Toezichthouders verbeteren toetsingsproces bestuurders

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) gaan voortaan transparanter te werk tijdens het toetsen van bestuurders van financieel dienstverleners. Er verschijnt betere informatie voor en tijdens een toetsing en de toezichthouders geven inzicht in het het proces. Dat zijn de belangrijkste uitkomsten naar aanleiding van het onderzoeksrapport van de Commissie Ottow.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Bestuurdersaansprakelijkheid bij schending van financieelrechtelijke toezichtsregels

In deze bijdrage staat de vraag centraal in hoeverre bestuurders civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor schendingen van financieelrechtelijke toezichtsregels. Besproken wordt in hoeverre bestuurders aansprakelijk zijn voor verplichtingen die weliswaar primair tot de financiële onderneming zijn gericht, maar niettemin een individuele gedragsnorm voor de bestuurder inhouden. Ook wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van bestuurders ten opzichte van beleggers voor schending van tot een ieder gerichte gedragsnormen uit de Wft en de Marktmisbruikverordening.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Internetconsultatie Herziening van de Wft

De omvang en de complexiteit van de Wft zijn sterk toegenomen door de vele wijzigingen van de wet sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2007. De minister van Financiën heeft, naar aanleiding van een advies van de Raad van State, besloten te verkennen hoe de Wft toegankelijker en toekomstbestendiger kan worden gemaakt. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De Wet transparant toezicht financiële markten | Kanttekeningen bij het ter consultatie voorgelegde wetsvoorstel

Onlangs heeft het Ministerie van Financiën het concept wetsvoorstel transparant toezicht financiële markten voorgelegd ter consultatie. Het Wetsvoorstel beoogt meer transparantie mogelijk te maken ten aanzien van de werking van de financiële markten en van het toezicht van de AFM en DNB. In deze bijdrage wordt het Wetsvoorstel op kritische wijze onder de loep genomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kamervragen over tuchtrecht financiële sector, LIBOR en EURIBOR fraude & door DSI opgelegde boetes

In het kader van de LIBOR en EURIBOR fraude heeft DSI een zaak bij de Tuchtcommissie DSI aangebracht en verzocht om royement van de betreffende financiële professional. De Tuchtcommissie DSI heeft geoordeeld dat de betrokkene de DSI Gedragsregels heeft overtreden door op verzoek specifieke EURIBOR submissions te doen en betrokkene een berisping en een boete van 1.500 euro wegens oneerlijk marktgedrag opgelegd. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Hogere boetes, omdat het kan…

De wetgevingsmachine van het ministerie van Financiën draait op volle toeren. Zo staat een volgende herziening van het boetestelsel voor de financiële toezichtwetgeving op stapel. Deze herziening is onderdeel van het recente voorstel voor de wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik. Europese regelgeving noopt tot de herziening, aldus de minister van Financiën. Die regelgeving beoogt onder meer de boetesystematiek in de toepasselijke wetgeving van de lidstaten geleidelijk te harmoniseren. In de praktijk komt dit harmonisatieproces neer op een steeds verdere verhoging van de op te leggen boetes, onder invloed van de ‘afschrikkingsgedachte’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Financiële sector tegen voorstel voor “naming and shaming”

De financiële sector is uitermate kritisch over het voorstel om AFM en DNB meer informatie openbaar te laten maken. Dit blijkt uit de reacties op het ontwerp van de Wet transparant toezicht financiële markten. De consultatie liep tot 14 augustus.

Read More
Print Friendly and PDF ^

'De Familie WC-Eend en het nieuwe boete- en publicatieregime van de Wft'

Aan DNB en de AFM is de bevoegdheid toegekend om boetes, punitieve sancties dus, op te leggen. Dat is niet vanzelfsprekend. AFM en DNB zijn immers bestuursorganen en geen (straf)rechters. Daarbij geldt dat de wettelijke boetemaxima zoals verankerd in de Wet op het financieel toezicht (‘Wft’) in de voorbije jaren sterk zijn gestegen. De AFM en DNB leggen (dan ook) steeds hogere boetes op. De rechtsbescherming dreigt daarbij ernstig in het geding te komen. Aldus komt ook naar voren in het door de Afdeling advisering van de Raad van State in juli 2015 aan de regering uitgebrachte advies. In dat advies wordt tevens blootgelegd dat bestuurlijke boetes oorspronkelijk alleen werden gebruikt voor lichte, veelvoorkomende overtredingen, maar tegenwoordig steeds vaker worden ingezet bij zware en complexe overtredingen. Bovendien worden vaker hoge boetes opgelegd bij relatief lichte overtredingen. Dat manifesteert zich ook, of misschien wel juist, bij de boetes die DNB en de AFM opleggen. Bij die boetes speelt bovendien parten dat boetelingen doorgaans ook onder doorlopend toezicht staan van DNB en/of de AFM. Bij veel onder toezicht staande instellingen bestaat de vrees dat die toezichtsrelatie (verder) getroebleerd raakt indien in beroep wordt gegaan tegen een door de toezichthouder opgelegde boete. Dat gebeurt dan ook relatief weinig, terwijl jurisprudentie-onderzoek al snel leert dat het instellen van beroep tegen boetebesluiten van DNB en de AFM bepaald niet kansloos is. Dat onder toezicht staande instellingen de toorn van de toezichthouder vrezen indien zij gebruik maken van het beroepsrecht is overigens niet merkwaardig in het licht van een recentelijk in het Financieele Dagblad (‘FD’) gepubliceerd interview met de hoogste toezichtsdirecteur van DNB, Jan Sijbrand.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Art. 7 Wte: Aanvang verjaring & Slagende bewijsklacht medeplichtigheid

Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1391 Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 29 september 2014 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden voor medeplichtigheid aan oplichting, meermalen gepleegd (feit 1 subsidiair), medeplichtigheid aan overtreding van voorschrift gesteld bij artikel 7 van de Wet Toezicht Effectenverkeer 1995, meermalen gepleegd (feit 2 subsidiair) en voor medeplichtigheid aan overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82 van de Wet Toezicht Kredietwezen, meermalen gepleegd (feit 3 subsidiair).

Eerste middel

Het middel komt op tegen de verwerping door het Hof van het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde voor zover dit feit betrekking heeft op overeenkomsten met beleggers die vóór 8 mei 2002 zijn afgesloten omdat het onder 2 tenlastegelegde in zoverre reeds ten tijde van de inleidende dagvaarding was verjaard.

Het bestreden arrest houdt in:

"De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep - aan de hand van een door hem overgelegde en aan het dossier toegevoegde pleitnotitie - op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de feiten 2 en 3, voor zover deze betrekking hebben op overeenkomsten met beleggers die vóór 8 mei 2002 zijn gesloten. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd. De inleidende dagvaarding is uitgebracht op 8 mei 2008. Ten aanzien van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten geldt een termijn voor verjaring van het recht op strafvervolging van zes jaren. Dat betekent dat ten aanzien van de beleggers [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 8] , [betrokkene 7] , [betrokkene 15], [betrokkene 9], [betrokkene 4] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , [betrokkene 18] en [betrokkene 17] het recht op vervolging ter zake van het opzettelijk overtreden van de voorschriften gesteld in de artikelen 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 ('Wtk 1992') en 7 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ('Wte 1995') verjaard is.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld bij artikel 7 Wte 1995 en het opzettelijk overtreden van artikel 82 van de Wtk 1992 is een misdrijf, gelet op de artikelen 1 en 2 juncto artikel 6 van de Wet op de economische delicten, met elk een maximale strafbedreiging van 2 jaren. Op grond van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht verjaren genoemde misdrijven na zes jaren.

De inleidende dagvaarding is jegens de verdachte uitgebracht op 8 mei 2008. De verjaring is daarmee op die datum gestuit ex artikel 72 van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat feiten die vóór 8 mei 2002 zijn gepleegd, zijn verjaard.

Voor de vraag of het recht tot strafvervolging ten aanzien van bepaalde ten laste gelegde delicten met inachtneming van het vorenstaande is verjaard, is tevens van belang of bij die delicten sprake is van voortdurende of aflopende delicten. Gaat het om voortdurende delicten, dan zal de verjaring pas aanvangen op de dag nadat de verboden toestand is geëindigd, terwijl bij aflopende delicten de verjaring de dag na elk afzonderlijk gepleegd feit aanvangt.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat het zonder vergunning als effectenbemiddelaar aanbieden van diensten, zoals ten laste is gelegd onder 2, gekwalificeerd moet worden als een voortdurend delict. Dit delict is immers pas voltooid – en de termijn van verjaring vangt pas aan – op de dag dat de betrokken verdachte niet langer zonder vergunning opereert. Het feit dat er in werkelijkheid geen Amerikaanse staatsobligaties door de verdachte werden gekocht, doet hier niet aan af. Het hof is derhalve van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit."

Beoordeling Hoge Raad

Het Hof heeft door slechts te overwegen dat het onder 2 subsidiair tenlastegelegde delict gekwalificeerd moet worden als een "voortdurend delict" omdat dit delict "pas [is] voltooid op de dag dat de betrokken verdachte niet langer zonder vergunning opereert" zijn oordeel omtrent de aanvang van de verjaring niet behoorlijk gemotiveerd. In het bijzonder heeft het Hof geen inzicht erin gegeven op welke feiten en omstandigheden, zoals de aard van de werkzaamheden die de effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder voor de in de tenlastelegging genoemde personen gedurende de daarin vermelde periode heeft verricht of het tijdstip waarop deze die werkzaamheden heeft verricht, het zijn uitleg van de tenlastelegging heeft gebaseerd.

Het middel is terecht voorgesteld.

Tweede middel

Het middel klaagt dat de bewezenverklaarde medeplichtigheid aan - kort gezegd - het opzettelijk zonder vergunning als effectenbemiddelaar aanbieden en verrichten van diensten niet naar de eisen der wet met redenen is omkleed, nu het daarvoor vereiste opzet niet uit de bewijsmiddelen volgt.

Beoordeling Hoge Raad

Het Hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft tot het plegen van een misdrijf. Daartoe is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op het verschaffen van gelegenheid en middelen als bedoeld in art. 48, aanhef en onder 2, Sr, doch tevens dat het opzet van de verdachte al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf.

Aangezien de bewezenverklaring, voor zover behelzende dat de verdachte opzet heeft gehad op - kort gezegd - het door betrokkene 11 opzettelijk zonder vergunning als effectenbemiddelaar aanbieden en verrichten van diensten, niet zonder meer uit de hiervoor onder 2.3 en 2.4 weergegeven bewijsvoering kan worden afgeleid, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Het middel slaagt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly and PDF ^

DNB start nieuwe webpagina voor publicatie van handhavingsmaatregelen

DNB is een nieuwe pagina op haar website gestart met de nieuwsberichten van de gepubliceerde handhavingsmaatregelen die worden opgelegd vanuit de verschillende toezichtwetten waarmee DNB werkt. Tot nog toe publiceerde DNB deze nieuwsberichten alleen in haar reguliere nieuwsoverzicht tussen alle andere berichten, maar nieuwe regelgeving vereist dat deze berichten vanuit het oogpunt van transparantie ook op één plek worden aangeboden. Behalve een betere toegang biedt de nieuwe pagina belanghebbenden ook de mogelijkheid om zich sneller op de hoogte te stellen van de eventuele vervolgstappen die ten aanzien van een handhavingsmaatregel worden gezet, zoals bezwaar- en beroepsprocedures. Via een tabel in het nieuwsbericht kan worden bekeken of er een procedure in gang is gezet, en zo ja, in welke fase deze zich bevindt.

Voor meer informatie:

 

Print Friendly and PDF ^