Oud-medewerker rechtbank Amsterdam krijgt vier jaar cel voor het verkopen van vertrouwelijke gegevens en afpersing

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 35-jarige vrouw uit Woerden tot een gevangenisstraf van vier jaar. De vrouw, oud-medewerkster van de rechtbank Amsterdam, deelde vertrouwelijke gegevens uit rechtbanksystemen met derden in ruil voor geld. Ook is de vrouw veroordeeld voor het schenden van het ambtsgeheim, computervredebreuk en het afpersen van een man uit Noord-Holland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzekeringsfraude met valse huurcontracten en vervalste brandweerbrief: hof komt tot bewezenverklaring oplichting en valsheid in geschrifte, maar matigt straf wegens overschrijding redelijke termijn

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16 april 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1060

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een ondernemer voor verzekeringsfraude door het indienen van valse huurcontracten en een vervalste brandweerbrief bij zijn verzekeraar. De verdachte beweegt daarmee de verzekeraar tot uitkering van € 249.500 wegens beweerdelijk gederfde huurinkomsten. Uit getuigenverklaringen blijkt dat het bedrijf nimmer dergelijke inkomsten behaalt en dat de overgelegde huurcontracten zijn verzonnen. Het hof acht oplichting en het opzettelijk gebruikmaken van valse geschriften bewezen, maar spreekt vrij van medeplegen. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn matigt het hof de straf tot zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde verzekeraar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onevenredige belasting van het strafgeding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete van € 10.000 voor melkveehouderij wegens opzettelijke overschrijding fosfaatrecht

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2553

De rechtbank Overijssel veroordeelt een melkveehouderij tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens overschrijding van het fosfaatrecht in 2022 en 2023. Het bedrijf produceert in beide jaren ruim 1.800 kilogram meer fosfaat dan toegestaan op grond van artikel 21b, eerste lid, Meststoffenwet. De rechtbank kwalificeert de overschrijding als opzettelijk begaan en past daarbij het in het economisch strafrecht gehanteerde begrip van kleurloos opzet toe. Het opzet hoeft uitsluitend gericht te zijn op de verweten gedraging en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Bij de strafmaat houdt de rechtbank rekening met persoonlijke en bedrijfsmatige omstandigheden, waaronder het overlijden van een vennoot en de aardbevingsproblematiek in Groningen. De rechtbank wijkt aanzienlijk af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 27.000 en legt een lagere voorwaardelijke geldboete op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Zeeland-West-Brabant volgt in vier tussenvonnissen procesafspraken niet vanwege onvoldoende verhouding tot ernst feiten en rol verdachten

Op 28 april 2026 wees de Rechtbank Zeeland-West-Brabant vier samenhangende tussenvonnissen (ECLI:NL:RBZWB:2026:3630, 3634, 3639 en 3640) waarin zij de procesafspraken tussen OM en verdediging in een Tilburgse drugszaak niet volgt. De afspraken voorzagen in gevangenisstraffen van tien tot twaalf maanden voor verdachten met een coördinerende rol binnen een professioneel georganiseerd harddrugsnetwerk waarbinnen ruim zeven kilo cocaïne, amfetamine en MDMA werd aangetroffen. De rechtbank acht de procedurele totstandkoming conform de waarborgen van artikel 6 EVRM en het kader van HR 27 september 2022, maar oordeelt inhoudelijk dat de voorgestelde straffen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de feiten. Doorslaggevend zijn de LOVS-oriëntatiepunten (42 maanden in georganiseerd verband) en een vergelijkbare uitspraak van 22 augustus 2025, waarin voor een coördinerende rol 40 maanden werd opgelegd. Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en de zaken worden binnen drie maanden hervat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^