HR: Valsheid in geschrifte ondanks dat verdachte na verzenden document heeft laten weten dat hij abusievelijk het verkeerde document had verzonden. Conclusie AG anders.

Hoge Raad 18 januari 2021, ECLI:NL:HR:2022:34

De verdachte is wegens opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De NVWA heeft bij een controle gevraagd of het bedrijf in kwestie steekproefsgewijs het kwikgehalte in partijen zwaardvis had getest. De verdachte ging ervan uit dat dat was gebeurd en heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarna is door de toezichthouder van de NVWA gevraagd om daarvoor bewijs op te sturen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kunnen de personen die WhatsApp-gesprekken met de verdachte hebben gevoerd als belastende getuigen in de zin van art. 6 lid 3 sub d EVRM worden aangemerkt?

Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2022:17

In de onderhavige zaak is het de vraag of betrokkene 1 en betrokkene 2 als (belastende) getuigen kunnen worden aangemerkt. Het hof heeft als bewijsmiddel gebezigd de inhoud van WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en betrokkene 1 enerzijds en de verdachte en betrokkene 2 anderzijds. Van het daadwerkelijk afleggen van een verklaring is aldus geen sprake.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevolgen beslag bij onverbindendheid bepaling wegens strijd met hogere regeling

Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1946

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belemmeren van toegang tot geautomatiseerd werk door via website DDos-aanvallen uit te laten voeren op andere website: “geautomatiseerd werk”?

Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1944

Een inrichting kan alleen als “geautomatiseerd werk” in de zin van art. 80sexies (oud) Sr worden aangemerkt als zij geschikt is om 3 functies te vervullen, te weten opslag, verwerking en overdracht van gegevens. Begrip “geautomatiseerd werk” in de zin van art. 80sexies (oud) Sr is echter niet beperkt tot apparaten die zelfstandig aan deze drievoudige eis voldoen. Ook netwerken bestaande uit computers die d.m.v. via internet verspreide software met elkaar zijn verbonden en/of telecommunicatievoorzieningen vallen onder dat begrip, evenals delen van zulke geautomatiseerde werken (vgl. HR:2013:BY9718 en HR:2011:BN9287). Dat zo’n apparaat, netwerk of deel daarvan slechts m.b.v. een of meer computerprogramma’s die functies van opslag, verwerking en overdracht van gegevens kan vervullen, brengt mee dat belemmering van werking van computerprogramma waarmee een of meer van die functies worden vervuld ook kan worden aangemerkt als belemmering van werking van dit geautomatiseerd werk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad zet streep door publicatie foto van veroordeelde bij uitspraak op Rechtspraak.nl

Hoge Raad 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1888

De veroordeling door het gerechtshof Den Haag van een man tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens grootschalige oplichting, verduistering, diefstal en valsheid in geschrift kan in stand blijven, met uitzondering van de beslissing om bij de openbaarmaking van de uitspraak op rechtspraak.nl ook een foto van het gezicht van de verdachte te publiceren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over verplichting van de Staat tot het bieden van rechtsherstel als het EHRM in een uitspraak een schending van een verdragsregel heeft vastgesteld

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1884

De aanvraag tot herziening houdt verband met de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 januari 2021 in de zaak van Keskin tegen Nederland. In de aanvraag tot herziening wordt naar voren gebracht dat het EHRM in deze uitspraak heeft vastgesteld dat art. 6, eerste lid in samenhang met het derde lid onder d, EVRM is geschonden in de procedure die tot de veroordeling van de aanvrager heeft geleid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is beslag gelegd ‘krachtens de wet’ (art. 198 Sr)?

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1878

Het hof heeft vastgesteld dat de voorzieningenrechter verlof heeft verleend voor de beslaglegging, dat de deurwaarder aan betrokkene 2 en de verdachte heeft gezegd dat hij beslag kwam leggen op de inboedel en de auto van betrokkene 2, en dat de deurwaarder vervolgens deze auto heeft waargenomen in de parkeergarage. Nu het hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan met betrekking tot de wijze en het moment waarop de beslaglegging heeft plaatsgevonden, is het kennelijke oordeel van het hof dat die omstandigheden al meebrengen dat sprake was van een “krachtens de wet gelegd beslag” op die auto als bedoeld in artikel 198 lid 1 Sr - in het licht van de wettelijke bepalingen omtrent het leggen van conservatoir beslag - ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1875

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat volstaan kan worden met de enkele constatering dat een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie over overbrenging van afvalstof “produced water”, EVOA & MARPOL

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1862

Het cassatiemiddel komt op tegen de gegeven vrijspraak. Het voert daartoe in de kern aan dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de overbrenging van het in de tenlastelegging bedoelde “produced water” niet valt onder de werking van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (EVOA).

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR stelt prejudiciële vragen aan HvJ-EU over de in art. 8 Verordening 273/2004 voorkomende begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1841

Deze zaak betreft een OM-cassatie na vrijspraak wegens het niet voldoen aan de in art. 8 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van het vervoeren/ontvangen/opslaan/voorhanden hebben van grote hoeveelheden drugsprecursoren (stoffen die vaak voor illegale vervaardiging van verdovende middelen worden gebruikt). Dit is strafbaar gesteld in art. 2.a Wet voorkoming misbruik chemicaliën. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de in art. 8 Verordening 273/2004 voorkomende begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’. De Hoge Raad wijdt in dat verband beschouwingen aan (de totstandkomingsgeschiedenis van) Verordening 273/2004, de afbakening tussen deze Verordening en Kaderbesluit 2004/757, dat voorschriften bevat over het bestraffen van verschillende gedragingen m.b.t. illegale handel in drugs en precursoren en de gevolgen van een beperkte of ruime interpretatie van de begrippen ‘marktdeelnemer’ en ‘voorval’ voor (de toepasselijkheid van) het nemo tenetur-beginsel.

Read More
Print Friendly and PDF ^