Ondervragingsrecht: Levert gebruik voor bewijs van PV van verbalisant, die in hoger beroep vier jaar later als getuige is gehoord, strijd met art. 6 EVRM op?

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2049

Het middel klaagt dat art. 6, eerste en derde lid, aanhef en onder d, EVRM is geschonden doordat het hof een proces-verbaal van een verbalisant tot het bewijs heeft gebezigd, althans dat ’s hofs oordeel dat het gebruik van dit proces-verbaal geen schending van art. 6, derde lid, EVRM oplevert niet zonder meer begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rb: niet elke onderzoekswens waarvan op voorhand onduidelijk is of de uitvoering ervan kan bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing moet worden toegewezen

Rechtbank Den Haag 13 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14085

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade benadeelde partij na verduistering

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2016

Het middel klaagt dat het hof op onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden ten laste van de verdachte de vordering van de benadeelde partij ter vergoeding van geleden schade ten bedrage van € 77.500,00 hoofdelijk heeft toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar kantooradres raadsman genoemd in bij akte instellen rechtsmiddel

Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2048

De opgave van het kantooradres van de raadsman "voor toezending van de akte en de appeldagvaarding" in het genoemde faxbericht geldt als de opgave van een adres voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding als bedoeld in art. 450, derde lid, Sv. In deze zaak heeft zich echter niet de in die wetsbepaling voorziene situatie voorgedaan dat aanstonds na het instellen van het hoger beroep een oproeping aan de verdachte om tegen een bepaalde datum ter terechtzitting te verschijnen is uitgereikt aan een medewerker ter griffie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Sociale zekerheidsfraude: OM niet-ontvankelijk

Gerechtshof Den Haag 6 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3187

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 94a Sv op woning onder klaagster ten laste van echtgenoot van klaagster

Hoge Raad 20 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2142

In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat op de voet van art. 94a Sv beslag is gelegd op de woning tot bewaring van het recht tot verhaal van een aan betrokkene 1 op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De Rechtbank heeft als vaststaand aangenomen dat de woning sinds 1996 - het jaar waarin de klaagster buiten gemeenschap van goederen is gehuwd met betrokkene 1 - alleen op naam van de klaagster staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Infrastructuurbeheerder veroordeeld voor overtreding van Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

Rechtbank Rotterdam 8 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9194

Naam verdachte rechtspersoon is infrastructuurbeheerder van de spoorwegen in Nederland. In die hoedanigheid is zij geadresseerde van het voorschrift dat is neergelegd in randnummer 1.4.3.6 bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG). Overtreding van dit voorschrift is op grond van artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, gelezen in samenhang met artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet Economische Delicten (WED) strafbaar gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag op gehuurde graafmachine onder klager t.z.v. verdenking van verduistering, waarna zowel klager als verhuurbedrijf klaagschrift indient

Hoge Raad 20 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2156

Onherroepelijke beschikking waarbij teruggave van inbeslaggenomen voorwerp wordt gelast, leidt ertoe dat beslag is beëindigd, hoewel dat niet valt te lezen in art. 134.2 Sv. Dat brengt mee dat klager geen belang heeft bij vernietiging van bestreden beschikking. Rechter die na verwijzing of terugwijzing over zaak moet oordelen, kan klager immers slechts n-o verklaren in zijn beklag, nu beslag reeds is beëindigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voormalig minister-president van Curaçao en zijn partner definitief

Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2157 en ECLI:NL:HR:2018:2158

De veroordelingen van de voormalig minister-president van Curaçao Schotte en zijn partner wegens onder meer ambtelijke corruptie en witwassen blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld. Ook de opgelegde straffen zijn definitief.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak: geen causaal verband tussen verkeersovertreding(en) van verdachte en het fatale ongeluk dat daarna heeft plaatsgevonden

Rechtbank Amsterdam 14 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8081

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte schuldig is aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Om van schuld in de zin van dat artikel te kunnen spreken, moet kunnen worden vastgesteld dat ten minste sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onoplettendheid en/of onachtzaamheid van de kant van de verdachte. Bij de beantwoording van deze vraag komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Read More
Print Friendly and PDF ^