Strafrechtelijk beslag in zaak tegen oprichter Stichting Loterijverlies blijft gehandhaafd

Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:324 en ECLI:NL:HR:2020:325

De beslissing van de rechtbank van januari 2019 om de beslagen te handhaven in de zaak tegen de oprichter van Stichting Loterijverlies en enkele aan hem gekoppelde BV’s blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitgebreide conclusie AG na nervolgingsuitlevering van Iraniër aan de V.S. t.z.v. overtreding Amerikaanse sanctiewetgeving door uitvoer van dual-use goederen naar Iran

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:156

Er zijn middelen ingediend over de genoegzaamheid van het overgelegde bewijsmateriaal, de vereiste dubbele strafbaarheid en beroep op politiek delict-exceptie ex art. 11 Uw en art. 4 Uitleveringsverdrag Nl-VS en de toepasselijkheid van de Antiboycotverordening / Blocking Statute (verordening 2271/96).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet op de Accijns & opzet of (bewuste) schuld

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:152

De verbodsbepaling in art. 5 WA is opgenomen met het doel te voorkomen dat accijnsgoederen in de verbruikerssfeer komen, zonder dat ter zake de heffing van accijns heeft plaatsgevonden. Het opzettelijk overtreden van het in art. 5 WA opgenomen verbod is strafbaar gesteld in art. 97 WA. Ik merk op dat alleen degene die opzettelijk een in artikel 5 WA opgenomen verbod overtreedt, op grond van art. 97 van die wet wordt gestraft. Het niet opzettelijk overtreden van een in artikel 5 WA opgenomen verbod wordt bestraft via artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De vraag of sprake is van opzet of van (bewuste) schuld kan dus ook in die zin relevant zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Levert het door verdachte voor zichzelf ontsluiten van informatie, zonder de informatie te delen met dan wel ter kennis brengen aan een derde "schenden van een geheim" i.d.z.v. art. 272 Sr op?

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:150

Het middel stelt de rechtsvraag aan de orde of “het voor zichzelf ontsluiten van informatie, zonder de informatie te delen met, dan wel ter kennis te brengen aan een derde” onder “schenden van een geheim” in de zin van art. 272 Sr kan worden begrepen. In de toelichting op het middel wordt opgemerkt dat de middelen nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling nu de Hoge Raad zich niet eerder heeft uitgelaten over een kwestie als de onderhavige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over “ruchtbaarheid geven aan” (smaad, art. 261 Sr)

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:155

Onder “ruchtbaarheid geven” als bedoeld in art. 261 Sr dient te worden verstaan “het ter kennis van het publiek brengen”. Met zodanig ‘publiek’ is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld. Van “het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven” kan ook sprake zijn indien de mededeling aan niet meer dan één persoon is gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie in beslagzaak gegrond. Kan conservatoir beslag in zijn totaliteit als disproportioneel worden aangemerkt?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:274

Het gaat in deze zaak om het volgende. Tegen de klagers loopt een strafrechtelijk onderzoek op verdenking van onder meer belastingfraude, valsheid in geschrift, witwassen en bankieren zonder vergunning. De klagers zijn twee natuurlijke personen en vijf rechtspersonen die telkens in rechte worden vertegenwoordigd door een van de twee natuurlijke personen. Onder de klagers is op de voet van artikel 94a Sv beslag gelegd op een bedrag van €30.010.685,52 en de rechtbank heeft geoordeeld “dat het beslag gedurende de looptijd van het strafrechtelijk onderzoek gemaximeerd dient te blijven op 30 miljoen euro”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: rechter kan gevolgen verbinden aan omstandigheid dat aanhoudingsverzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd indien hij omstandigheden niet z.m. aannemelijk acht

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:271

Het middel klaagt dat het recht – in het bijzonder artikel 6 EVRM – is geschonden doordat het gerechtshof ten onrechte het verzoek van de verdachte om bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting aanwezig te zijn, heeft afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG met regelgeving, literatuur en rechtspraak over (witwassen en) bitcoins

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:148

Het middel klaagt, als gezegd, over de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde als witwassen in de zin van art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Blijkens de toelichting is de steller van mening dat uit ’s hofs motivering niet kan worden afgeleid dat sprake is ‘van gedragingen van de verdachte die (kennelijk) ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over bestanddeel “verwerven” (art. 420bis Sr) en verkrijgen feitelijke zeggenschap

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:153

Het middel klaagt in het bijzonder dat (1) het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betreffende woning te plaats en de onroerende zaak te Oostenrijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, (2) uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, blijkt dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode de onroerende zaak te Oostenrijk heeft verworven en (3) het hof ten onrechte heeft bewezenverklaard dat de verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mededeling recht op rechtsbijstand hoeft niet direct voorafgaand of bij het begin van het eerste verhoor plaats te vinden, mag ook tevoren (d.m.v. toezending of uitreiking van informatieblad)

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:288

Op grond van art. 27c, tweede lid, Sv dient de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling te worden gedaan van het in art. 28, eerste lid, Sv gewaarborgde recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Indien dat voorschrift niet is nageleefd levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. Met het oog op de verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM geldt dat zo een vormverzuim, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de ter gelegenheid van het verhoor afgelegde verklaring, tenzij de verdachte door het achterwege blijven van de desbetreffende mededeling niet in zijn verdediging is geschaad (vgl. HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368). De wet vereist niet dat deze mededeling direct voorafgaand of bij het begin van het eerste verhoor plaatsvindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^