Wet op de Accijns & opzet of (bewuste) schuld

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:152

De verbodsbepaling in art. 5 WA is opgenomen met het doel te voorkomen dat accijnsgoederen in de verbruikerssfeer komen, zonder dat ter zake de heffing van accijns heeft plaatsgevonden. Het opzettelijk overtreden van het in art. 5 WA opgenomen verbod is strafbaar gesteld in art. 97 WA. Ik merk op dat alleen degene die opzettelijk een in artikel 5 WA opgenomen verbod overtreedt, op grond van art. 97 van die wet wordt gestraft. Het niet opzettelijk overtreden van een in artikel 5 WA opgenomen verbod wordt bestraft via artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De vraag of sprake is van opzet of van (bewuste) schuld kan dus ook in die zin relevant zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraffen tot 60 maanden voor witwassen grote geldbedragen

De rechtbank in Den Haag heeft vijf verdachten veroordeeld voor het witwassen van grote, deels contante geldbedragen. Een zesde persoon, werkzaam als inspecteur bij de politie, is vrijgesproken van betrokkenheid bij het witwassen. Wel wordt deze man veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren voor het schenden van zijn ambtsgeheim en computervredebreuk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hogere celstraf voor notoire oplichter

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft een 56-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Volgens het hof is hij schuldig aan zeker 50 gevallen van oplichting in Nederland en België. De man moet de gedupeerden in totaal zo’n 120.000 euro aan schadevergoeding betalen. Ook zal het hof de uitspraak - nadat die onherroepelijk is geworden - publiceren zonder de gegevens van de man te anonimiseren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Levert het door verdachte voor zichzelf ontsluiten van informatie, zonder de informatie te delen met dan wel ter kennis brengen aan een derde "schenden van een geheim" i.d.z.v. art. 272 Sr op?

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:150

Het middel stelt de rechtsvraag aan de orde of “het voor zichzelf ontsluiten van informatie, zonder de informatie te delen met, dan wel ter kennis te brengen aan een derde” onder “schenden van een geheim” in de zin van art. 272 Sr kan worden begrepen. In de toelichting op het middel wordt opgemerkt dat de middelen nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling nu de Hoge Raad zich niet eerder heeft uitgelaten over een kwestie als de onderhavige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over “ruchtbaarheid geven aan” (smaad, art. 261 Sr)

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:155

Onder “ruchtbaarheid geven” als bedoeld in art. 261 Sr dient te worden verstaan “het ter kennis van het publiek brengen”. Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Van “het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven” kan ook sprake zijn indien de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie in beslagzaak gegrond. Kan conservatoir beslag in zijn totaliteit als disproportioneel worden aangemerkt?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:274

Het gaat in deze zaak om het volgende. Tegen de klagers loopt een strafrechtelijk onderzoek op verdenking van onder meer belastingfraude, valsheid in geschrift, witwassen en bankieren zonder vergunning. De klagers zijn twee natuurlijke personen en vijf rechtspersonen die telkens in rechte worden vertegenwoordigd door een van de twee natuurlijke personen. Onder de klagers is op de voet van artikel 94a Sv beslag gelegd op een bedrag van €30.010.685,52 en de rechtbank heeft geoordeeld “dat het beslag gedurende de looptijd van het strafrechtelijk onderzoek gemaximeerd dient te blijven op 30 miljoen euro”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voormalig directeur woningstichting wegens verduistering in dienstbetrekking en valsheid in geschrifte

Rechtbank Limburg 19 februari 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:1405

Aan het einde van de zomer van 2012 berichtte het NRC Handelsblad dat de verdachte zich, als directeur van de woningstichting naam woningstichting 1, zou hebben verrijkt met een onroerendgoedtransactie. Daarnaast zouden een aantal gebeurtenissen en transacties binnen de woningstichting “vragen oproepen”. De minister van Binnenlandse Zaken heeft vervolgens aan de Raad van Toezicht van de woningstichting opdracht gegeven een onafhankelijk onderzoek in te laten stellen en een interim directeur te benoemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: rechter kan gevolgen verbinden aan omstandigheid dat aanhoudingsverzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd indien hij omstandigheden niet z.m. aannemelijk acht

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:271

Het middel klaagt dat het recht – in het bijzonder artikel 6 EVRM – is geschonden doordat het gerechtshof ten onrechte het verzoek van de verdachte om bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting aanwezig te zijn, heeft afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG met regelgeving, literatuur en rechtspraak over (witwassen en) bitcoins

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:148

Het middel klaagt, als gezegd, over de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde als witwassen in de zin van art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Blijkens de toelichting is de steller van mening dat uit ’s hofs motivering niet kan worden afgeleid dat sprake is ‘van gedragingen van de verdachte die (kennelijk) ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over bestanddeel “verwerven” (art. 420bis Sr) en verkrijgen feitelijke zeggenschap

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:153

Het middel klaagt in het bijzonder dat (1) het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betreffende woning te plaats en de onroerende zaak te Oostenrijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, (2) uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, blijkt dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode de onroerende zaak te Oostenrijk heeft verworven en (3) het hof ten onrechte heeft bewezenverklaard dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^