Kan er opnieuw conservatoir beslag worden gelegd op een auto, na het terugkopen na de eerste inbeslagneming?

Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:266

Beklag ex 552a Sv tegen herhaald conservatoir beslag op een auto ex art. 94a Sv. OM-cassatie. Na verkoop door de Domeinen is opnieuw conservatoir beslag gelegd op de auto, die door klaagster na de eerste inbeslagneming was teruggekocht. De AG stelt zich op het standpunt dat het kennelijke oordeel van de rechtbank dat de tweede beslaglegging onrechtmatig was, onjuist is. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 94a Sv: wanneer is sprake van een misdrijf waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd?

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:507

In het middel wordt geklaagd dat de rechtbank ten onrechte en op onjuiste en/of onbegrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat sprake is van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd zoals bedoeld in art. 94a lid 1 en/of lid 2 Sv aangezien de aan dat oordeel ten grondslag gelegde verdenking(en) van overtreding van art. 1 lid 1 onder a en/of onder b van de Wet op de kansspelen geen (althans niet zonder meer) misdrijven zijn, althans heeft de rechtbank er niet dan wel onvoldoende (begrijpelijk) blijk van gegeven te hebben onderzocht of ten tijde van de beslissing sprake was van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waardoor in ieder geval het oordeel dat sprake is van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd niet (zonder meer) begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Beoordelingskader overschrijding redelijke termijn

Hoge Raad 22 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:363

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over afzien van oproepen getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat deze binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen (art. 288 Sv)

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466

Anders dan mogelijk uit deze wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid, houdt artikel 288 lid 1 Sv niet de verplichting voor de rechter in, als hij afziet van het oproepen van een getuige op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, ervan blijk te geven in die beslissing de aard van de zaak en – in het bijzonder – het belang van de getuigenverklaring te hebben betrokken. Bij de toepassing van artikel 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv staat de vraag voorop of het mogelijk is de getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen. Op het moment dat zo’n beslissing moet worden genomen, zal ook niet steeds vaststaan wat de betekenis en het gewicht van de verklaring van de getuige zijn of kunnen zijn voor onder meer de beantwoording van de bewijsvraag en daarmee wat het concrete belang van de verdachte is om die getuige te (doen) ondervragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. eisen aan de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan

Hoge Raad 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:472

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 overwogen dat het oordeel van de rechter dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten in de zin van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht heeft begaan, binnen het eigen kader voor het bewijs in de ontnemingsprocedure in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e lid 2 Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan. Tevens behoort de betrokkene de gelegenheid te hebben aan te (doen) voeren dat en waarom er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat andere feiten door hem zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Welke raadkamer is bevoegd zaken te behandelen waarin zowel commune als economische strafbare feiten centraal staan?

Parket bij de Hoge Raad 15 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:240

Onder de klaagster (een Nederlandse houthandel) is alle bedrijfsvoorraad teakhout afkomstig uit Myanmar op grond van art. 94 Sv in beslag genomen. Het openbaar ministerie verdenkt de klaagster van het als marktdeelnemer in strijd met de zorgvuldigheidseisen van art. 4 van de Europese Houtverordening invoeren van teakhout, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtsvraag is of het wettelijke uitgangspunt dat economische delicten in beginsel uitsluitend worden behandeld en berecht door de economische kamer van de rechtbank, ook geldt als het gaat om beschikkingen die zowel verband houden met economische delicten als (daaraan gelieerde) commune delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Regiegesprek als smeerolie van het proces

Het Hof Arnhem-Leeuwarden is een nieuw fenomeen rijker: het regiegesprek. Daarin worden procesafspraken gemaakt. Doel van het regiegesprek is om met de advocaten te beslissen over de wenselijke gang van de procedure in hoger beroep. Gezamenlijke procesafspraken verhogen het commitment (de procedurele rechtvaardigheid) en kunnen de uitkomst meer acceptabel maken. In het gesprek gaat het allereerst om het doel van het hoger beroep. Op basis hiervan worden de procesafspraken gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Kortere doorlooptijd vergt lange mars

De Rechtspraak doet zijn best om de doorlooptijden te verkorten, maar het blijft een zaak van lange adem. Rechtbankpresident Patricia Messer-Dinnissen geeft uitleg. Messer is sinds 1 januari president van de rechtbank Midden-Nederland én voorzitter van de stuurgroep Tijdige rechtspraak. In die functie staat ze aan het hoofd van een grootschalig project dat de doorlooptijden bij de gerechten aanzienlijk moet verkorten. De nieuwe voorzitter waakt er echter voor valse verwachtingen te wekken. Eind 2023 zouden de achterstanden bij de verschillende gerechten moeten zijn weggewerkt, maar er is een aanzienlijke kans dat die doelstelling niet wordt gehaald, waarschuwt ze.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is hoger beroep ingesteld tegen zowel hoofd- als ontnemingszaak?

Hoge Raad 15 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:195

Het hof heeft geoordeeld dat “het niet anders kan dan dat het ervoor moet worden gehouden dat door of namens de betrokkene geen hoger beroep is ingesteld tegen het ontnemingsvonnis”. Daarbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de schriftelijke volmacht. In die volmacht wordt weliswaar inderdaad verwezen naar “bovengenoemde strafzaak” en “de beslissing van de rechtbank”, maar die volmacht spreekt ook van “voornoemde beslissing(en) van de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank Den Haag met bovengenoemd parketnummer”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten komt voor vergoeding in aamerking

Rechtbank Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15623

Over de kosten gemaakt tot en met datum sepot overweegt de rechtbank verder dat voorstelbaar is dat sommige cliënten meer tijd vragen van een advocaat dan andere cliënten – uit de toelichting van de advocaat ter zitting kan zonder meer volgen dat dat hier het geval is geweest. Ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten dient in beginsel de behandeling van de zaak. Dat is echter niet oneindig en komt vanaf een zeker punt niet langer voor rekening van de Staat maar blijft voor rekening van de verdachte zelf.

Read More
Print Friendly and PDF ^