Uitkeringsfraude: hof acht gevangenisstraf passend maar legt taakstraf op wegens forse overschrijding redelijke termijn in beide instanties

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:880

Het gerechtshof Amsterdam bevestigt in hoger beroep de veroordeling van een vrouw voor uitkeringsfraude, bestaande uit het opzettelijk niet melden van werkzaamheden aan het UWV. De verdachte is in eerste aanleg door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld en heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld, maar wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover dat is gericht tegen de vrijspraak van het WIA-feit. Het hof acht in beginsel een gevangenisstraf passend, maar legt een taakstraf van 150 uren op vanwege de forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim 25 maanden in eerste aanleg en ruim twaalf maanden in hoger beroep. De opgelegde straf is hoger dan de 140 uren die de advocaat-generaal vordert, en het verzoek van de verdediging om een deels voorwaardelijke taakstraf wordt afgewezen. De zaak illustreert hoe een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn in beide instanties kan leiden tot matiging van een in beginsel passende gevangenisstraf naar een taakstraf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontslag van alle rechtsvervolging bij medeplegen computervredebreuk: verontschuldigbare rechtsdwaling door jonge werknemer die inloggegevens deelde met collega

Gerechtshof Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:537

Het gerechtshof Den Haag verklaart in hoger beroep het medeplegen van computervredebreuk bewezen, maar ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld. De verdachte deelde haar zakelijke inloggegevens voor het containersysteem MyTerminal met een collega, die daarmee onbevoegd bevragingen deed naar containers die in verband konden worden gebracht met de invoer van verdovende middelen. Het hof oordeelt dat de verdachte ten tijde van het feit in de verontschuldigbare overtuiging verkeerde dat haar handelwijze niet ongeoorloofd was. Bij dat oordeel weegt het hof mee dat de verdachte jong en onervaren was, dat zij een vriendschappelijke relatie had met de medeverdachte, dat binnen het bedrijf in de praktijk inloggegevens werden gedeeld en dat concrete instructies over het gebruik van persoonsgebonden inloggegevens niet uit het dossier blijken. Het ontbreken van enig financieel voordeel aan de zijde van de verdachte draagt bij aan het oordeel dat het beroep op rechtsdwaling slaagt. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van twaalf dagen gevorderd, maar het hof komt niet toe aan strafoplegging en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroep op overmacht wegens inbeslagname administratie slaagt niet: rechtspersoon had ontheffing van publicatieplicht jaarrekening moeten aanvragen

Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:879

Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een B.V. geen geslaagd beroep op overmacht toekomt voor het niet deponeren van de jaarrekening over 2020, ondanks de inbeslagname van haar administratie door de FIOD. Het hof overweegt dat de verdachte ruim voor het ontstaan van de publicatieplicht had kunnen voorzien dat zij daaraan niet kon voldoen en een ontheffing op grond van artikel 2:394 lid 5 BW had kunnen aanvragen. Het vonnis van de economische politierechter, die de verdachte van alle rechtsvervolging ontsloeg, wordt vernietigd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van 600 euro met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast legt het hof de maatregel op tot het alsnog deponeren van de jaarrekening binnen negen maanden na het onherroepelijk worden van het arrest. Deze uitspraak verduidelijkt dat van een rechtspersoon wier administratie is inbeslaggenomen, wordt verwacht dat zij actief gebruikmaakt van de wettelijke mogelijkheid tot ontheffing van de publicatieplicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Bosch bevestigt gevangenisstraf voor strafadvocaat: drie maanden voor schending beroepsgeheim tijdens verhoor in beperkingen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 april 2026 een strafrechtadvocaat veroordeeld tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke schending van zijn beroepsgeheim (artikel 272 Sr). De advocaat liet in april 2020 een onbevoegde derde op zijn kantoor telefonisch meeluisteren met het politieverhoor van een cliënt die op dat moment in volledige beperkingen zat. Het hof versmalde de bewezenverklaring ten opzichte van de rechtbank, maar legde een strengere straf op dan door de advocaat-generaal was gevorderd. Inhoudelijk bevestigt het arrest dat de geheimhoudingsplicht van de advocaat bij verdachten in beperkingen via artikel 10 Advocatenwet en artikel 62 Sv onder de reikwijdte van artikel 272 Sr valt. Opvallend is dat het hof expliciet vaststelt dat de wet bij dit delict geen mogelijkheid biedt tot ontzetting uit het beroep van advocaat, terwijl het die maatregel in deze zaak wel passend had geacht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming flessentrekkerij via plof-bv's: hof schat voordeel op bijna 17.000 euro, matigt betalingsverplichting na overschrijding redelijke termijn en verwerpt draagkrachtverweer

Gerechtshof Amsterdam 24 maart 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:928

Het gerechtshof Amsterdam schat in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel uit flessentrekkerij via twee plof-bv's op bijna 17.000 euro. De betrokkene en zijn medeverdachten bestelden goederen bij leveranciers, lieten deze leveren maar betaalden de facturen niet, waarna de goederen werden doorverkocht tegen een lager bedrag dan de inkoopprijs. Het hof hanteert een opbrengstpercentage van 35 procent van de onbetaalde inkoopfacturen exclusief btw en brengt diverse kosten in mindering, waaronder huur, chauffeurs en werkzaamheden van een derde. Op basis van een schriftelijk stuk komt 5 procent van de opbrengst van de ene rechtspersoon aan de betrokkene toe, terwijl de opbrengst van de andere rechtspersoon pondspondsgewijs over vier betrokkenen wordt verdeeld. Het draagkrachtverweer wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing en het hof matigt de betalingsverplichting tot € 15.000 vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^