Rechter in quarantaine doet mee aan berechting. Mag dat?

Parket bij de Hoge Raad 10 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1050

Mag een strafzitting worden gehouden terwijl een van de rechters zich in quarantaine bevindt wegens de coronamaatregelen en deze rechter wel via een tweezijdig elektronisch medium met de rechters en de procespartijen in de zittingszaal kan communiceren? Het is een vraag waarop de wet geen pasklaar antwoord geeft, ook niet in de Tijdelijke wet COVID Justitie en Veiligheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. klachttermijn

Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1677

Vooropgesteld moet worden dat naar geldend recht de klachtgerechtigde bij een delict als het onderhavige zijn bevoegdheid slechts gedurende de in de wet genoemde klachttermijn kan uitoefenen. In zoverre is zijn macht om te bepalen of de verdachte wordt vervolgd, in de tijd begrensd. Dat betekent dat in het geval dat voor het instellen van een vervolging een klacht is vereist en de klacht niet is ingediend binnen drie maanden nadat de klachtgerechtigde heeft kennis genomen van het gepleegde delict, de vervolging daarop afstuit. Ingeval de klacht weliswaar niet voldoet aan alle formele wettelijke eisen of niet is ingediend bij de bevoegde ambtenaar, maar vaststaat dat de klachtgerechtigde de vervolging heeft gewenst, zal van die wens binnen die termijn van drie maanden moeten zijn gebleken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Slechts sprake van ‘eigen waarneming’ van de rechter indien waarneming is gedaan door rechters die deel uitmaken van samenstelling die bestreden uitspraak heeft gewezen

Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1682

Het cassatiemiddel klaagt onder meer met betrekking tot het onder 3 bewezenverklaarde feit, dat het hof voor het bewijs gebruik heeft gemaakt van een “eigen waarneming” die het hof in een andere samenstelling heeft gedaan dan de samenstelling die het bestreden arrest heeft gewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Politieambtenaar treft in privétijd hennepkwekerij aan in woning van vriend: ontdekking gedaan in het kader van voorbereidend onderzoek?

Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:945

In deze zaak staat de vraag centraal of het handelen van verbalisant betrokkene 1 binnen het voorbereidend onderzoek valt. Daarbij speelt een rol of hij heeft gehandeld als politieambtenaar, tevens opsporingsambtenaar, of als burger.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging wegens verduistering binnen familie door ontbreken tijdige rechtsgeldige klacht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8467

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij zich - samen met een ander- schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde. Artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht betreft een relatief klachtdelict. Dit volgt uit het bepaalde in artikel 324 in verbinding met artikel 316 van het Wetboek van Strafrecht. Het tweede lid van het laatstgenoemde artikel houdt in dat indien de verdachte een bloed- of aanverwant, hetzij in de rechte linie, hetzij in de tweede graad van de zijlinie, van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd betreft, de vervolging alleen plaatsvindt als door de klachtgerechtigde een klacht is ingediend tegen de verdachte. Een klacht moet hier begrepen worden als een verzoek tot het instellen van strafrechtelijke vervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen ambtshalve oplegging schadevergoedingsmaatregel nu niet zeker is of slachtoffer door gewoontewitwassen nog schade lijdt

Gerechtshof Den Haag 22 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2004

De verdachte in deze zaak wordt veroordeeld wegens medeplegen van gewoontewitwassen en bijstandsfraude tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht om ambtshalve de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, nu slachtoffer in eerste aanleg bij vergissing op een foutief adres is aangeschreven, waardoor dit slachtoffer zich in eerste aanleg niet op correcte wijze met een vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij heeft kunnen voegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering cassatie in het belang der wet: Conclusie AG over ontgrendelen smartphone & nemo tenetur-beginsel

Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:927

In deze vordering tot cassatie in het belang der wet gaat het om het biometrisch ontgrendelen van een smartphone van de verdachte tegen zijn wil teneinde met het oog op de opsporing toegang te krijgen tot de inhoud van de smartphone. De vordering betreft een vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 februari 2019, met zaaknummers 15/870028-16 en 13/032439-13 (tul), ECLI:NL:RBNHO:2019:1568. Tegen het vonnis van de rechtbank is geen rechtsmiddel aangewend, zodat het onherroepelijk is geworden. Cassatie in het belang der wet is wel mogelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Bij de beoordeling of door het OM is voldaan aan de criteria van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude moet worden uitgegaan van gegevens die ten tijde van de vervolgingsbeslissing bekend waren

Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1496 en ECLI:NL:HR:2020:1497

Bij de beantwoording van de vraag of het openbaar ministerie terecht heeft geoordeeld dat voldaan is aan de criteria van de Aanwijzing, moet worden uitgegaan van de gegevens die ten tijde van de vervolgingsbeslissing aan het openbaar ministerie bekend waren (vgl. HR 27 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT2105).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wob-verzoek m.b.t. documenten die samenhangen met bezoek zaaksofficier, hoofdofficier en liaisonofficier aan Thailand

Rechtbank Den Haag 22 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9211

In deze zaak is verzocht om openbaarmaking van documenten die samenhangen met een bezoek van de zaaksofficier, hoofdofficier en de liaisonofficier aan Thailand. Uit deze uitspraak blijken meerdere interessante punten wanneer het gaat om toepassing van de Wob in strafzaken. Zo oordeelt de rechtbank dat art. 30 Sv een bijzondere regeling betreft, zodat de Wob niet van toepassing is bij documenten die op het moment van besluitvorming in het strafdossier aanwezig zijn. Een specifiek belang van een persoon – gelegen in waarheidsvinding – maakt voor de Wob niet uit. Het belang van opsporing en vervolging is in elk geval aan de orde indien de strafzaak nog moet beginnen. Vertrouwelijk overleg tussen OM en Minister behoeft bescherming, zeker bij een gevoelige strafzaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toekenning schadevergoedingsverzoek na vrijspraak voor subsidiefraude. Overwegingen over uurtarief, afstemming raadslieden medeverdachten, advocaatkeuze, kantoorkosten, reiskosten en tijdsverzuim.

Rechtbank Den Haag 29 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9972

Verzoeker was één van de zeven verdachten in het opsporingsonderzoek onderzoeksnaam. Dit onderzoek van de inlichtingen- en opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit betrof een onderzoek naar mogelijke fraude in de vorm van valsheid in geschrifte en oplichting bij het aanvragen van subsidie voor innovatieve kassenbouw. Bij vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 6 december 2019 is verzoeker vrijgesproken van alle aan hem ten laste gelegde feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^