'De Familie WC-Eend en het nieuwe boete- en publicatieregime van de Wft'

Aan DNB en de AFM is de bevoegdheid toegekend om boetes, punitieve sancties dus, op te leggen. Dat is niet vanzelfsprekend. AFM en DNB zijn immers bestuursorganen en geen (straf)rechters. Daarbij geldt dat de wettelijke boetemaxima zoals verankerd in de Wet op het financieel toezicht (‘Wft’) in de voorbije jaren sterk zijn gestegen. De AFM en DNB leggen (dan ook) steeds hogere boetes op. De rechtsbescherming dreigt daarbij ernstig in het geding te komen. Aldus komt ook naar voren in het door de Afdeling advisering van de Raad van State in juli 2015 aan de regering uitgebrachte advies. In dat advies wordt tevens blootgelegd dat bestuurlijke boetes oorspronkelijk alleen werden gebruikt voor lichte, veelvoorkomende overtredingen, maar tegenwoordig steeds vaker worden ingezet bij zware en complexe overtredingen. Bovendien worden vaker hoge boetes opgelegd bij relatief lichte overtredingen. Dat manifesteert zich ook, of misschien wel juist, bij de boetes die DNB en de AFM opleggen. Bij die boetes speelt bovendien parten dat boetelingen doorgaans ook onder doorlopend toezicht staan van DNB en/of de AFM. Bij veel onder toezicht staande instellingen bestaat de vrees dat die toezichtsrelatie (verder) getroebleerd raakt indien in beroep wordt gegaan tegen een door de toezichthouder opgelegde boete. Dat gebeurt dan ook relatief weinig, terwijl jurisprudentie-onderzoek al snel leert dat het instellen van beroep tegen boetebesluiten van DNB en de AFM bepaald niet kansloos is. Dat onder toezicht staande instellingen de toorn van de toezichthouder vrezen indien zij gebruik maken van het beroepsrecht is overigens niet merkwaardig in het licht van een recentelijk in het Financieele Dagblad (‘FD’) gepubliceerd interview met de hoogste toezichtsdirecteur van DNB, Jan Sijbrand.

Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^