Noordelijke Fraudekamer veroordeelt telefoonfraudeurs

De Noordelijke Fraudekamer van de Rechtbank Noord-Nederland heeft 13 verdachten veroordeeld voor onder andere oplichting en witwassen in een grootschalige aquisitiefraudezaak. De hoofdverdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden. Uit het onderzoek, genaamd ‘Chryseis’, kwam naar voren dat gedurende een half jaar enkele tientallen personen stelselmatig zijn opgelicht voor een totaalbedrag van ongeveer € 300.000,-. Eén van de verdachten van witwassen werd vrijgesproken wegens een gebrek aan bewijs.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Middel gericht tegen OVAR in hoofdzaak aan te merken als middel van cassatie in ontnemingszaak?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1947

Het middel voert aan dat het hof ten onrechte de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft afgewezen met een verwijzing naar het ontslag van rechtsvervolging dat het hof in de strafzaak tegen verdachte op 25 januari 2017 ten aanzien van het onder twee bewezenverklaarde heeft uitgesproken. De steller van het middel meent dat verdachte ten onrechte van alle rechtsvervolging is ontslagen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie over toepassing art. 9a Sr. Strafreductie met 100% op grond van de schending van de redelijke termijn onbegrijpelijk?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1944

Anders dan het middel betoogt is 's Hofs toepassing van art. 9a Sr toereikend gemotiveerd. Gelet op al hetgeen waarop het Hof acht heeft geslagen, waaronder de omstandigheid dat ten tijde van het bestreden arrest de gehele procedure ruim zes jaren bestreek, doet aan de begrijpelijkheid van die beslissing niet af dat volgens het middel de redelijke termijn in eerste aanleg niet met drie jaren, zoals het Hof heeft vastgesteld, maar met twee jaren en drie maanden is overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hadden inbeslaggenomen stukken en vastgelegde gegevens, waaronder geheimhoudersstukken, met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan RC moeten worden voorgelegd?

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1960

Het middel keert zich tegen de ongegrondverklaring van het beklag door de Rechtbank en in het bijzonder tegen de verwerping van klaagsters stelling dat de inbeslaggenomen stukken en de vastgelegde gegevens, waaronder zich geheimhoudersstukken bevinden, ten onrechte niet met toepassing van art. 98 Sv ter beslissing aan de Rechter-Commissaris zijn voorgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. voorwaarden voor gebruik van redengevende f&o voor bewezenverklaring, die niet in b.m. zijn vermeld

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1958

Het tweede middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring van feit 3 niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid. Het middel voert daartoe onder meer aan dat de bewezenverklaring van het opzettelijk onvolledig laten doen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2008 door zijn belastingadviseur, door het Hof onvoldoende met redenen is omkleed.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevolgen vernietiging strafzaak voor beslissing ontnemingszaak

Hoge Raad 14 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1016 (gepubliceerd op 17 oktober 2018)

Ingevolge het vierde lid van art. 557 Sv kan een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie, als bedoeld in art. 36e Sr, immers eerst worden tenuitvoergelegd nadat en voorzover de veroordeling, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, in kracht van gewijsde is gegaan, terwijl ingevolge art. 511i Sv een uitspraak op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in art. 36e Sr van rechtswege vervalt doordat en voorzover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte, als bedoeld in art. 36e, eerste lid, Sr, achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag woonhuis klaagster i.h.k.v. strafzaak tegen echtgenoot voor gewoontewitwassen: HR herhaalt overwegingen situatie waarin beslag rust op inbeslaggenomen voorwerp en derde teruggave verzoekt

Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1952

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de rechter in een geval als het onderhavige, waarin op de voet van art. 94a Sv beslag rust op het inbeslaggenomen voorwerp en een derde in een beklagprocedure op de voet van art. 552a Sv om teruggave verzoekt, als maatstaf moet aanleggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk moet geven. Indien die derde als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken, en daarvan blijk moeten geven, of zich de situatie van art. 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming ontvangsten voor afgifte van afvalstromen: Rb gaat uit van meer kostenposten dan het OM nu het moeilijk exact te bepalen is welke (vaste) kosten in directe relatie tot de delicten staan

Rechtbank Gelderland 17 oktober 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4474

In het vonnis van 4 december 2017 is door de rechtbank overwogen dat veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan het afvoeren van grote hoeveelheden afvalstoffen, die alleen door verbranding verwerkt hadden mogen worden, als een afvalstof die geschikt zou zijn voor gebruik in een biovergister. Dit betreft leveringen aan onder andere naam 5, naam 6 en naam 7 Ook heeft veroordeelde zich veelvuldig schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Deze feiten zijn gepleegd in de periode tussen 1 juli 2013 en 25 juni 2014. Er was sprake van medeplegen met medeverdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook een onherroepelijke uitspraak van een buitenlandse rechter moet worden aangemerkt als een veroordeling die aan de toepassing van art. 89 Sv in de weg staat

Rechtbank Gelderland 10 oktober 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4423

Vastgesteld kan worden dat de zaak uit maart 2017, waar het in casu over gaat, niet is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, immers, verzoeker is voor dit feit onherroepelijk veroordeeld door een Poolse rechtbank tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 3 jaren. De raadkamer is van oordeel dat ook een onherroepelijke uitspraak van een buitenlandse rechter moet worden aangemerkt als een veroordeling die aan de toepassing van artikel 89 Sv in de weg staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanvoer van mest voor co-vergister in strijd met vergunning

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8802

Verdachte gedurende een periode van 8 maanden, in strijd met de omgevingsvergunning, grote hoeveelheden mest van buitenaf aangevoerd. Ter zitting van het hof heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman, kort gezegd, aangevoerd dat mest moet worden aangemerkt als afvalstof is en dat uit de voorschriften I1 en I4 van de vergunning volgt dat er 15.000 ton aan afvalstoffen per jaar mogen worden verwerkt. Deze hoeveelheid is niet overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^