Veroordeling Haagse arts wegens ondeugdelijke borstoperaties definitief

Hoge Raad 23 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1093

De veroordeling van een Haagse arts wegens mishandeling van negen patiënten door op ondeugdelijke wijze borstimplantaten in te brengen, wat tot zwaar lichamelijk letsel heeft geleid, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen over het betrekken van een niet tlgd. feit bij de strafoplegging

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1023

In de onderhavige zaak duidt de door het hof gebezigde formulering erop dat met de vermelding van het niet tenlastegelegde feit bij de strafoplegging in het bijzonder gewicht is toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte niettegenstaande een eerdere veroordeling zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit. Deze veroordeling was echter nog niet onherroepelijk ten tijde van het begaan van de feiten waarop de strafoplegging betrekking heeft. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR beantwoord vraag of geheimhouders bij selectieproces, schifting tussen wel en niet verschoningsgerechtigd materiaal, moeten worden betrokken

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1048

Read More
Print Friendly and PDF ^

Arts en ziekenhuis niet aansprakelijk voor schade door gemanipuleerde PIP-borstimplantaten

Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090

Een arts en ziekenhuis zijn niet aansprakelijk voor schade bij patiënten die het gevolg is van door fraude veroorzaakte ondeugdelijkheid van PIP-borstimplantaten. Dat oordeelt de Hoge Raad naar aanleiding van prejudiciële vragen van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Bij dat hof loopt een procedure tussen een patiënte en een ziekenhuis over de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die deze patiënte geleden heeft als gevolg van het feit dat bij haar in 2000 een ‘PIP’-borstimplantaat is geplaatst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklagprocedure & vergoeding kosten rechtsbijstand

Hoge Raad 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1056

Deze zaak gaat over de vraag in hoeverre het mogelijk is voor de indiener van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv (de klager) een vergoeding te krijgen voor de kosten van rechtsbijstand die is verleend in de beklagprocedure. Meer specifiek gaat het om gevallen waarin de beklagprocedure samenhangt met een strafzaak tegen de klager en sprake is van de volgende situatie: het beklag als bedoeld in artikel 552a Sv over de inbeslagneming van een voorwerp is in de beklagprocedure ongegrond verklaard, maar vervolgens heeft de rechter in de strafzaak een last tot teruggave gegeven van het inbeslaggenomen voorwerp, terwijl bovendien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen over motiveringsplicht t.a.v. gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt

Hoge Raad 9 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1007

Op grond van artikel 360 lid 1 en lid 4 van het Wetboek van Strafvordering behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in artikel 344a lid 3 Sv, op straffe van nietigheid nader te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten vermelden dat aan de eisen van artikel 344a lid 3 Sv is voldaan, en verder dat hij ervan blijk moet geven dat hij zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring heeft onderzocht (vgl. HR 11 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1460).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordelingen voor dodelijk ongeluk mestsilo Makkinga definitief

De veroordelingen van een bedrijf dat zich bezighoudt met het mixen en pompen van mest en de bestuurder van dit bedrijf wegens strafbare feiten in verband met een dodelijk ongeluk bij het schoonmaken van een mestsilo in Makkinga in 2013, blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het gevaar van het vragen van een herstelbeslissing

Noot onder HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:937
S. van den Akker, advocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur

Op het eerste oog is de vingerwijzing van de Hoge Raad in zijn arrest – die er op neerkomt dat men de Hoge Raad niet lastig moet vallen met misslagen - meer dan begrijpelijk. Toch brengt de stelling van de Hoge Raad, dat in gevallen als onderhavige het verzoeken een herstelarrest voorkeur verdient, mij tot een nadere beschouwing van dit arrest in het licht van de positie van de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: geen motivatie vereist voor oordeel dat vordering BP onevenredige belasting oplevert voor het strafproces (conclusie AG: anders)

Hoge Raad 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:933

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij benadeelde 2 is het hof tot het oordeel gekomen dat de vordering tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van €5.000 naar maatstaven van billijkheid zich leent voor toewijzing tot een bedrag van €2.500 en voor het overige een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In het licht van het bewezenverklaarde feit en de inhoud van de ingediende vordering is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad, Scoppola en rechtsbescherming

Wetgeving verandert. Soms verandert bijvoorbeeld het strafmaximum van delicten. In zijn uitspraak in de ‘Scoppola-zaak’ heeft het EHRM aangegeven dat bij wijziging van de strafmaat gedurende een strafproces de rechter de voor een verdachte gunstigste strafmaat zal dienen toe te passen, dus ook indien de strafmaat ten gunste van de verdachte na het feit is gewijzigd. Naar aanleiding van deze uitspraak is de Hoge Raad genoodzaakt eerdere jurisprudentie te wijzigen, althans te verduidelijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^