Fiscale fraude: Strafmaatappel met verzoek om conform voorstel AG oplegging van taakstraf. Hof legt hogere gevangenisstraf op dan rb.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 21 juni 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1944

De verdachte is door de rechtbank inzake het meermalen opzettelijk doen van een onjuiste belastingaangifte (omzetbelasting) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Gelet op de ernst van het feit, de aard en omvang van de fraude en de strafindicatie in de LOVS-oriëntatiepunten komt het hof tot de oplegging van een hogere straf. Omdat de redelijke termijn in de fase van eerste aanleg is overschreden, zal het hof deze overschrijding verdisconteren in de straftoemeting. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending ambtsgeheim: niet relevant hoe geheime gegevens zijn verstrekt

Gerechtshof Den Haag 23 juni 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1063

Een politieambtenaar wordt veroordeeld voor het delen van politie-informatie met een derde (schending ambtsgeheim). Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het schenden van een geheim, in de zin van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander, die tot kennisneming daarvan onbevoegd is. De wijze waarop zulks is geschied, is daarbij niet relevant. Verder is de politieambtenaar veroordeeld voor het bevragen van de politiesystemen voor privédoeleinden (computervredebreuk). Op grond van artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht is (ook) sprake van wederrechtelijk binnendringen wanneer men zich buiten de opgedragen (wettelijke) taak – en dus onbevoegd – de toegang verschaft tot een (deel van een) geautomatiseerd werk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak in belastingfraudezaak: Niet voldaan aan strekkingsvereiste

Gerechtshof Amsterdam 1 juni 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1722

De vraag waarvoor het hof zich bij dit feit mede gesteld ziet, is of het handelen van de verdachte ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven (het strekkingsvereiste van artikel 69 Awr). Naar bestendige jurisprudentie is aan het strekkingsvereiste voldaan indien de gedraging naar haar aard en in het algemeen geschikt is teweeg te brengen dat onvoldoende belasting wordt geheven. In het onderzoek is niet komen vast te staan dat de verdachte in de onderzochte jaren belastbare inkomsten (bijvoorbeeld handel in horloges) heeft gehad, of dat hij meer bezittingen had dan schulden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Partiële vrijspraak opzettelijk doen van onjuiste aangiften IB wegens het niet in die aangiften vermelden van de door de B.V. aan de holdingmaatschappij van de verdachte gedane betalingen

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1749

Aangezien het strafrechtelijk onderzoek gebaseerd is op het uitgangspunt dat aan de managementvennootschap-structuur realiteit moet worden ontzegd, is geen (strafrechtelijk) onderzoek gedaan naar de wijze waarop de betalingen aan de holdingmaatschappij indirect aan de verdachte, als enig aandeelhouder van de holdingmaatschappij (tot 26 mei 2014), ten goede zouden zijn gekomen en een belastbaar feit zouden opleveren, en is evenmin onderzocht of sprake was van zogenoemd fictief loon van de holdingmaatschappij. Daarmee biedt het procesdossier onvoldoende bewijs voor de vaststelling dat daarom de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2010 tot en met 2015 onjuist en/of onvolledig zouden zijn, laat staan dat bewezen zou zijn dat de verdachte deze aangiften daarom opzettelijk (ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet) onjuist en/of onvolledig zou hebben gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het legaliteitbeginsel brengt niet mee dat een beroepsgrond moet worden beoordeeld aan de hand van jurisprudentie die gold ten tijde van de gedraging

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3111

De opvatting van de gemachtigde dat de jurisprudentie zoals die gold ten tijde van de gedraging moet worden toegepast bij de beoordeling van het verweer, vindt geen steun in het recht. Met (na de gedraging tot stand gekomen) jurisprudentie wordt het recht vastgesteld zoals dat ook voor de totstandkoming van die jurisprudentie al gold. Dit brengt mee dat dat recht bij de beoordeling van het verweer moet worden toegepast. Dat zou slechts anders zijn indien de (nieuwe) jurisprudentie voorziet in een overgangsregeling. Daarvan is hier geen sprake.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toerekening aan projectontwikkelaar: Het inschakelen van een gespecialiseerde aannemer ontslaat de verdachte niet van zijn zorgplicht

Gerechtshof Den Haag 6 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:828

De verdachte (rechtspersoon), een projectontwikkelaar, is de aanvrager en de houder (tenaamgestelde) van een omgevingsvergunning. De werkzaamheden van een project, het bouwrijp maken van percelen grond, waarvoor de vergunning is aangevraagd en verleend, worden volledig uitgevoerd door een gespecialiseerde aannemer en door deze aannemer ingeschakelde onderaannemers. De onderaannemer handelt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften. Dit betreft een gedraging in de sfeer van de verdachte rechtspersoon. Het verlenen van dergelijke opdrachten past in de normale bedrijfsvoering van de verdachte. Het overtreden van de vergunningsvoorschriften zijn toe te rekenen aan de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak faillissementsfraude, uitleg bestuurdersbegrip

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 16 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1552

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde sprake dient te zijn van een bestuurder van de (inmiddels) gefailleerde rechtspersoon in de zin van artikel 343 Sr oud. Dit betreffen de formele en/of feitelijke bestuurders van de rechtspersoon. De indirecte formele bestuurder van de rechtspersoon is geen bestuurder in de zin van artikel 343 Sr. Deze dient volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad via het feitelijk leidinggeven aan/opdrachtgeven tot het door de directe formele rechtspersoon-bestuurder gepleegde delict van artikel 343 Sr oud te worden vervolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vervolging voor oplichting en valsheid: Schending ne bis in idem na onderzoek Duitse politie?

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 mei 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1463

Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest Kossowski dat het “ne bis in idem-beginsel” dat is neergelegd in artikel 54 SUO aldus moet worden uitgelegd dat een beslissing van het openbaar ministerie waarbij de strafvervolging wordt beëindigd en het tegen een persoon gerichte onderzoek, onder voorbehoud van de heropening of de nietigverklaring van dit onderzoek, op definitieve wijze wordt afgesloten zonder dat sancties zijn opgelegd, niet als een onherroepelijke beslissing in de zin van eerdergenoemd artikel kan worden aangemerkt wanneer uit de motivering van deze beslissing blijkt dat de bedoelde procedure is beëindigd zonder dat een uitgebreid onderzoek is verricht. Het niet horen van het slachtoffer en een eventuele getuige vormt daarbij een aanwijzing dat een dergelijk onderzoek achterwege is gebleven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak faillissementsfraude: Criterium 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers'

Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1307

Uit het plan ‘Plan 2012/2013 BV 2 verdachte ’ leidt de advocaat-generaal het vooropgezette plan van de medeverdachte (als middellijk vennoot van de verdachte rechtspersoon) af om BV 1 B.V. eerst leeg te trekken en vervolgens failliet te laten gaan. Ander bewijs voor een naderend faillissement heeft het openbaar ministerie niet aangevoerd en heeft het hof ook niet in het dossier aangetroffen. Het onderzoek was daar ook niet op gericht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van (feitelijk leiding geven aan) valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 12 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1195

Op grond van de stukken in het dossier kan het hof niet boven redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte documenten aan het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de belastingrechter en aan de Belastingdienst heeft overgelegd terwijl hij wist dat deze vals dan wel vervalst waren en dat hij deze documenten opzettelijk als echt en onvervalst heeft gebruikt, dan wel dat hij welbewust de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat hij gebruik maakte van valse of vervalste documenten.

Read More
Print Friendly and PDF ^