Verschoningsrecht: Wanneer is sprake van een ‘voorwerp van het strafbare feit uitmaakt’ of ‘tot het begaan daarvan heeft gediend’

Hoge Raad 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1006

Het oordeel van het hof, dat het gesprek op de cd-rom tot het begaan van de strafbare feiten heeft gediend en dat die cd-rom daarom ook zonder toestemming bij een verschoningsgerechtigde in beslag mocht worden genomen, is ontoereikend gemotiveerd. De vaststellingen van het hof dat “het gesprek gaat over de omvang, de stand van zaken van het traceren en het beheren van geld”, en dat “wordt besproken hoe ze het geld dat in het buitenland op rekeningen staat in Nederland kunnen krijgen”, zijn daartoe - ook in het licht van de in bewijsmiddel 32 weergegeven inhoud van dat gesprek - niet voldoende. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan over bijvoorbeeld de context waarbinnen dit gesprek plaatsvond of de hoedanigheid van betrokkene 5 als deelnemer aan het gesprek, en waaruit zou kunnen volgen dat het besprokene ook heeft gediend tot het begaan van de stafbare feiten. Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv vergoeden van niet-declarabele uren door doorzoeking op advocatenkantoor afgewezen

Rechtbank Overijssel 30 juli 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3054

Verzoeker heeft aangevoerd dat de Nederlandse orde van advocaten aanraadt om bij een doorzoeking op een advocatenkantoor een kantoorgenoot bij de doorzoeking te betrekken en aantekening te doen houden, teneinde de geheimhoudingsplicht én het verschoningsrecht te waarborgen. Verzoeker en zijn kantoorgenoot hebben daarom gedurende de doorzoeking op 11 september 2015 géén declarabele werkzaamheden kunnen verrichten. De raadkamer wijst de gevraagde vergoeding voor tijdverzuim af. Een verzoek tot een vergoeding wegens inkomstenderving dient voldoende met objectieve stukken te worden gestaafd. Naar het oordeel van de raadkamer is daaraan niet voldaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM ontvankelijk in hoger beroep ondanks te laat indienen appelschriftuur

Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1864

Niet alleen het niet indienen, maar ook het niet tijdig en niet op de voorgeschreven wijze indienen van een appelschriftuur kan tot niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep leiden. De wetgever heeft het aan de rechter overgelaten te beoordelen of de omstandigheid dat niet of niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze een appelschriftuur is ingediend, in concreto tot niet-ontvankelijkheid dient te leiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raadsman heeft één schriftuur ingediend voor straf- en ontnemingszaak: bevat schriftuur in ontnemingszaak cassatiemiddel a.b.i. de wet?

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:846

Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen post-Keskin

Hoge Raad 22 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:959

De hoofdregel wordt meer en meer dat een getuige die een belastende verklaring over de verdachte heeft afgelegd bij de politie nogmaals gehoord moet worden in het bijzijn van de verdediging. Dat is de ontwikkeling die het Keskin-arrest van het EHRM in gang heeft gezet. Zo ook in deze zaak waarin de verdediging het voorwaardelijke verzoek deed een slachtoffer van een vechtpartij in een Amsterdamse discotheek nogmaals te horen. De Hoge Raad oordeelt dat dit verhoor wel had moeten plaatsvinden. Het is een belangrijke ontwikkeling, zeker als wordt bedacht dat de kern van een eerlijk proces wordt gevormd door de mogelijkheid voor de verdediging om de betrouwbaarheid van belastend verklarende getuigen zelf vast te stellen.

Read More
Print Friendly and PDF ^