Beslag: HR herhaalt wanneer rechter blijk moet geven van onderzoek naar vraag of voortzetting van beslag in overeenstemming is met proportionaliteit en subsidiariteit en welke motiveringseisen gelden

Hoge Raad 9 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:563

De vraag wanneer de rechter blijk moet geven van een onderzoek naar de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, en – als dat het geval is – welke eisen moeten worden gesteld aan de motivering van zijn beslissing, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar is afhankelijk van de concrete onderbouwing en de indringendheid van de door of namens de klager aangevoerde argumenten. Ook is van belang wat daarover door het openbaar ministerie wordt ingebracht. Verder komt betekenis toe aan het tijdsverloop sinds de beslaglegging en aan de termijn waarbinnen een beslissing in de hoofdzaak of in de ontnemingsprocedure redelijkerwijs valt te verwachten. Naarmate meer tijd is verstreken – en de klager dus al langer door het beslag wordt getroffen – kan meer gewicht toekomen aan de persoonlijke belangen van de klager bij de opheffing van het beslag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR geeft in aanvulling op overzichtsarrest redelijke termijn en een overzicht van gevallen waarin kan worden volstaan met de enkele constatering dat redelijke termijn is overschreden

Hoge Raad 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. de algemene uitgangspunten en regels over de inbreuk op het recht van de verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn, het uitgangspunt dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van opgelegde straf dan wel vastgesteld ontnemingsbedrag en gevallen waarin in strafzaken en in ontnemingszaken geen vermindering wordt toegepast. Algemene regels over wijze waarop straf dan wel ontnemingsbedrag moet worden verminderd, zijn niet te geven. Het staat feitenrechter vrij om (na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder mate van overschrijding van redelijke termijn) te volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden. Daarbij kan worden aangesloten op door de Hoge Raad genoemde gevallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mag de beoordeling of een strafbaar feit ‘als bedrijf is uitgeoefend’ worden gedaan aan de hand van stelselmatigheid en duurzaamheid?

Hoge Raad 19 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:450

Vooropgesteld moet worden dat de rechter bij de vraag of de verdachte van het plegen van het misdrijf ‘zijn beroep maakt of het plegen van dit misdrijf als bedrijf uitoefent’ in de zin van artikel 337 lid 3 Sr – naast andere omstandigheden die kunnen duiden op grootschalig en professioneel handelen – mede kan betrekken of het opzettelijk invoeren, doorvoeren of uitvoeren en/of verkopen en/of te koop aanbieden en/of afleveren en/of uitdelen en/of in voorraad hebben meermalen heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

PG: schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel is een veroordeling

Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2024, ECLI:NL:PHR:2024:354

Is een schuldigverklaring wegens een strafbaar feit zonder oplegging van straf of maatregel (een zogenoemd rechterlijk pardon) een veroordeling? Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Hof) oordeelde van niet in een civiele zaak tegen het land Curaçao waarin een voormalig kandidaat-minister een verklaring voor recht heeft gevorderd om alsnog in aanmerking te komen voor een ministerspost. Hij had eerder zijn kandidatuur teruggetrokken nadat was gebleken dat hij in het verleden is veroordeeld voor een misdrijf zonder dat er een straf of maatregel is opgelegd. Het oordeel van het Hof is volgens de procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad echter niet juist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: verschoningsrecht voldoende gewaarborgd wanneer RC de door de verdediging ingebrachte zoektermenlijst beperkt

Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:314

De rechtbank heeft overwogen dat bij de onder regie van de rechter-commissaris uitgevoerde filterprocedure gebruik is gemaakt van een lijst met een grote hoeveelheid aan zoektermen, waarop de verdediging “input” heeft gegeven. Verder heeft de rechtbank overwogen dat, hoewel verschil van inzicht bestond tussen de verdediging en de rechter-commissaris over de hoeveelheid zoektermen en de rechter-commissaris een door de verdediging ingebrachte zoektermenlijst heeft beperkt, de filterprocedure niet te beperkt is geweest. Het op onder meer deze overwegingen gebaseerde kennelijke oordeel van de rechtbank dat bij de schifting onder leiding van de rechter-commissaris het verschoningsrecht van de klaagster voldoende is gewaarborgd en dat geen grond bestaat voor een nadere schifting onder leiding van de rechter-commissaris, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eigendom van goed wordt prijsgegeven als je het aan straat zet om te worden opgehaald door de vuilnisophaaldienst

Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:384

Het hof heeft vastgesteld dat de Verdachte een vuilniszak heeft weggemaakt die door betrokkene 1 voor de voortuin van zijn woning was geplaatst om te worden opgehaald door de vuilnisophaaldienst. Het hof heeft bewezenverklaard dat die vuilniszak ten tijde van het wegmaken aan betrokkene 1 “toebehoorde”, en in dat verband overwogen dat degene die huisvuil aanbiedt door dit te plaatsen aan de stoeprand met het oog op vernietiging daarvan, “hooguit (...) afstand doet van zijn eigendomsrecht ten behoeve van de vuilnisverwerker”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR beantwoordt prejudiciële vragen over verschoningsrecht van advocaten en geeft duidelijkheid over werkwijze OM

Hoge Raad 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375

Vanwege lacunes in de huidige strafrechtelijke wetgeving formuleert de Hoge Raad uitgangspunten voor de omgang met grote hoeveelheden gegevens die in het kader van de opsporing beschikbaar zijn gekomen, waarvan een deel vermoedelijk onder het verschoningsrecht van een geheimhouder valt. Ook beantwoordt de Hoge Raad prejudiciële vragen die het hof ‘s-Hertogenbosch heeft gesteld. Kern van deze uitspraak is dat de rechter-commissaris bij de omgang met deze gegevens een grotere rol krijgt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

In strafverzwarende zin kan acht geslagen worden op niet aan verdachte ten laste gelegde veroordelingen voor onder meer soortgelijke feiten: met veroordeling wordt gelijkgesteld strafbeschikking

Hoge Raad 27 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:260

De verdachte is veroordeeld voor feitelijke leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon. In de strafmotivering komt tot uitdrukking dat hof in het nadeel van verdachte gewicht heeft toegekend aan de omstandigheid dat hij eerder is veroordeeld voor “soortgelijke feiten”. Uit de inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte op het moment waarop het hof arrest wees, onherroepelijk was veroordeeld voor daar vermelde feiten, waaronder twee vermogensdelicten. De rechter mag bij de strafoplegging rekening houden met een niet ten laste gelegd feiten, onder meer wanneer verdachte voor dit feit onherroepelijk is veroordeeld en dit feit wordt vermeld ter nadere uitwerking van persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij wordt met een onherroepelijke veroordeling gelijkgesteld een onherroepelijke strafbeschikking. De opvatting dat veroordelingen die meer dan vijf jaren voor het begaan van het bewezenverklaarde feit onherroepelijk zijn geworden, niet in strafverzwarende zin in strafoplegging mogen worden betrokken, vindt geen steun in het recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wat kan er gebeuren als een verdachte en medeverdachte uit frustratie over het handelen van een gemeente t.a.v. de vergunningaanvraag voor zijn cafe een Bibob-advies delen met een journalist?

Hoge Raad 5 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:308

In casu is deze verdachte veroordeeld wegens medeplegen van een opzettelijke schending van een wettelijke geheimhoudingsplicht tot een voorwaardelijke geldboete van € 500. Is voor vervolging een klacht vereist als bedoeld in art. 272.2 Sv? Het Hof heeft vastgesteld dat het BIBOB advies vertrouwelijke gegevens bevat m.b.t. derden (gegevens over veroordelingen van 2 medewerkers van verdachte en investeerder) en dat verdachte en medeverdachte dit advies aan een journalist hebben verstrekt. Op grond daarvan heeft het hof geoordeeld dat verdachte een geheim dat hij uit hoofde van art. 28 lid 1 Wet Bibob verplicht was te bewaren, heeft geschonden. Het Hof heeft geoordeeld dat voor vervolging van verdachte voor dit feit geen klacht was vereist. Mede gelet op wetsgeschiedenis van art. 272 Sr en de Wet Bibob geeft dat oordeel (waarin besloten ligt dat met openbaring van deze informatie een publiek belang wordt geschonden dat prevaleert boven belang van persoon tegen wie feit is gepleegd) niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen wegens grootschalige beleggingsfraude (piramidespel) met investeringsproducten van Quality Investments kunnen in stand blijven

De veroordelingen van twee verdachten wegens grootschalige beleggingsfraude kunnen in stand blijven. Dat adviseert de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in haar conclusies. Het gaat in deze zaken om een grootschalig piramidespel met investeringsproducten van Quality Investments. Het gerechtshof veroordeelde de verdachten wegens het medeplegen van valsheid in geschrift, het medeplegen van oplichting, het medeplegen van gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie en legde gevangenisstraffen op van 72 maanden en een beroepsverbod van elf jaar. Tegen deze uitspraken stelden de verdachten beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaten van de verdachten vragen de Hoge Raad de uitspraken van het hof te vernietigen. In cassatie wordt vooral geklaagd dat beide arresten van het hof niet voldoen aan de bewijsrechtelijke eisen van nauwkeurigheid en zorgvuldigheid. Ook wordt geklaagd over de strafmotivering. De AG is van mening dat de cassatieklachten over de bewijsvoering van het hof niet slagen. Uit die bewijsvoering blijkt voldoende dat de mededelingen over het investeringsproduct in (onder meer) de door de verdachten gebruikte geschriften vals waren en ook dat de verdachten daarvan wisten. De klacht over de strafmotivering houdt in dat volgens de verdediging het hof bij de strafoplegging ten onrechte rekening heeft gehouden met het feit dat het door de verdachten veroorzaakte nadeel een veel hoger bedrag omvat dan dat van de in de bewezenverklaring genoemde beleggers. De AG is van mening dat ook deze klacht niet slaagt. Het hof heeft de grotere schade kunnen aanmerken als een omstandigheid waaronder de fraude is gepleegd. De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 9 april 2024.

Read More
Print Friendly and PDF ^