Veroordeling na ten onrechte belasting terugvragen voor stuk bouwgrond voor een te bouwen ziekenhuis dat er nooit kwam

Rechtbank Overijssel 14 oktober 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3830

Een 67-jarige man wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden vanwege belastingfraude, valsheid in geschrifte en het als bestuurder opmaken van een onware balans en die te deponeren bij de Kamer van Koophandel. De man vroeg in 2011 ten onrechte bijna 600.000 euro aan belasting terug voor een stuk bouwgrond voor een te bouwen ziekenhuis in Boxmeer. Ook vroeg hij met valse facturen in 2012, 2013 en 2014 belasting terug, voor niet verricht werk voor het te bouwen ziekenhuis. Dat ziekenhuis kwam er nooit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tot 4 jaar gevangenisstraf voor grootschalige en internationale beleggingsfraude

De rechtbank Noord-Holland heeft twee mannen veroordeeld tot 3 en 4 jaar gevangenisstraf in de megazaak met de naam Cayenne. Deze zaak heeft betrekking op een onderzoek van de FIOD (Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst) naar grootschalige en internationale beleggingsfraude bij de handel in valuta (‘forex trading’), gepleegd in 2011 en 2012. Dit gebeurde vanuit bedrijven onder de naam IB Capital. Veel van de slachtoffers van deze fraude waren afkomstig van het internationale beleggingsplatform ProphetMax. Twee Nederlandse verdachten stonden terecht in deze zaak, een 42-jarige man uit Haarlem en een 49-jarige man uit Winterswijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling bedrijf voor overtreding Arbeidstijdenwet na dodelijk ongeluk met vorkheftruck

Rechtbank Overijssel 7 oktober 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3745

De rechtbank veroordeelt een bedrijf tot een geldboete van 40.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk. Bij het bedrijf kwam een 15-jarige jongen om het leven door een ongeluk met een vorkheftruck. Het bedrijf overtrad de Arbeidstijdenwet en bijbehorende regelgeving die dit soort ongelukken moeten voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de rechtbank de zorgplicht heeft geschonden door de jongen op de heftruck te laten rijden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is er sprake van ‘persoonlijke dienstbetrekking’ (strafverzwarende omstandigheid ex art. 322 Sr) bij een vrijwilliger?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9283

Read More
Print Friendly and PDF ^

CBb herroept door DNB opgelegde boetes wegens wegens strijd met lex-certa beginsel

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven schrapt de boetes die De Nederlandsche Bank had opgelegd aan Stichting GSFS Pensionfund, GSFS Asset Management B.V. en vier leidinggevenden. DNB had GSFS beboet vanwege overtreding van art. 116, eerste lid, van de Pensioenwet (Pw). Daarin staat dat een pensioenfonds slechts activiteiten verricht in verband met pensioen en werkzaamheden die daarmee verband houden. Het CBb concludeert dat het niet voorzienbaar was dat de beleggingsactiviteiten in strijd waren met het verbod op nevenactiviteiten van artikel 116, eerste lid, Pw.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oud-officier van justitie krijgt taakstraf voor verduisteren geld van stichting

Rechtbank Oost-Brabant 25 oktober 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5608

De rechtbank heeft een 71-jarige voormalig officier van justitie en advocaat-generaal veroordeeld voor verduistering. Hij betaalde jarenlang met de bankpas en creditcard van zijn werkgever voor privézaken. De Amsterdammer krijgt een taakstraf van 160 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: Indien onderzoek aan digitale gegevensdrager min of meer compleet beeld geeft van de gebruiker, dan moet worden bepaald of er beperkingen aan het onderzoek worden verbonden

Gerechtshof Den Haag 26 augustus 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1872

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak btw-carrouselfraude: ‘had moeten weten’ onvoldoende voor bewijs van voorwaardelijk opzet

Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:5126

Alles afwegende komt het hof tot het oordeel dat de verdachte, die zijn bedrijf min of meer door medeverdachte liet gebruiken voor de handel in mobiele telefoons, een aantal aanwijzingen dat hiermee strafbare feiten werden gepleegd niet adequaat heeft opgemerkt. De verdachte had nader onderzoek moeten doen, maar daar staat tegenover dat hij de belangrijkste misstanden waarschijnlijk niet eenvoudig had kunnen achterhalen. Aan het uitblijven van verder onderzoek kan in dit geval dan ook niet de conclusie worden verbonden dat de verdachte hiermee bewust de aanmerkelijke kans op de genoemde strafbare feiten heeft aanvaard. De verdachte had dus moeten weten dat de handel in telefoons door medeverdachte gepaard ging met strafbare gedragingen, maar heeft – onterecht, blijkt achteraf – te veel vertrouwd op hetgeen medeverdachte hem had voorgespiegeld. ‘Had moeten weten’ houdt een (zware) vorm van schuld in, maar is onvoldoende om te bewijzen dat de verdachte voorwaardelijk opzet had. Om die reden moet de verdachte worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor het medeplegen van het opzettelijk overtreden van de Wet op de kansspelen

Rechtbank Rotterdam 12 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10037

De verdachte minimarkt heeft samen met haar beide medeverdachten vennoten jarenlang de Wet op de kansspelen overtreden door zonder vergunning een lotto te faciliteren. Vanuit naam verdachte rechtspersoon werden door de vennoten loten verkochten en werden winsten aan de winnaars uitgekeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk: Partijen hebben - nadat de zaak reeds onder de rechter was - onderhandeld over buitenwettelijke afdoening, waarna OvJ medewerking daaraan heeft ingetrokken

Rechtbank Den Haag 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10955

Deze uitspraak betreft de beslissing op een preliminair verweer. Het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard. Partijen hebben - nadat de zaak reeds onder de rechter was - onderhandeld over een buitenwettelijke wijze van afdoening van de strafzaak (o.m. door betaling van een geldbedrag), waarna OvJ medewerking daaraan heeft ingetrokken. De verdediging doet een beroep op het vertrouwensbeginsel en het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging. Uiteindelijk standpunt van de OvJ komt erop neer dat er geen belang meer is bij voortzetting van de ingezette strafvervolging. Aan dat standpunt komt groot gewicht toe bij de rechterlijke toetsing van de vervolgingsbeslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^