HR verduidelijkt rechtspraak gebruik getuigenverklaringen & eisen eerlijk proces

Hoge Raad 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1418

De Hoge Raad ziet mede in verband met de rechtspraak van het EHRM aanleiding deze als volgt te verduidelijken. Voor de beoordeling of wordt voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, is het gewicht van de betreffende getuigenverklaring in de bewijsconstructie nog altijd een belangrijke beoordelingsfactor. Dat doet er echter niet aan af dat ook de aanwezigheid van een goede reden voor het niet kunnen ondervragen van de getuige en het bestaan van compenserende factoren in die beoordeling moeten worden betrokken, waarbij al deze beoordelingsfactoren in onderling verband dienen te worden beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oog in oog met getuige: rechtstreekse confrontatie met (kroon)getuige mag niet uitblijven

In de EHRM-zaak Fikret Karahan t. Turkije betreft het verklaringen van een getuige aan wie toezeggingen zijn gedaan, oftewel een kroongetuige. Deze getuige is weliswaar ondervraagd op het onderzoek ter terechtzitting maar dit is geschied buiten de aanwezigheid van klager, Fikret Karahan, om. De centrale vraag is of het uitblijven van een rechtstreekse confrontatie in strijd is met het ondervragingsrecht en voldoende wordt gecompenseerd door onder meer de aanwezigheid van de advocaat van klager ter terechtzitting, om zodoende de eerlijkheid van de procedure als geheel te kunnen waarborgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. betrekken van niet ten laste gelegde feiten bij strafoplegging

Hoge Raad 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1262

Het staat de rechter vrij om bij de strafoplegging rekening te houden met een niet tenlastegelegd feit, onder meer wanneer de verdachte voor dit feit onherroepelijk is veroordeeld en de vermelding van dit feit dient ter nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt, mede gelet op het bepaalde in artikel 78b van het Wetboek van Strafrecht, met een onherroepelijke veroordeling gelijkgesteld een onherroepelijke strafbeschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevoegdheid commune MK bij samenhang tussen tenlastegelegde economische delict en tenlastegelegde (commune) feiten

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 september 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8615

Aan de verdachte zijn naast het economische delict ook strafbare feiten niet zijnde economische delicten tenlastegelegd. Het hof leidt uit de wetsgeschiedenis van artikel 39, eerste lid, WED af dat bij het toetsen van de vraag of bij samenhang van economische delicten en andersoortige delicten de economische kamer van de rechtbank bevoegd is, “de doelmatige rechtsbedeling” als maatstaf moet worden gehanteerd. Gelet op wetsgeschiedenis van artikel 39, tweede lid, WED moet bovendien worden aangenomen dat dit evenzeer geldt voor het 'spiegelbeeld' daarvan, namelijk dat de commune strafkamer van de rechtbank bevoegd is bij samenhang van commune delicten en economische delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Anderbeslag, verdachte kinderen & vorderingsgerechtigden op saldo

Hoge Raad 14 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1246

Op de bankrekening van klager, waarop vermogen werd opgebouwd t.b.v. zijn kleinkinderen, is beslag gelegd i.v.m. een verdenking die is gerezen tegen zijn zoon (verdachte). De Rb heeft m.b.t. een geldbedrag dat is overgemaakt vanaf de rekening van een minderjarige zoon van verdachte naar de bankrekening van klager geoordeeld dat zich de situatie van art. 94a lid 4 Sv voordoet. Aan dat oordeel heeft de Rb in de kern ten grondslag gelegd dat verdachte en diens partner, ongeacht de vraag wie het geld oorspronkelijk op de rekening van hun zoon had gestort, als ouders “vorderingsgerechtigd op het saldo” van die rekening waren, dit geldbedrag daarom tot hun vermogen moet worden gerekend en er voldoende aanwijzingen zijn dat het geld aan klager is overgemaakt “met als doel om geld uit het vermogen van verdachte weg te sluizen”.

Read More
Print Friendly and PDF ^