Kan stookolie als (gevaarlijke) afvalstof worden aangemerkt in de zin van Wet milieubeheer en in licht van rechtspraak van HvJ EU?

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:433

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:1564, dat de rechter alvorens te kunnen oordelen of sprake is van een ‘afvalstof’ moet vaststellen of de houder van wie verdachte de voorwerpen heeft betrokken zich van de desbetreffende voorwerpen heeft ontdaan of voornemens was zich daarvan te ontdoen en dat voorwerpen waarvan de houder zich ontdoet of voornemens is zich te ontdoen afvalstoffen zijn, ongeacht of zij bijvoorbeeld substantiële waarde hebben in het economisch verkeer, op zichzelf voor hergebruik geschikt zijn of niet afgedankt en niet versleten zijn, en zij dat blijven totdat zij de status van afvalstof hebben verloren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zijn door de overheid feitelijk gedoogde verdiensten uit drugstransporten aan te merken als ‘afkomstig uit enig misdrijf’ (art. 420bis en 420quater Sr)?

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:619

In feitelijke aanleg concentreerde het onderzoek zich op de vraag of en zo ja welke afspraken zijn gemaakt over de verdiensten die de verdachte aan zijn betrokkenheid bij softdrugstransporten overhield. In cassatie is de centrale vraag is of deze verdiensten kunnen worden aangemerkt als inkomsten die uit misdrijf afkomstig zijn als bedoeld in art. 420bis Sr. Het hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Het cassatiemiddel komt tegen dat oordeel op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over feitelijke leidinggeven aan oplichting

Parket bij de Hoge Raad 31 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:261

In HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733, NJ 2016/375, m.nt. Wolswijk heeft de Hoge Raad ter verduidelijking van het beslissingskader te dier zake en mede aan de hand van zijn eerdere rechtspraak enkele opmerkingen gemaakt over strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het feitelijke leidinggeven aan een door een rechtspersoon verrichte verboden gedraging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gebruik van jachtgeweer op te kleine gronden: niet relevant of het verweer werd gebruikt voor jacht of voor schadebestrijding

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2543

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het overtreden van het verbod om een geweer te gebruiken op een perceel waar dat vanwege de geringe omvang ervan niet was toegestaan. Het gebruik van een geweer brengt risico’s mee, zodat van jachtaktehouders wordt verwacht dat zij zich te allen tijde houden aan de voorschriften en voorwaarden waaraan het gebruik van een dergelijk middel is onderworpen. Verdachte heeft dit in onvoldoende mate gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. ‘het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven’

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:511

Onder ‘ruchtbaarheid geven’ als bedoeld in artikel 261 Sr dient te worden verstaan ‘het ter kennis van het publiek brengen’. Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Van ‘het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven’ kan ook sprake zijn indien de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan. Bij de beoordeling van de vraag of een mededeling wordt gedaan met het kennelijke doel om deze ter kennis van het publiek te brengen kan van belang zijn of verwacht mag worden dat de ontvanger van de (smadelijke) mededeling daar vertrouwelijk mee omgaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strikte waarborgen bloedonderzoek (art. 8 WVW 1994)

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:569

De verdachte heeft, nadat hem het resultaat van het onderzoek naar het alcoholgehalte in zijn bloed bekend was gemaakt, aan de officier van justitie te kennen gegeven een tegenonderzoek te wensen. Vervolgens kreeg hij enkel de mogelijkheid om dit onderzoek door het laboratorium van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) te laten uitvoeren. Dit ondanks het feit dat art. 21 lid 1 van het destijds geldende Besluit alcoholonderzoeken bepaalde dat de verdachte een keuze kon maken uit drie laboratoria voor het verrichten van het tegenonderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over ontvankelijkheidscriterium voor vorderingen benadeelde partij (onevenredige belasting)

Parket bij de Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:331

Het huidige ontvankelijkheidscriterium, het criterium van onevenredige belasting, is ingevoerd bij de op 1 januari 2011 in werking getreden Wet versterking positie slachtoffer in het strafproces. Dit criterium is in de plaats gekomen van het zogenoemde eenvoudcriterium, op grond waarvan de rechter bevoegd was vorderingen die niet zo eenvoudig van aard waren dat zij zich leenden voor behandeling in het strafproces, niet-ontvankelijk te verklaren (artikel 361 lid 3 (oud) Sv). Doel van de wetgever is derhalve geweest dat minder zaken niet-ontvankelijk worden verklaard. Grondslag voor de beperking van de ontvankelijkheid vormt echter ook na de aanpassing van artikel 361 lid 3 Sv het accessoire karakter van de civiele vordering. Aldus wordt voorkomen dat de behandeling van de civiele vordering ten koste gaat van de vlotte afhandeling van de strafzaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raadslid hoeft uitlatingen over vastgoedbedrijf niet te rectificeren

Rechtbank Rotterdam 9 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:3186

De kortgedingrechter in Rotterdam heeft beslist dat een Rotterdams gemeenteraadslid zijn uitspraken over een vastgoedbedrijf niet hoeft te rectificeren. Het vastgoedbedrijf was daarvoor naar de rechter gestapt. Het raadslid had in verschillende (sociale) media het vastgoedbedrijf uitgemaakt voor ‘boevenclub’ en gesteld dat zij haar huurders ‘uitkneep’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen beroep mogelijk op Blocking Statute bij uitlevering aan VS t.z.v. overtreding Amerikaanse sanctiewetgeving m.b.t. uitvoer van dual-use goederen naar Iran

Hoge Raad 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:623

In de onderliggende zaak is de uitlevering verzocht van een onderdaan van Iran aan de Verenigde Staten ter zake van overtreding van Amerikaanse sanctiewetgeving met betrekking tot de uitvoer van "dual-use goederen” naar Iran. De rechtbank heeft geoordeeld, en de Hoge Raad niet gecasseerd, dat, nu de uitvoer van “dual-use” goederen naar Iran ook in Nederland strafbaar is, geen beroep kan worden gedaan op de blocking statute. De rechtbank heeft daartoe onder meer overwogen dat de Verordening geen bescherming biedt aan personen en bedrijven die handel drijven die mogelijk bijdraagt aan de militaire capaciteiten van Iran op de grond dat dergelijke handel ook in de Europese Unie strafbaar is gesteld, namelijk in de Sanctieregeling Iran 2012.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk bij in ongerede geraakt dossier?

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 18 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3958

De verdediging heeft aan het verweer dat voortzetting van de strafvervolging in strijd is met de beginselen van een goede procesorde, omdat de strafprocedure al veertien jaren duurt, zodat sprake is van een enorme overschrijding van de redelijke termijn, in combinatie met het feit dat een deel van het dossier in het ongerede is geraakt, tevens de conclusie verbonden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^