Het legaliteitbeginsel brengt niet mee dat een beroepsgrond moet worden beoordeeld aan de hand van jurisprudentie die gold ten tijde van de gedraging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3111

De opvatting van de gemachtigde dat de jurisprudentie zoals die gold ten tijde van de gedraging moet worden toegepast bij de beoordeling van het verweer, vindt geen steun in het recht. Met (na de gedraging tot stand gekomen) jurisprudentie wordt het recht vastgesteld zoals dat ook voor de totstandkoming van die jurisprudentie al gold. Dit brengt mee dat dat recht bij de beoordeling van het verweer moet worden toegepast. Dat zou slechts anders zijn indien de (nieuwe) jurisprudentie voorziet in een overgangsregeling. Daarvan is hier geen sprake.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens het medeplegen van subsidiefraude

Rechtbank Noord-Nederland 12 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1594

Verdachte heeft gedurende enkele jaren - door tussenkomst van zijn BV’s en samen met andere (rechts)personen - subsidiefraude gepleegd. Hierdoor is onterecht ongeveer € 440.000 subsidie verleend aan verschillende bedrijven in het kader van de Noordelijke Innovatie Faciliteit (NIOF), een regeling die bedoeld was om innovatie in het MKB in Noord-Nederland te stimuleren. In werkelijkheid werden de gelden aangewend voor andere niet-subsidiabele doelen zoals activa of personeelskosten van de desbetreffende bedrijven, werden onderzoeken buiten de aanvraagtermijn vergoed of werden onderzoeken door een niet onafhankelijke deskundige vergoed. Hiervoor zijn projecten verzonnen die in werkelijkheid niet zijn uitgevoerd, zijn documenten vervalst en is relevante informatie achtergehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting door datingfraude: gebruikmaking van oplichtingsmiddel “samenweefsel van verdichtsels”

Rechtbank Noord-Nederland 31 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1754

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte bij aangeefsters ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij een (exclusieve) liefdesrelatie met hen had. De (voorgewende) liefdesrelatie was onderdeel van het samenweefsel van verdichtsels. Deze onjuiste voorstelling van zaken is door verdachte in het leven geroepen met als enige doel om daarvan misbruik te kunnen maken, namelijk om aangeefsters te bewegen om geld (en een pinpas) af te geven. De rechtbank leidt dit af uit de omstandigheid dat verdachte met meerdere vrouwen tegelijkertijd een dergelijke relatie aanging en onderhield, dat hij in alle gevallen ongeveer dezelfde onware verhalen vertelde over zijn persoonlijke en financiële leven en dat hij in alle gevallen om geld heeft gevraagd (al dan niet “te leen”) en dat hij dit (al dan niet “geleende”) geld niet heeft terugbetaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 552a Sv vanwege schending ne bis in idem

Rechtbank Amsterdam 23 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2845

Dat in onderhavige zaak sprake is van schending van het ‘ne bis in idem-beginsel’ acht de rechtbank niet evident. Dit gelet op het feit dat witwassen een doorlopend delict betreft en de pleegperiode in Kolbak een andere is dan die in 26Terrell. Bij een doorlopend delict, zoals bijvoorbeeld deelname aan een criminele organisatie, is immers voorstelbaar dat het feit voor een bepaalde periode niet en voor een andere, aansluitende periode wel bewezen wordt geacht. Hetgeen de officieren van justitie hebben aangevoerd betreffende de verschillen met betrekking tot de soort uitvoeringshandelingen (artikel 420bis, lid 1, onder b versus onder a, Sr), de vermeende rol van Naam 1 (pleger versus feitelijk leidinggever aan witwashandeling door rechtspersoon) en het feit dat verdachte niet eerder is vervolgd, maakt de gestelde schending nog minder evident.

Read More
Print Friendly and PDF ^

ABRvS: Uitsluiten onrechtmatig verkregen bewijs blijft uitzondering op de regel

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1362

In een recente uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak er niet voor gekozen om een strengere koers te gaan varen ten aanzien van het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs. Daarvoor is wel gepleit om de overheidstoezichthouders maximaal onder druk te houden om zich te houden aan de voor hen geldende regels voor toezichtshandelingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. klachttermijn bij klachtdelicten

Hoge Raad 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:799

De klachtgerechtigde bij een delict als het onderhavige kan zijn bevoegdheid slechts gedurende de in de wet genoemde klachttermijn uitoefenen. Dat betekent dat in het geval dat voor het instellen van een vervolging een klacht is vereist en de klacht niet is ingediend binnen drie maanden nadat de klachtgerechtigde heeft kennisgenomen van het gepleegde delict, de vervolging daarop afstuit. Wanneer de klacht weliswaar niet voldoet aan alle formele wettelijke eisen of niet is ingediend bij de bevoegde ambtenaar, maar vaststaat dat de klachtgerechtigde de vervolging heeft gewenst, zal van die wens binnen die termijn van drie maanden moeten zijn gebleken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verjaring verduistering: brief OvJ met voornemen tot vervolging kan niet als een daad van vervolging worden beschouwd

Rechtbank Midden-Nederland 7 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:1298

Op grond van artikel 70 lid 1 jo. 321 Sr is een verjaringstermijn van zes jaar van toepassing. Anders dan de officier van justitie heeft betoogd, kan de brief van de officier van justitie van 15 april 2020 met de mededeling dat hij voornemens is verdachte te vervolgen, niet als een daad van vervolging worden beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is conservatoir beslag alleen toegestaan als daarmee samenhangende ontnemingsvordering betrekking heeft op wvv uit misdrijf waarvoor geldboete van 5e categorie kan worden opgelegd?

Hoge Raad 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:806

Uit de tekst van artikel 94a lid 2 Sv volgt dat conservatoir beslag slechts op die bepaling kan worden gegrond als een strafbaar feit waarvan de beslagene wordt verdacht of waarvoor hij is veroordeeld een misdrijf oplevert waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Dat wil echter niet zeggen dat dit conservatoir beslag uitsluitend is toegestaan als de daarmee samenhangende ontnemingsvordering (mede) betrekking heeft op voordeel dat is verkregen uit het misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Deze uitleg sluit aan bij de tekst van artikel 94a lid 2 Sv, in het bijzonder de daarin voorkomende woorden “naar aanleiding van dat misdrijf”, en is in lijn met de mogelijkheden die artikel 36e Sr biedt voor de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na een veroordeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EU-Hof: persoon of entiteit tegen wie sancties zijn gericht heeft geen recht op formeel verhoor bij verlenging van sancties

HvJ EU 12 mei 2022, C-242/21 (P, Evariste Boshab tegen Raad)

Het recht om te worden gehoord moet worden geëerbiedigd in elke procedure die kan leiden tot de vaststelling van een voor de betrokkene nadelige maatregel. De verlenging van sancties vormt een dergelijke nadelige maatregel. De verlenging van sancties hoeft echter niet vooraf te gaan door een formeel verhoor. Er zijn namelijk ook andere manieren om ervoor te zorgen dat de betrokkene zijn recht om te worden gehoord op een nuttige en doeltreffende wijze kan uitoefenen. Dat is het antwoord van het EU-Hof naar aanleiding van een hogere voorziening tegen een arrest van het EU-Gerecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering cassatie in het belang der wet over het verstrekken van gegevens aan derden over lopende civiele procedures

Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:533

Zijn gerechtelijke instanties (wettelijk) gehouden om in verband met de openbaarheid van rechtspraak informatie over lopende civiele procedures te verstrekken aan derden? Volgens advocaat-generaal (AG) Wesseling-Van Gent moet die vraag bevestigend worden beantwoord. De basis voor een verplichting tot het verstrekken van informatie over aanhangige zaken is gegeven in de bestaande wetgeving, waaronder de Grondwet, en rechtspraak over de openbaarheid van de behandeling van een zaak op de zitting. Dat derden in het geheel geen toegang hebben tot informatie over lopende civiele zaken staat volgens de AG haaks op het beginsel van openbaarheid van rechtspraak. In haar vordering tot cassatie in het belang der wet doet zij een aantal aanbevelingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^