tussen € 250.000 en € 500.000. De rechtbank legde echter een voorwaardelijke gevangenisstraf op van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uur. Doorslaggevend waren de persoonlijke omstandigheden van verdachte: zijn gevorderde leeftijd, het ontbreken van justitiële documentatie, het lage recidiverisico en het lopende afbetalingstraject aan de stichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Drijfmest-criteria toegepast op vof: handel in onjuist geringde Vogelrichtlijn-soorten toegerekend aan rechtspersoon

Rechtbank Overijssel 15 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2103

De rechtbank Overijssel veroordeelt een vennootschap onder firma actief als foeragehandel tot een geldboete van € 15.000 waarvan € 5.000 voorwaardelijk wegens overtredingen van de Wet natuurbescherming en de Wet dieren. De vof had 66 beschermde vogels zonder of met een onjuiste pootring voor verkoop onder zich en bood deze te koop aan, terwijl de legale herkomst niet kon worden vastgesteld. Daarnaast had zij 359 geleewiekte vogels voor de verkoop in voorraad, wat sinds 1 januari 2018 verboden is op grond van artikel 2.7 in samenhang met artikel 2.8 Wet dieren. De rechtbank past het kleurloos opzet toe en rekent de gedragingen toe aan de rechtspersoon op basis van het Drijfmest-arrest. Het beroep op het vrij verkeer van goederen en op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De redelijke termijn is met één jaar overschreden, wat compensatie oplevert in het onvoorwaardelijke strafdeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^