Is het OM ontvankelijk in de vervolging wanneer een schriftelijke volmacht voor het indienen van een klacht ontbreekt?

Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:265

In de onderhavige zaak heeft het het hof vastgesteld dat betrokkene 1 volgens vooraf binnen A gemaakte afspraken namens de benadeelden, waaronder betrokkene 2, die als sectorleidster dans verbonden was aan A, aangifte heeft gedaan tegen de verdachte en daaruit afgeleid dat betrokkene 1 bij het doen van aangifte mede namens betrokkene 2 handelde. Dat er bij betrokkene 2 ten tijde van de aangifte ook de wens tot vervolging van de verdachte bestond, heeft het hof afgeleid uit de verklaring van betrokkene 1 inhoudende dat hij contact heeft gehad met betrokkene 2 en zij hem kenbaar heeft gemaakt dat er door het handelen van de verdachte angstgevoelens bij haar waren ontstaan en dat zij vond dat er iets moest gebeuren tegen het handelen van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR gaat in op betekenis van EHRM Keskin voor beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen en voor het gebruik van verklaringen van getuigen voor het bewijs

Hoge Raad 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576

De Hoge Raad gaat in dit arrest nader in op de uitspraak van het Europees hof voor de rechten van de mens in de zaak Keskin tegen Nederland en de betekenis van die uitspraak voor de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de Nederlandse strafrechter en voor het gebruik van verklaringen van getuigen voor het bewijs in gevallen waarin de verdediging niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen. Na een weergave van eerdere rechtspraak van de Hoge Raad en van de overwegingen van het EHRM in de zaak Keskin, bespreekt de Hoge Raad – in reactie op de uitspraak van het EHRM – enkele uitgangspunten van het Nederlandse stelsel met betrekking tot het oproepen en horen van getuigen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over relatie tussen wederrechtelijk verkregen voordeel en veroordeling wegens valsheid in geschrifte

Parket bij de Hoge Raad 6 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:286

De steller van het middel bestrijdt het oordeel van het hof dat aannemelijk is geworden dat de betrokkene door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Volgens de steller van het middel zijn de contante onttrekkingen van geld van de rechtspersoon mogelijk gemaakt door het uitlenen van personeel en niet door de valselijk opgemaakte bedrijfsadministratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Advocaat stelt zich niet volgens de regels. AG concludeert dat er ruimte is voor coulance.

Parket bij de Hoge Raad 6 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:345

In de cassatieschriftuur wordt – onder verwijzing naar HR 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250 – de stelling betrokken dat de email “bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als stelbrief in de zin van art. 38 Sv (…), zodat aan de raadsvrouw krachtens art. 48 Sv een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep had moeten worden verzonden.” Nu dat niet is gebeurd, is van een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep buiten aanwezigheid van de verdachte en haar raadsvrouw geen sprake geweest, en moet het arrest worden vernietigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad Jaarverslag 2020: Het jaar 2020 belichtte de vitale functie van de rechtspraak in de samenleving

Deze week bracht de Hoge Raad het jaarverslag over 2020 uit. Daarin wordt verslag gedaan van de taakvervulling van de Hoge Raad in 2020. Als gevolg van de gezondheidscrisis werd de rechtspraak in 2020 met nieuwe dringende vragen geconfronteerd, een duidelijke illustratie van de vitale functie die de rechtspraak in de samenleving heeft. Vragen als ‘Mag een rechter wegens de coronamaatregelen ermee volstaan iemand in zijn zaak alleen telefonisch te horen?’ en ‘Mag een rechter die in quarantaine is thuis online meedoen aan de behandeling en een beslissing van een zaak samen met twee rechters in het gerechtsgebouw?’ bereikten de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad over strafbare poging

Hoge Raad 30 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:389

De Hoge Raad legt in zijn arrest uit dat voor een strafbare poging is vereist dat sprake is van gedragingen die kunnen worden gezien als een begin van uitvoering van het misdrijf dat de verdachten willen plegen. Om in een concreet geval te beoordelen of van dat soort gedragingen sprake is, is van belang hoe dicht die gedragingen bij de voltooiing van het misdrijf lagen en hoe concreet die daarop waren gericht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Binnendringen in een woning bij een ander in gebruik kan alsnog wederrechtelijk zijn als dit gebeurt met toestemming van de eigenaar van de woning

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:426

Voor zover het cassatiemiddel berust op de opvatting dat het binnendringen in een woning bij een ander in gebruik niet “wederrechtelijk” kan zijn als dit gebeurt met toestemming van de eigenaar van de woning, faalt het omdat die opvatting in zijn algemeenheid onjuist is. Daarbij is van belang dat artikel 138 Sr het huisrecht van een ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning, beoogt te beschermen (vgl. HR 4 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4943).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ne bis in idem, deelneming aan criminele organisatie en latere vervolging voor concreet delict

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:387

In de situatie waarin een verdachte wordt of is vervolgd voor deelneming aan een criminele organisatie en diezelfde verdachte nadien ook wordt vervolgd voor een met zijn deelneming aan deze criminele organisatie samenhangend concreet delict, kan zo’n tweede vervolging voor het concrete delict in bijzondere omstandigheden in strijd komen met het ne bis in idem-beginsel. Daarvan is in de kern genomen sprake indien in de eerdere vervolging de deelneming van verdachte aan de criminele organisatie het begaan van het concrete delict uit de latere vervolging omvatte. Wanneer, zoals in het onderhavige geval, de eerste vervolging betrekking heeft op het door verdachte begaan zijn van een concreet delict en de tweede vervolging het deelnemen aan een criminele organisatie betreft, staat het ne bis in idem-beginsel in de weg aan die latere vervolging voor het deelnemen aan een criminele organisatie als die deelneming van verdachte op niets anders betrekking heeft dan het begaan van het concrete delict waarvoor verdachte al is vervolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR geeft antwoord: hoe ver reiken verplichtingen voor bedrijfsleven bij voorkomen van BTW-fraude?

Hoge Raad 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:456 (Belastingrecht)

De Hoge Raad verduidelijkt: ook bij handel in goederen die gevoelig zijn voor belastingfraude, hoeft niet te worden uitgegaan van fraude. Zonder “concrete aanwijzingen van onregelmatigheden of fraude” hoeft niet te worden onderzocht of de afnemer zich wellicht aan fraude schuldig maakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Wanneer is sprake van een voor de verdediging behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging?

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:429

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het gebruik van de verklaring van medeverdachte 1 voor het bewijs verenigbaar is met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), en voert daartoe onder meer aan dat een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van medeverdachte 1 heeft ontbroken, en dat de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaring van medeverdachte 1 rust.

Read More
Print Friendly and PDF ^